Lage plafonds

Nieuwbouwwoningen horen bij het meest troosteloze wat Nederland te bieden heeft. Ik geloof niet dat er nog een ander land bestaat dat routinematig zijn inwoners afscheept met zulke onaantrekkelijke kippenhokken als hier te lande de gewoonte is sinds de naoorlogse wederopbouw. Golfplaathuisjes in Mexico City en plastic hutjes in New Delhi zijn natuurlijk ook geen pretje om in te wonen, maar die landen voeren het excuus van de armoede aan.

In Nederland bestaat er onder een klein deel van de bevolking een sterke aversie tegen nieuwbouw. Ze vluchten naar een oude boerderij op het platteland, ze blijven zitten in een oud huis op een huuretage die eigenlijk te klein is, ze kopen desnoods een krot om het eigenhandig op te knappen - tot allerlei offers zijn ze bereid, zolang ze maar niet in een nieuwbouwhuis hoeven. Maar de meeste mensen ontkomen niet aan een nieuwbouwhuis, omdat andere opties regelrecht onpraktisch of te duur zijn.

In de zaterdagbijlage van deze krant stond vorige week een treurig verhaal over het snelle tempo waarin nieuwbouw (van twintig, dertig jaar geleden) veroudert en alweer voor sloop in aanmerking komt, omdat een eindje verderop nieuwere, mooiere nieuwbouw verrijst. Het is toch om te huilen dat huizen die er nog maar zo kort staan tegen de vlakte moeten, omdat er anders leegstand komt met de bijbehorende verpaupering en verloedering. Waarom zijn er uberhaupt dat soort huizen gebouwd, waaruit iedereen maakt dat hij wegkomt, zodra er zicht komt op iets beters?

Het ziet er trouwens niet eens naar uit dat die nieuwe nieuwbouw zoveel aangenamer zal zijn, omdat de belangrijkste makke van de naoorlogse woningbouw onverminderd van kracht blijft: lage plafonds.

Een laag plafond is afschuwelijk. Het geeft de bewoners een claustrofobisch gevoel. Hoe groot zo'n huis verder in oppervlakte ook mag zijn (drie slaapkamers, grote zolder, kelder, ruime tuin erbij), als de plafonds laag zijn, voel je je toch opgesloten. Elke keer als ik zo'n huis betreed, en er zijn er langzamerhand miljoenen van, word ik woedend over de beknibbeling die eruit spreekt, de nodeloze gierigheid en schraapzucht van de architecten of projectontwikkelaars om maar vooral geen centimetertje teveel de hoogte in te gaan. Of misschien zijn het wel richtlijnen van het ministerie om te besparen op stookkosten, dat kan ook. Ik weet niet wie er schuldig is, maar een plafond in de huiskamer op twee meter veertig (nog lager komt ook voor) is niets anders dan een pesterig memento mori. Blijkbaar moeten bewoners er voortdurend aan worden herinnerd dat ze eens in een doodskist terecht zullen komen.

Oude huizen (van voor de Tweede Wereldoorlog of van vorige eeuwen) hebben hoge plafonds van tenminste drie meter. De Berlagebuurt in Amsterdam Zuid heeft ze en niet voor niets geldt deze buurt als een van de meest gewilde locaties van het hele land. Het Plan Zuid zal binnenkort worden uitgebreid. Er komen nieuwe huizen bij, geheel in de geest van Berlage. De nieuwe huizenblokken zullen niet hoger worden dan de bestaande. Wel passen er volgens stedenbouwer H. Ebberink, zoals geinterviewd in de Volkskrant, 'tegenwoordig zes woonlagen in, tegen vijf vroeger.'

Beter kan de degeneratie van het wonen in Nederland niet geillustreerd worden. Schraap van elke verdieping vijftig centimeter af en presto: er verrijst gratis een extra etage om te gelde te maken. Dat worden dus ook van die kistkalfbehuizingen in Plan Zuid.

En dat terwijl de mensen die er moeten wonen steeds langer worden. Nu al moeten achttienjarige jongens vaak hun hoofd buigen om niet tegen deurposten aan te stoten. Politici hoor je zich nogal eens bezorgd uitspreken over de energieverspillende, milieubedreigende mobiliteit van de Nederlander. Drie keer per jaar met vakantie, liefst per vliegtuig zo ver mogelijk weg. Maar als huizen erop gebouwd lijken om bewoners aan te zetten tot ontsnapping, dan kun je het de mensen niet kwalijk nemen dat ze inderdaad ontsnappen, zo vaak als maar mogelijk.