'Het Gein wordt altijd over het hoofd gezien'

Het riviertje het Gein, op de grens van Utrecht en Noord-Holland, houdt al eeuwenlang stand tegen de oprukkende hoofdstad. Aan weerszijden van het watertje roemen de bewoners het met een rijke geschiedenis gezegende natuurgebied. Tegelijkertijd is men bang voor mogelijke ingrepen in het landschap.

Wie met de trein van Utrecht naar Amsterdam reist en voorbij Loenersloot uit het raampje kijkt, ziet hoe de kaarsrechte bomenrij langs het Amsterdam-Rijnkanaal opeens begint te wijken en een ongeschonden polderlandschap zich steeds verder opent. Ver vooruit ligt het boomrijke lint van het Gein, schijnbaar midden in die groene wereld. De trein nadert Abcoude, raast in een flits over de rivier en opzij- en terugkijkend ziet men opnieuw de weilanden met op de achtergrond het slingerende bomenlint van het Gein. Voorbij de Hollandse Kade, die de grens tussen Utrecht en Noord-Holland markeert, is het dan weer de alledaagse lelijkheid van Nederland die voorbij stuift.

Om te begrijpen hoe het groene intermezzo van het gebied tussen Abcoude en Amsterdam-Zuid-Oost zo goed bewaard is gebleven, moet men volgens Jan Slofstra, een inwoner van Abcoude die al bijna een kwart eeuw actief is voor alles wat met de Geinstreek heeft te maken, een atlas ter hand nemen. Dan ziet men hoe het gebied in elkaar steekt.

Dat de streek vrijwel ongeschonden de eeuwen heeft doorstaan, komt volgens Slofstra vooral door twee gunstige geografische en historische factoren. Ten eerste dat het Gein het grensgebied vormt tussen Utrecht en Noord-Holland waardoor het mogelijk was de expansiedrift van de hoofdstad in toom te houden. En ten tweede doordat het Geingebied aan de westkant stevig is afgegrendeld door de spoorlijn Amsterdam-Utrecht, ook al komt daarover in de toekomst ook een hogesnelheidstrein te rijden, en aan de oostkant door het Amsterdam-Rijnkanaal. Het spoor en het kanaal maken een stedelijke uitbreiding van Abcoude en Weesp richting Geingebied onmogelijk en de provinciegrens zorgt ervoor dat Amsterdam zijn handen verder thuishoudt.

Toch is er zwaar weer op til en zijn veel streekbewoners in sommige opzichten doodsbenauwd voor de toekomst. Wat de mensen dwarszit, is het plan van minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) om het oude spoor Amsterdam-Utrecht-Arnhem-Zevenaar, waaraan het NS-station Abcoude ligt, geschikt te maken voor de hogesnelheidstrein. Slofstra zegt dat praktisch iedereen in Abcoude erop tegen is dat deze treinlijn ,,op een monsterlijke manier'' zomaar over het Gein zou springen waardoor er enorme geluidswallen nodig zouden zijn en het dorp van het Gein wordt afgesneden. Net als de Hogesnelheidslijn in het Groene Hart zou het spoor ook hier verdiept of ondergronds moeten worden aangelegd, vinden de Verenigingen 'Spaar het Gein' en 'Spoorbuurt' en het gemeentebestuur van Abcoude. Ook de Tweede Kamer huldigt die opvatting. Een motie van het GPV-Kamerlid Stellingwerf hierover werd aangenomen. Maar de minister vindt een diepliggende, dan wel ondergrondse variant vooralsnog veel te kostbaar. Daarom zijn diverse onderzoekteams aan het werk gezet om alternatieven te bestuderen en te beoordelen.

Om de schoonheid van het Gein en het Geingebied te proeven, moet men te voet gaan of per fiets. Van Abcoude stroomafwaarts en bij huis 'Schoonoord' over de brug weer terug. Deze weg langs het Gein werd in 1795 door de Nederlandse stads- en dorpsbeschrijver Van Ollefen aangeduid als ,,zeker een van de aangenaamste wegen die men vinden kan: buitenplaats na buitenplaats; de eene nog schooner dan de ander''. Van de lange sliert van door rijke Amsterdammers bewoonde buitenplaatsen is vrijwel niets meer over. Alleen Schoonoord, waarvan de huidige versie uit 1875 dateert en dat gebouwd was op de plek waar het Gein overgaat in de Gaasp, herinnert nog aan Van Ollefen. Omstreeks 1800 is de tuin van het huis aangelegd als een Engels landschapspark. Heel groot en uitgestrekt was het, maar in de jaren dertig van deze eeuw is er ruim de helft afgegaan voor de aanleg van de provinciale weg van het Gooi via Weesp naar Amsterdam.

