De moeizame komst van digitale televisie

Televisiekijkers in de wereld staan al jarenlang voor een revolutie die maar niet echt wil uitbarsten. Eerst zou het tijdperk van de hoge definitie tv aanbreken. Dat is er nog niet van gekomen, en inmiddels is alweer enige tijd een volgende era aangekondigd, die van de digitale tv. Digitale tv biedt grote voordelen voor producenten. Het is niet goedkoper of beter, maar je kunt er wel veel meer kanten mee op.

In de winkels van trendsettende Amerikaanse steden als New York en Los Angeles zal Philips tegen het einde van dit jaar zijn eerste HDTV-toestel gaan verkopen. Het apparaat heeft een projectiescherm dat bijna zo groot is als een deur. Ook Sony, Hitachi en Thomson zijn van de partij met dergelijke tv's.

Eindelijk zijn ze er dan, de bioscooptelevisies die al bijna een decennium een revolutie beloven in de consumentenelektronica. Maar van een triomf is geen sprake meer. In wezen vormen de apparaten het zoveelste bewijs van het failliet van HDTV. Prijzen van 6.000 tot 8.000 dollar (12 tot 16 duizend gulden) onderstrepen dat de modellen van Philips en Thomson niet zijn weggelegd voor de massa.

Tv met bioscoopkwaliteit voor een geschikte prijs zit er gewoon niet in. Nu niet en de komende tien jaar waarschijnlijk ook niet. De voornaamste reden is de exorbitant dure productie van de schermen. Voor 6.000 tot 8.000 gulden moeten de HDTV-toestellen van Philips en Thomson het zelfs nog stellen met de projectietechnologie die we van dia-weergaves kennen. Dat is toch even een klasse minder dan de kwaliteit die platteschermtechnologieen bieden. Philips verkoopt al breedbeeld-tv's met platte, zogenaamde plasmaschermen. Maar die kosten zelfs 20 duizend gulden. En dat, terwijl ze de helft kleiner zijn dan HDTV-projectieschermen. Niets wijst erop dat platte schermen de komende jaren ook maar in de buurt kunnen komen van de gewenste 2.000 tot 3.000 gulden.

Achteraf bekeken was de HDTV-race een blinde paniekreactie op de superieure massaproductietechnieken waarmee de Japanners in de jaren tachtig de wereldmarkten veroverden. De zegetocht uit het Oosten was voor de Europese en Amerikaanse elektronica-industrie de meest traumatische ervaring waarmee ze ooit te maken kreeg. Walkmans, cd-spelers, videorecorders en fotocamera's, alles was eind jaren '90 'made in Japan'.

De schrik zat erin en met ingehouden adem keek men naar de volgende golf: de Japanners ontwikkelden onder aanvoering van hun ministerie van Internationale Handel en Industrie (MITI) een televisiestandaard voor beelden met bioscoopkwaliteit. Het Westen was vastbesloten om zich niet opnieuw te laten vernederen. Een rechtvaardiging voor tegenactie was ook de grote markt die ergens aan de kim moest gloren. De International Herald Tribune sprak begin '90 van 'een wereldmarkt tegen de eeuwwisseling van 50 miljard dollar'. In de zomer van '91 hield een hoofdartikel van NRC Handelsblad het zelfs op 300 miljard gulden.

Terwijl Europese en Japanse bedrijven met behulp van miljardensubsidies aan een nieuwe (gedeeltelijk analoge) televisie sleutelden kwam Amerika ten slotte als winnaar uit de bus. Onder meer Zenith en AT&T slaagden er in samenspraak met de Amerikaanse takken van Philips en Thomson in om een geheel digitale variant van HDTV te ontwikkelen.

Het succes lag in nieuwe compressietechnieken. Daarmee kon men de gigantische informatiestroom van digitale HDTV-beelden (1,6 miljard bits per seconde) zo'n vijftig tot honderd keer indikken. Het mooie was dat de techniek zich niet beperkte tot HDTV. Digitale beeldcompressie was algemeen toepasbaar, ook voor tv en video van lagere kwaliteit. Honderden bedrijven uit de telecom-, consumentenelektronica- en computerindustrie legden de standaarden hierover vast binnen de moving pictures expert group (MPEG).

