Voor altijd een man van het grashockey

De hockeyhoofdklasse bestaat 25 jaar. Dio Hermens vestigde in het eerste seizoen 1973-'74 een record dat nog steeds staat. Op 38-jarige leeftijd werd de Kampong-doelman in 22 duels slechts negen keer gepasseerd.

BUNNIK, 31 MAART. Nog regelmatig staat Dio Hermens (62) langs de zijlijn bij 'zijn Kampong' en telkens weer verbaast de voormalige doelman zich over de snelheid van het hedendaagse hockey. “Op kunstgras is het een totaal andere sport. Een wereld van verschil met wat wij vroeger deden.”

Gras was de ondergrond waarop vijfentwintig jaar geleden de hoofdklasse van start ging. Hermens stond destijds onder de lat bij Kampong, een van de twaalf clubs uit de nieuwe topdivisie van het Nederlandse hockey. Met de oprichting hoopte de bond een middel in handen te hebben “tot verbetering van het speelpeil bij de clubs en van het Nederlands elftal”, zoals in de Nota Hoofdklasse uit december 1971 stond beschreven.

Voor Hermens groeide de eerste jaargang van de hoofdklasse (1973-'74) uit tot een onvergetelijk seizoen. Kampong won dat jaar de landstitel. Hermens vertolkte een hoofdrol in het Utrechtse doel. In 22 wedstrijden stond hij slechts negen tegentreffers toe - een record dat tot op heden overeind staat. “In de laatste wedstrijden was ik nog maar met één ding bezig: onder de tien blijven. Daar leefde ik voor.”

Kampong bestond destijds uit een verzameling jeugdig talent, van wie André Bolhuis en Paul Litjens de belangrijkste exponenten waren. “Een gouden elftalletje”, volgens Hermens, met zijn 37 jaar veruit de oudste van de ploeg. Om die status te onderstrepen koos hij bij het begin van het seizoen voor een rugnummer dat correspondeerde met zijn leeftijd. “Ik wist niets beters te verzinnen en bovendien was mijn leeftijd geen geheim.”

Hermens debuteerde pas op 33-jarige leeftijd in het eerste van Kampong. In de jaren daarvoor was hij naar eigen zeggen een verdienstelijk voetballer geweest bij Zwaluwen Vooruit, een van de vele clubs uit Utrecht. Hermens beëindigde zijn voetbalcarrière nadat hij “voor de zoveelste keer met kapotte knieën en schenen was thuis gekomen”.

Op aanraden van zijn zes broers en zusters koos hij voor hockey en schreef hij zich in bij Kampong. “Omdat ik alleen maar tegen een balletje aan kon schoppen, werd ik in het doel gezet.” Zijn voetbalverleden bleek tot zijn eigen verbazing een groot voordeel. “Als voetballer had ik geleerd om altijd rechtop te blijven staan, iets wat hockeyers per definitie niet doen. Ook keepers hangen altijd voorover, waardoor ze vaak niet snel genoeg reageren.”

Strafcorners boezemden Hermens geen ontzag in. “Hoe harder ze schoten, hoe meer ik genoot. Als ik de bal maar kon zien. Litjens kon ongelooflijk hard op doel slaan, maar tijdens de trainingen had hij een kwaaie aan me. Want ik was poepie fanatiek.” Dat laatste zegt de gepensioneerde financieel adviseur nog altijd te zijn, al zou hij soms graag anders willen. “Mijn fanatisme ontneemt mij vaak het zicht op de werkelijkheid.”

Bondscoach Wim van Heumen bleek destijds gecharmeerd van de onverzettelijke Kampong-doelman. “Na afloop van de kampioenswedstrijd tegen Hattem kwam de oude Van Heumen naar me toe. 'Dio, het is jammer dat je al zo oud bent, want anders had ik je vast en zeker een keer uitgenodigd voor de nationale selectie', zei hij.”

Het hedendaagse hockey in de hoofdklasse volgt Hermens slechts zijdelings. “Ik ga nog wel kijken, maar ik heb er niet zoveel meer mee. Het is vooral snelheid en techniek wat tegenwoordig de klok slaat. Geef mij maar gras. Soms stuiterde dat balletje alle kanten op als er zo'n polletje in de weg stond. Niet iedereen kon dat waarderen, maar ik vond dat juist wel geinig.”