Een mooier bouwwerk is de zeventiende-eeuwse boerderij 'Geinrust' aan de overzijde van de rivier. Vroeger hoorde de boerderij bij een fraaie buitenplaats, waaraan ook de naam is ontleend. Tegenwoordig wordt 'Geinrust' door een Duits echtpaar bewoond. Even imponerend, en nog steeds onderdeel van een echt boerenbedrijf, is 'Oostgein'. Hier woont het veehoudersechtpaar Henk en Wilma den Hartog. Henk en zijn broer hebben het modernste en grootste bedrijf van de streek: zeventig hectare weidegrond met gemiddeld 2,7 koeien per hectare. Ze hebben wel eens elders rondgekeken naar betere bedrijfsmogelijkheden, onder meer in Canada en in Denemarken, Maar ze zijn gebleven. Volgens Wilma den Hartog omdat ,,dit hier toch wel het mooiste plekje van het land is'' en volgens haar man ,,omdat je als boer nu eenmaal een bijzondere band met je grond hebt''. Of ze nooit zullen weggaan, weet hij niet. ,,Er zou hier ook huizenbouw of een vliegveld kunnen komen en dan moet je wel'', zegt hij.

Amsterdammers kennen de schoonheid van het Gein. Het riviertje is een geliefd ommetje voor toerfietsers en racemaniakken. ,,Vroeger was het hier zomers heel gezellig met veel bootjes, recreanten, en zwemmen in het Gein'', vertellen boer Bakhuisen en zijn vrouw Riet onder het genot van vele koppen koffie. ,,Maar dat mag allemaal niet meer van het hoogheemraadschap. Destijds kwam ook de ijscoman uit Amsterdam hierheen. Vier kroegen hadden we: De Waterlelie, Het Schone Gein, De Vink en nog een waarvan de naam me nu ontschiet. Maar voor bootjes huren of naar een uitspanning gaan, is geen interesse meer.''

Al dertig jaar is Bakhuisen zelfstandig ondernemer. Hij stamt uit de tijd dat een boer nog een boer was en geen halve computerdeskundige. Honderd jaar geleden kwam zijn grootvader naar de plek aan het Gein. ,,Hij kwam uit Sloten, waar zijn bedrijf moest wijken voor stadsuitbreidingen.'' Van het bedrijf, dat van vader op zoon overging en dat oorspronkelijk 26 hectare groot was, is maar twee hectare overgebleven. Alles moest weg voor de oprukkende stad, Amsterdam Zuid-Oost. ,,Van ons bezit werd 96 procent onteigend'', zegt Bakhuisen, ,,maar mij hoor je niet klagen. Ik heb er een mooie prijs voor gekregen en bovendien kan ik tegenwoordig weer ruim twintig hectare bijhuren.''

Uit de bijdrage van C.J. de Bruijn Kops, oud-conservator van het Rijksmuseum in Amsterdam, aan het onlangs uitgekomen boek Het Gein, levensloop van een rivier klinkt wel heel wat weemoed. ,,Mijn vroegste herinneringen aan het Gein gaan terug tot mijn middelbare-schooltijd in Amsterdam, bijna zestig jaar geleden. Met vrienden maakten we toen veel roeitochten door Amstelland en het Vechtplassengebied. Het spelevaren in de groene stilte van het Gein, waaraan de slingerende loop iets geheimzinnigs gaf, behoorde tot de hoogtepunten van het roeiplezier.''

Een betrekkelijk nieuwkomer is de Amsterdamse archeoloog Jan Slofstra. Sinds 1971 woont hij in Abcoude. Direct na zijn komst is hij zich sterk met de streek gaan bezighouden. Actieleider of lokale activist wil hij liever niet genoemd worden, maar 'vrijwilliger' mag wel. Nadat hij in de jaren zeventig samen met de inmiddels overleden Amsterdamse historicus D.G. Carasso heel actief was in de Vereniging Leefbaarheid Abcoude/Baambrugge is hij nu voorzitter van de Vereniging Spaar het Gein. ,,Mijn inzet, en die van anderen, blijft nodig'', zegt Slofstra, ,,want je weet nooit wat je boven het hoofd hangt. De ellende is dat bedreigingen soms wel tijdelijk worden afgewend, maar nooit definitief verdwijnen. Je ziet ze steeds weer opduiken net als je denkt dat het voorbij is. Dan blijkt dat bedreigende plannen nooit van de plank zijn verdwenen''.

De hoofdstad is dichtbij en Abcoude ligt geografisch goed aan de snelweg Amsterdam-Utrecht. Het is makkelijk bereikbaar, maar wie op de kaart kijkt, ziet al gauw dat er in het wegenpatroon een stuk ontbreekt. Volgens Jan Slofstra zou een verbinding tussen Hoofddorp/Schiphol en Lelystad heel voor de hand liggend zijn. ,,Over die weg, de A6, is al heel vaak gesproken, maar je begrijpt wel dat zo'n rijksweg natuurlijk niet dwars door het Gein en dwars door het Naardermeer heen kan gaan. Momenteel is het ook geen erg acute bedreiging, maar dat kan elke dag weer veranderen''.

Het Geingebied wordt volgens Slofstra stelselmatig en op alle niveaus over het hoofd gezien. Geen enkele natuurbeschermingsorganisatie en geen enkele overheid heeft er speciale plannen mee. Slofstra: ,,Dit gebied heeft zo'n subtiel en schilderachtig karakter, zulke bijzondere zichtassen en zichtlijnen en er zijn zo veel historische en esthetische elementen op een kluitje, dat dat aan de hogere instanties ontgaat. Misschien moeten we daar maar heel blij mee zijn, want ik ben als de dood voor die kleine machthebbers van het Nederlandse landschap die vinden dat alles op de schop mag als het maar op een esthetische manier gebeurt. Gelukkig zijn zulke types hier nog niet gesignaleerd.''