Vanwege deze afspraken kon digitale MPEG-compressie op vele terreinen doorbreken. De techniek maakt het mogelijk om op (aan CD verwante) digital video discs (DVD) vele uren film te zetten. Op dezelfde manier is zendruimte economischer te gebruiken. Met compressie kunnen in een analoog tv-kanaal ineens zes of meer digitale uitzendingen van dezelfde kwaliteit. Vanwege de grote besparingen zijn satellietstations als RTL en SBS6 al overgestapt op digitaal zenden.

Maar voorlopig schieten al die miljoenen gezinnen die via de satelliet ineens een digitaal menu krijgen voorgeschoteld er nog niets mee op. Het is vooral lastig en duur, want ze moeten een settop-tv-kast kopen. Dat ding bevat de krachtige elektronica die nodig is voor het 'uitpakken' van het ingedikte digitale tv-signaal. De settop is voorlopig een domme vertaaldoos die de digitale informatie omzet in een analoog signaal dat de oude vertrouwde tv kan begrijpen. Wat kwaliteit betreft gaat nog niemand erop vooruit.

Volgens marktonderzoekbureau Datamonitor uit Londen zal de markt voor digitale tv-uitzendingen (abonnementen en dergelijke) in 2002 rond de 11 miljard dollar liggen. Dit jaar nog zullen 1,25 miljoen Europese huishoudens digitale zenders kunnen ontvangen. In '99 zal dat 5 miljoen zijn.

Dat zijn geen schokkende getallen. Toch zal digitale tv langzaam maar zeker een grote invloed hebben. Terwijl grote schermen HDTV peperduur maken is voor digitale tv niet per se een groot toestel nodig. Het wezen van digitale tv zit 'm in de elektronica: die zal behalve domweg decoderen ook computerachtige taken gaan krijgen. Chips hiervoor worden zonder twijfel betaalbaar.

Voor Philips betekent de overstap naar digitaal in de eerste plaats een verregaande stroomlijning van de fabricage van zijn belangrijkste product. Het is in feite een voortzetting van de strategie die het bedrijf eerder voor analoge tv koos. Begin jaren negentig kwam de divisie Semiconductors met een chip waarop bijna alle elektronica van een tv zat, de 'one chip tv'. Het bijzondere was dat de chip een heleboel zaken zelf regelde. Fabrikanten hoefden aan het einde van de productielijn bijvoorbeeld niet langer de kleurdekking met de hand in te stellen. Ook het testen werd simpeler. Alles bij elkaar bracht de one chip tv grote besparingen. Hij werd zo populair dat Philips Semiconductors in 1993 niet aan de vraag kon voldoen. Ook Japanse fabrikanten als Toshiba en Sanyo kwamen met one-chippers. Philips verkoopt ongeveer 80 procent van zijn one chip tv's aan externe fabrikanten, het is op dit gebied met 40 procent marktleider.

Maar in de elektronica rondom de one chip tv zijn er wereldwijd nog grote verschillen. ,,De grote fabrikanten ontwikkelden tot nu toe voor de VS een volledig andere tv dan voor Azie, Zuid-Amerika of Europa'', zegt Gunther Dengel, hoofd consumentenchips van Philips Semiconductors. ,,Met digitale chips zouden ze aanpassingen in principe alleen in software hoeven te doen.'' Over de hele wereld kan Philips dus exact dezelfde chips leveren, terwijl functies en standaarden een kwestie zijn van andere programmatuur. Dit verkort ook de productcyclus, want voor een nieuw model tv hoeft de elektronica niet per se te veranderen. Ook dat is een kwestie van andere software. ,,Het werkelijke verschil tussen digitale en analoge tv'', zegt Dengel, ,,is niet goedkoop of duur of betere beelden. Het werkelijke verschil is flexibiliteit.''

Arthur van der Poel, chief executive officer van Philips Semiconductors, zegt dat drie fabrikanten nog voor kerst '98 een tv op de markt zullen brengen met de digitale elektronica van Philips. Het Amerikaanse onderzoekbureau Paul Kagan Associates Inc voorspelt dat er dit jaar in totaal wereldwijd 100 duizend van dit soort digitale tv's zullen worden verkocht. Kagan verwacht dat dit zal groeien tot 4 miljoen stuks in 2004. Ter vergelijking: Philips Semiconductors verkoopt momenteel 50 miljoen analoge one chip-tv's per jaar. Van der Poel: ,,Het duurt nog minstens vijf jaar voor we die getallen evenaren met digitale chip-oplossingen.''

