Kroningsfeest in Dirksland

Beschikken schrijvers over een beter geheugen? Wat herinnert een schrijver zich na veertig jaar van een bijzondere gebeurtenis, zoals het feest bij de inhuldiging van de koningin?

De schrijver Willem Walraven (1887-1943) woonde al bijna een kwart eeuw in Nederlands-Indie toen hij, in De Indische Courant van 9 september 1938, beschreef hoe zijn geboorteplaats Dirksland veertig jaar eerder de inhuldiging van Wilhelmina vierde. Hij associeert die dag met 'veel zonneschijn en warmte, witte jurken en oranjestrikken, sjerpen, vlaggen, witte blouses en petten van rood-wit-blauw, reuk van vuurwerk overal, dennengroen, krentenbollen en chocolade'.

De feestelijkheden hadden plaats op het grasveld voor de zestiende-eeuwse hervormde kerk, waar sprake was van een zeldzame vereniging, namelijk van de openbare school en de School met de Bijbel. De hoofden van beide instellingen spraken zelfs met elkaar. Midden in het hoge gras zag Walraven de grote pannen met chocolademelk ,,waarin pluisjes dreven van paardebloemen en waarin Bogers, de oude 'sekola' waaratje stond te roeren met den langen aanwijsstok, dien wij bij de aardrijkskunde gebruikten''.

Met opmerkelijke precisie beschreef hij het toneelstukje dat de inhuldigingsplechtigheid moest verbeelden. Opmerkelijk, omdat Walravens weergave exact overeenkomt met een foto die van het evenement gemaakt is. Het valt niet aan te nemen dat Walraven, die vroeg zijn ouderlijk huis verliet, de foto gekend heeft.

,,En ik zie de tribune in de schaduw van de kerk, waarop het meisje zat, dat in den optocht door het dorp het jonge Koninginnetje had voorgesteld. En dat meisje was van de openbare. En naast haar zat een ander heel lief meisje, maar een beetje dikker en al een klein moedertje in haar wezen, en die had de lieve Koningin-Regentes Emma gesuggereerd. En dit meisje was van de christelijke.'' Ondanks het vertederende portret werd het laatste meisje als tweederangs beschouwd, want in Dirksland keken veel mensen neer op de christelijke school.

,,Achter die twee nooit vergeten actrices stond een groep van 'hofdames', en geen enkele daarvan was ouder dan 15 jaar. Op dien dag zag ik de eerste werkelijke bouquetten van mijn leven in de handen van die schitterende kinderen, onder wie er minstens vier waren voor wie ik met vreugde de een of andere hevige ridderlijke daad zou hebben verricht. Links op de tribune stond 'de admiraal' (van de Christelijke) en rechts stond 'de generaal' (van de openbare). Hun steek en kolbak waren van carton, vervaardigd door mijn meester, die aan slojd (onderwijsmethode met veel handvaardigheid) deed, en zelfs de beenkappen van de laarzen van den generaal waren van carton. Ik had er zelf aan meegeplakt.''

De 11-jarige Walraven behoorde op die feestdag tot de commissie van ontvangst die 'Hare Majesteit' verwelkomde. Hij droeg een hoge hoed, ook van karton, die zelfs aan de binnenkant met zwart papier beplakt was met als gevolg dat hij tegen de middag zo zwart zag 'als een Moriaan'.

Overal in het anders zo stijve dorp werd de inhuldiging gevierd. De huizen waren versierd, er hingen slingers tot in de stegen en papieren bloemen staken in het groen van de erepoorten. ,,Harde, taaie, ouwe boeren trokken soms de beurs en plengden een gave op het altaar des vaderlands, als zij door een ouden arbeider werden aangesproken met de opmerking, dat het 'eerepoortje' nu wel prachtig was, maar dat er nog geen geld was voor een paar vlaggetjes, of voor een lampion als piece-de-milieu, met een paar kaarsen voor illuminatie (de 'ullemenoasie').''

Afbeeldingen van 'het Koninginnetje' stonden op ieder lucifersdoosje, op elke chocoladereep en zelfs op het giftige vliegenpapier. Walraven herinnerde zich een bezoek aan de schoenenwinkel van zijn oom, waar hij na binnenkomst een grote gipsen buste ontwaarde. ,,Is dat de koningin'', vroeg hij, waarop zijn tante bits reageerde met ,,Ik ben het niet, en wie zou je oom daar anders neerzetten?''