Zwaarbelaste politiemensen moeten leren omgaan met emoties; Stress hakt er fors in bij de politie

In Ede congresseerden gisteren politiefunctionarissen over stress. Over reorganisaties, machocultuur en “de moed je kwetsbaar op te stellen”.

EDE, 31 MAART. Hij wordt nog net niet weggehoond. Socioloog F. Driessen leidt het seminar 'conflicthantering' op het congres 'Werkdruk en stress bij de Nederlandse politie'. Vorig jaar liet hij in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken 342 koppels agenten observeren tijdens hun werk op straat, vertelt hij. De conclusie van het onderzoek: de burger is heel tevreden met het politieoptreden, zelfs wanneer de diender hem bekeurt. Maar de bezoekers van het seminar, duidelijk bedreven in verhoortechnieken, ontfutselen hem al snel dat slechts 57 burgers werden ondervraagd.

De politie, vindt de zaal, komt toch juist steeds vaker met burgers in conflict? Zie bijvoorbeeld de rellen in Groningen, Zeeland en in andere plaatsen waar de jeugd zich en masse tegen agenten keert. “En agenten onderling krijgen ook steeds vaker ruzie”, zegt iemand. Driessen: “Maar hoe komt dat nou? Zijn toehoorders, in koor; “Te weinig politie!”

Begin dit jaar zette de FNV de werkdruk hoog op de agenda voor de komende CAO-onderhandelingen. Uitgeverij Kerkebosch in Zeist, die samen met de vakbond een softwarepakket over stress op het werk ontwierp, organiseerde daarom gisteren in Ede alvast een congres over stress bij de politie. Bezocht door bedrijfsartsen en -psychologen, rechercheurs en beleidsmedewerkers. Meer blauw op straat, of ten minste voldoende blauw, daar leken de meeste toehoorders onder druk van de reorganisaties bij de politie nauwelijks meer in te geloven. Dus werden met name de effecten van het tekort besproken.

Minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) presenteerde eind vorige week op de valreep een berekening van de extra politiesterkte die voor deze kabinetsperiode was toegezegd. Volgens Dijkstal zijn er 3.715 agenten bij gekomen - 35 minder dan beloofd. Nederland telt nu bijna veertigduizend agenten. “Dijkstal is wel slim”, zegt J. van Duijn, voorzitter van de Nederlandse Politie Bond, tijdens een pauze. “Hij geeft nog steeds geen precieze cijfers over het aantal agenten op stráát. En de politiesterkte die er in 1994 bij kwam omdat ze al door het vorige kabinet was beloofd, telt hij er gewoon bij op.”

Het tekort aan agenten zou voor een groot deel kunnen worden bestreden door ze efficiënter in te zetten. Eerst werden daarom vier jaar geleden 148 gemeentelijke politiekorpsen samengevoegd tot 25 regiokorpsen, nu is de flexibiliteit van de organisatie aan de beurt. Hoezeer de reorganisaties ingrijpen in het leven van agenten, meldt korpschef P. Tieleman van de regiopolitie Zuid-Holland-Zuid in zijn voordracht. Toen zijn korps werd omgevormd tot een 'platte' organisatie met meer verantwoordelijkheid op lagere beleidsniveaus, is eenderde van het korps naar de maatschappelijk werker gestapt. En tien procent heeft inmiddels psychotherapeutische hulp gekregen.

Het betekent ook al heel wat als agenten naar een hulpverlener wíllen, blijkt tijdens het congres. De groepsnorm en de machocultuur overheersen bij de politie nog steeds. Om dat te doorbreken zijn “bedrijfsopvangteams” ingesteld. Bij de politie Haaglanden beslissen agenten die zich vrijwillig als bedrijfsopvanger hebben aangemeld, op basis van een top-12 van ingrijpende incidenten wanneer het zinvol is eens met een collega over emoties te praten. Op nummer 1 staat “collega gedood of gewond tijdens het werk”; op 12: “Eerste optreden bij seksueel misbruik.” Indien gewenst volgen er dan drie gesprekken. Indien nodig wordt uiteindelijk de hulp van een psycholoog ingeroepen.

Ook wat betreft reorganisatiestress pleit korpschef Tieleman voor “moed om je kwetsbaar op te stellen”. Bedreven in het new-age jargon dat ook is doorgesijpeld in het management bij de politie, spreekt hij van “interne bakens zoeken” onder het motto: evenwicht in een organisatie begint bij “evenwicht in jezelf”.

J. van Duijn, die na de korpschef spreekt, kan zich maar met moeite aan zijn geplande voordracht houden. Tieleman noemde met name de Arbeidstijdenwet een “monster” voor agenten “die hun werk goed willen doen”. De Arbeidstijdenwet, zegt Van Duijn later, wordt mede dankzij de korpsleiding nu al “duizenden keren per dag” overtreden bij de politie. En als in oktober de 36-urige werkweek bij de politie wordt ingevoerd, vermindert de capaciteit van de politie opnieuw, aldus Van Duijn. “Alleen al om dat op te vangen heb je zo'n 2.000 agenten extra nodig.”

Het beroep van politierechercheur staat volgens het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nummer 3 op de lijst van beroepen waarin onder de hoogste tijdsdruk wordt gewerkt. Tijdens de workshop 'werkdruk' noemt een rechercheur de Arbeidstijdenwet “absoluut niet werkbaar”. Verhoren lopen uit, officieren hebben hun proces-verbaal snel nodig. “Dan kun je wel zeggen: mijn tijd zit erop, maar er is niemand om het over te nemen. En als daardoor een grote crimineel naar huis wordt gestuurd - dat gebeurt echt - dán schiet je pas in de stress.”