Microsofts topman Bill Gates ziet in de digitale consumententechnologie een uitgelezen kans om de riante groeicijfers van de softwaregigant ook in de toekomst te handhaven. Het afgelopen jaar probeerde Gates een voet tussen de deur te krijgen in de kabeltv-markt. Begin dit jaar werd bekend dat het Amerikaanse kabelbedrijf TCI 5 miljoen settop-kasten gaat uitrusten met WindowsCE en de Java-software van concurrent Sun. De softwarereus uit Redmond, Washington, nam vorig jaar ook een aandeel van 1 miljard dollar in Amerika's vierde grootste kabelbedrijf Comcast en kocht startup-bedrijf WebTV voor 425 miljoen dollar.

Met WindowsCE, een afgeslankte versie van Windows95 voor pc's, wil Microsoft zich toegang verschaffen tot de tv-markt. Nog dit jaar komen er drie tv's met de digitale chips van Philips op de markt die op WindowsCE draaien. Met deze software kunnen deze tv's in principe ook pc-achtige functies gaan uitvoeren, zoals surfen op Internet. WebTV-kastjes draaien al op WindowsCE.

Ook Intel kijkt met grote belangstelling naar de ontwikkelingen in tv-land. Het bedrijf heeft vrijwel een monopolie op de microprocessoren die het rekenhart vormen van pc's - het behaalde daarmee vorig jaar een winst van 14 miljard gulden op een omzet van 50 miljard gulden. Op 's werelds grootste computershow Comdex in Las Vegas kondigde Intels topman Andy Grove in 1996 zijn 'war for eyeballs' aan. Als tv-uitzendingen digitaal worden, dan kan Intels Pentiumchip volgens de redenering van Grove evengoed dienen als motor om tv-beelden op de pc af te spelen (of DVD-films vanaf het DVD-ROM station). Volgens Grove zouden pc's op den duur meer kijkers trekken dan tv's.

Om op de pc ook tv-stations te kunnen ontvangen voerden Intel en Microsoft samen met 's werelds grootste pc-fabrikant Compaq als 'DTV-team' een krachtige lobby in Washington. De machtsdriehoek uit de computerindustrie keerde zich tegen The Grand Alliance, de andere Amerikaanse lobbygroep die satelliet- en kabel-tv-maatschappijen samen met tv-fabrikanten als Philips, Zenith en Sony vormen. Deze alliantie kwam 18 standaarden voor digitale tv-uitzendingen overeen (van lage kwaliteit tot HDTV). Het DTV-team vindt dat veel te veel. De drie willen dat de tv-stations bij de invoering van digitale uitzendingen rekening houden met het ontwikkelingspad dat ze elk jaar uitzetten voor de personal computer. Het DTV-team is meer gecharmeerd van de Europese digital video broadcasting-standaard (DVB), die eenduidiger is en meer rekening houdt met interactiviteit.

Het DTV-machtsblok heeft echter flinke scheuren opgelopen. In een ongewone mate van openheid verkondigde Intel afgelopen december dat zijn DTV-strategie een 'volmaakte mislukking' is. Grove realiseert zich dat zijn war for eyeballs zal uitlopen op een oorlog voor een niet-bestaande markt als hij niet aan de standaardisatie-wensen van de tv-zenders tegemoet komt.

In de herfst van '97 nam Intel al gas terug. De chipgigant stapte toen af van het plan om pc's te ontwikkelen die digitale tv konden afspelen door de rekenkracht van Intels Pentium II microprocessor te gebruiken. Intel zegt het er niet bij, maar de Pentiums zijn voorlopig nog te zwak om alle pc- en tv-taken voor hun rekening te kunnen nemen. De chip komt wel in digitale settop-kastjes die straks alle 18 standaarden van de tv-alliantie zullen kunnen afspelen. Intel nam nog een opmerkelijke stap. Het bedrijf verkondigde dat de Windows-software van Microsoft voor Intel op tv-gebied niet langer heilig was. Iedereen mocht software leveren voor de digitale tv-kastjes waarin Intel-chips zaten.

