Voetbalboycot

TOEN ER TWINTIG jaar geleden - de 'politieke' jaren zeventig waren nog in volle gang - de wereldkampioenschappen voetbal in Argentinië in aantocht waren, was het in menig huiskamer onrustig. Dat de dictatuur van generaal Videla één van de grofste ter wereld was, werd door menigeen erkend. De boycotactie 'Bloed aan de paal' van het duo Bram Vermeulen & Freek de Jonge was dan ook niet aan dovemansoren gericht.

Maar voetbal bleef voetbal. En dus ging het Nederlands elftal toch naar Argentinië, waar het uiteindelijk zelfs de finale haalde die Oranje onder het toeziend oog van Videla op de eretribune vervolgens verloor.

'Bloed aan de paal' was niet de laatste poging om politieke doelstellingen via een sportboycot te realiseren. Twee jaar later werd het wapen weer halfslachtig ingezet: ditmaal tegen de Olympische Spelen in Moskou, waar de partijleiding ruim een half jaar eerder had besloten tot een militaire interventie in Afghanistan. De Amerikaanse atleten bleven thuis, maar de Nederlandse regering liet het aan de sporters zelf over. Vier jaar later waren de rollen omgedraaid en besloot de Sovjet-Unie tot een boycot van de Spelen in Los Angeles wegens de 'anti-Sovjet-hetze' in de VS.

Veel soelaas bood het allemaal niet. De wedstrijden gingen steeds door. Hooguit bleven er her en der sporters achter, gefrustreerd over het feit dat de politiek over hun hoofden heen had besloten.

VERGELEKEN MET deze drie boycots is de vriendschappelijke wedstrijd tussen de voetbalelftallen van Nigeria en Nederland een kleine kwestie. Aan de vooravond van het wereldkampioenschap voetbal, deze zomer in Frankrijk, wordt er op 5 juni in Amsterdam door beide landen een oefenduel gespeeld. Deze wedstrijd is in strijd met de Europese (sport-)boycot die eind 1995 werd afgekondigd bij wijze van reactie op een reeks doodvonnissen tegen oppositieleiders in Nigeria. Het militaire bewind van generaal Sani Abacha regeert Nigeria met alle denkbare middelen. Vooral minderheden, zoals het Ogonivolk in het zuiden waarvan onder andere de geëxecuteerde schrijver Ken Saro-Wiwa zich tolk had gemaakt, worden scherp onderdrukt. Tegen het vertegenwoordigende elftal van deze dictatuur - het Nigeriaanse bewind heeft, ook als het om voetbal gaat, alles onder controle - speelt Oranje over twee maanden een oefenpotje.

Volgens het kabinet zou deze wedstrijd niet mogen doorgaan. De KNVB is zich echter van geen kwaad bewust. Toen de afspraken met de Nigeriaanse voetbalbond werden gemaakt, wisten de bestuurders niet van een boycot, aldus voorzitter H. Kesler van de sectie betaald voetbal. Pas in november zou de KNVB op de hoogte zijn gesteld. En toen was er geen weg meer terug. Bovendien zou afgelasten van de oefenwedstrijd potsierlijk zijn omdat ook het Duitse elftal komende maand tegen de Nigerianen voetbalt. Daar wordt dat de normaalste zaak van de wereld gevonden, hoewel ook de Bondsrepubliek zich bij de boycot heeft aangesloten.

NA EEN KORTE maar hevige uitwisseling van meningen, afgelopen weekeinde rijkelijk laat aangezwengeld door minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking), hebben staatssecretaris Terpstra (Sport) en KNVB nu een compromis bereikt. De wedstrijd in Amsterdam gaat door, maar zonder franje: de voetballers mogen voetballen, maar de officials zullen niet voor de gebruikelijke hapjes en drankjes worden uitgenodigd en de volksliederen zullen niet weerklinken.

Voor de voetballiefhebbers is dat een opluchting. Het Nigeriaanse voetbal is zo ongeveer het leukste ter wereld. Maar voor het overige is het een compromis van niks. Als een sportboycot tegen een dictatoriaal bewind, dat de rechten van de mens schendt, al niet van toepassing is op een vriendschappelijk duel, dan rijst de vraag of de boycot wel serieus bedoeld is.

Generaal Sani Abacha kan met een gerust hart uitzien naar het wereldkampioenschap in Frankrijk. Voor hem zijn sport en politiek twee loten aan dezelfde stam. Voor Nederlandse politici zijn sport en politiek alleen verbonden als alles gezellig blijft.

Milieu en landschap