Deze stappen zijn een duidelijke reactie op Microsofts WindowsCE-strategie. Microsoft heeft deze software intussen geschikt gemaakt voor allerlei settop-kasten en palmtopcomputers. Daarin draait WindowsCE niet alleen op chips van Intel, maar ook op die van Hitachi, Advanced Risc Machines, MIPS en AMD. De software van Microsoft maakt van al die elektronica een pot nat. Het resultaat is dat Microsoft een overheersende rol speelt, terwijl Intel in deze ontluikende markt wordt gedegradeerd tot een van de vele spelers.

Door de machtsstrijd tussen Microsoft en Intel zit de pc-industrie nu zonder duidelijke aanpak voor digitale tv op pc's. Er zijn al wel hybride pc/tv-apparaten op de markt verschenen. Maar het kost nu nog zo'n 2.000 gulden om van een pc ook een tv te maken. Dat komt omdat er zowel elektronica voor de pc als voor de tv in moet. Mike Grubbs, directeur convergence products bij Gateway 2000, zegt dat het nog minstens drie jaar zal duren voordat digitale tv op pc's betaalbaar wordt.

Ook tv-fabrikanten vrezen Microsoft. WindowsCE biedt weliswaar kansen, omdat onafhankelijke bedrijven met zo'n open standaard software kunnen ontwikkelen voor digitale tv's, naar analogie met de pc-wereld. Maar fabrikanten vrezen het paard van Troje binnen te halen. Microsoft heeft al een bijna-monopolie op de markt voor pc-besturingssystemen en zou die machtspositie ook in de wereld van de digitale tv kunnen krijgen. Matsushita, Toshiba, Hitachi, Thomson Multimedia, Sony en Philips praten daarom over de ontwikkeling van een eigen besturingssysteem op digitale tv's.

Philips heeft met de ontwikkeling van de superchip Trimedia een voorsprong op het gebied van digitale tv. Talloze Japanse en Amerikaanse fabrikanten kunnen weliswaar chips leveren die de decompressie kunnen doen die nodig is voor digitale tv, maar de Trimedia-processor van Philips is te programmeren. Net zoals een pc via software verschillende functies kan uitvoeren zorgt een Trimedia-processor er voor dat een tv verschillende taken voor zijn rekening kan nemen. Een tv met een Trimedia als rekenhart is bijvoorbeeld zodanig te programmeren dat hij via een telefoonlijn een videovergadering kan opzetten (er is natuurlijk ook een camera nodig). De chip is evengoed geschikt voor spraakherkenning, de technologie die toekomstige elektronica gebruiksvriendelijker moet maken. ,,De Japanners hebben hierop nog niet echt een antwoord'', zegt Van der Poel van Semiconductors.

Volgens Philips gaan vier van 's werelds zes grootste tv-fabrikanten een digitaal toestel maken op basis van Trimedia. Behalve Philips Consumer Electronics wordt alleen Samsung met name genoemd. Waarschijnlijk zijn de andere twee Japanse producenten.

Trimedia betekent ook bedreigingen. De investeringen die nodig zijn om de basis-software en de komende generaties Trimedia-chips te blijven ontwikkelen zijn zeer groot. Nu al bestaat het Trimedia-ontwerpteam van Philips Semiconductors in Sunnyvale, Californie, uit ruim honderd ingenieurs. In de computerindustrie zijn jaarlijkse investeringen van een half miljard gulden om een besturingssysteem te blijven ontwikkelen heel gewoon. Voor de ontwikkeling van elke nieuwe generatie Trimedia-processoren is eenzelfde bedrag nodig.

De evolutie naar analoge one chip tv's verminderde het aantal spelers al. Met de overgang naar digitale tv zal deze trend doorzetten. De technologierace wordt intensiever en straks blijven waarschijnlijk nog maar een paar belangrijke producenten van tv-chips over. Het zal uiteindelijk toegroeien naar een situatie zoals in de computerindustrie, waar nog slechts enkele fabrikanten de ontwikkelings- en productiekosten van microprocessoren kunnen opbrengen. Alleen de heel grote spelers met een flexibele technologie en een grote markt zullen zich staande kunnen houden.