Voetbal wint het van mensenrechten

Het Nederlands voetbalelftal wil een oefenwedstrijd spelen tegen Nigeria, mede-deelnemer aan het wereldkampioenschap. Maar er is een complicatie: de Europese Unie heeft tegen dit land een boycot ingesteld wegens schending van de mensenrechten.

DEN HAAG, 31 MAART. Met boycots in het algemeen, en sportieve boycots in het bijzonder, moeten regeringen voorzichtig zijn. Zij moeten voldoen aan het vereiste van geloofwaardigheid en effectiviteit, zowel tegenover de eigen bevolking, de internationale gemeenschap als om de moreel vaak beladen zaak zelf. Mensenrechtenschendingen bijvoorbeeld, zoals ooit in Zuid-Afrika, en later in China of Nigeria.

Duidelijkheid en consequent gedrag zijn geboden, zoals het stormpje over een geplande oefenwedstrijd van een groep Nederlandse groot-geldverdieners tegen Nigeriaanse collega's laat zien. Want, wat de wedstrijd zelf straks ook moge bieden, het politieke 'voorspel' moet alvast worden ingeboekt als onder de maat.

Welke indruk dringt zich op? Deze: het kabinet heeft langdurig, maar niet zo intensief, geworsteld met het vraagstuk of die wedstrijd wel door kon gaan, maar het hield de kiezen liever nog even op elkaar, mogelijk omdat de verkiezingen eraan komen en de traditioneel conservatieve aanhang van de grootste sportbond liever naar voetbal kijkt dan luistert naar vertogen over de schending van mensenrechten. De klachtenlijst is echter niet mis. Het kabinet van de premier die wekelijks de stand van de eredivisie bijhoudt, heeft weinig reden daarover trots te zijn of zelfs maar begrip te vragen voor zijn argeloosheid in een weerbarstig dossier.

De bezwaren tegen de moorddadige militaire dictatuur in Nigeria hadden een betere behandeling verdiend. Eerst was er de Europese Unie die, in 1995, na enig nadenken, afzag van een olieboycot. In plaats daarvan werd besloten tot een tijdelijke boycot, voor de duur van twee jaar, van sportieve en andere contacten met vertegenwoordigers van dat land. Wat er in Nederland bijvoorbeeld toe leidde dat het Nigeriaanse elftal en zijn vroeger voor het Maastrichtse MVV spelende trainer Jo Bonfrère zich najaar 1995 dus niet in een Limburgs trainingskamp mochten komen voorbereiden op de wedstrijden om de Afrika-Cup. In plaats daarvan gingen zij toen naar Israel.

Over de EU-boycotmaatregel, en haar verlenging van vorig najaar, hadden de ministers Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) en Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) een half jaar geleden wel de Tweede Kamer geïnformeerd, maar zonder daarbij veel tijd te besteden aan de interessante uitzonderingsbepalingen die, op verzoek van Parijs, golden voor het wereldkampioenschap voetbal in Frankrijk en daarmee samenhangende oefenduels tegen het Nigeriaanse team. Een team trouwens waarvan de spelers in hoofdzaak spelen in landen van de EU (in Nederland, Duitsland, Spanje bijvoorbeeld). In die 'Schengen-landen' hebben zij een verblijfs- en werkvergunning, die in Nederland eens per half jaar geruisloos wordt verlengd, zoals geldt voor de Ajax-spelers Babangida en Oliseh.

Leerzaam is het verloop van de gebeurtenissen. Minister Pronk, ook in dit verhaal weer enigszins de principiële zaterdagvoetballer, vertrouwt de vroegere Olympische zwemster Erica Terpstra, vandaag liberaal staatssecretaris van VWS, kennelijk niet geheel in haar omgang met de KNVB in een ernstige kwestie als de boycot van een ongewenst regime. Wat doet hij dus? Hij laat zich, voor het kabinet afgelopen vrijdag nogmaals over de kwestie zou spreken, interviewen voor het Vlugschrift (28 maart) van de PvdA en zegt dat het een “schande” zou zijn indien het echt tot een oefenduel tegen Nigeria zou komen. Zodat collega Van Mierlo, die daarover niet echt met Pronk van mening verschilt, afgelopen weekeinde voor de televisie namens het kabinet mocht uitleggen dat eventueel rekening moest worden gehouden met mogelijk eerder aangegane juridische verplichtingen van de KNVB. Zodat Jan Pronk de ridder van de linkervleugel van de PvdA kan blijven en het oefenduel overigens gewoon doorgaat. Met Babangida, Oliseh en die andere Nigeriaanse voetbalkunstenaars, die met het militaire regime in hun thuisland vermoedelijk even weinig ophebben als de gebroeders De Boer van Ajax.

Staatssecretaris Terpstra heeft er gisteren haar spijt over uitgesproken dat de KNVB in een kwestie als deze tekortschiet in zijn “maatschappelijke verantwoordelijkheid”. Dat verwijt klinkt aardig, maar is niet reëel uit de mond van een vertegenwoordigster van de overheid. Want bedrijven en maatschappelijke organisaties mogen in zulke gevallen van de overheid duidelijke, liefst effectieve regels verlangen. En niet worden overgelaten aan een voor hen tamelijk schimmig begrip als hun “maatschappelijke verantwoordelijkheid”. Een sportieve boycot als middel om een behaaglijke nationale verontwaardiging uit te drukken was er bijvoorbeeld ook in 1956, toen de Nederlandse regering het vaderlandse NOC zover kreeg om, wegens de Sovjet-inval in Hongarije, weg te blijven van de Spelen van Melbourne. Nadien is daarover nauwelijks meer iets gehoord.

Als straks miljoenen Nederlandse voetbalkenners terugkijken op een omstreden oefenduel tegen Nigeria, klinkt wellicht weer gewoon als vanouds: Oranje boven!

Critici Nigeriaans regime terechtgesteld

De Europese Unie heeft in december 1995 sancties ingesteld tegen Nigeria wegens de schendingen van de mensenrechten in dat land. Een van de maatregelen betrof sport: officiële delegaties van sporters en nationale Nigeriaanse teams kregen geen visum meer voor lidstaten van de Europese Unie. De sancties hadden geen gevolgen voor individuele Nigeriaanse sporters die in landen van de Europese Unie werkten.

De directe aanleiding voor het instellen van de sancties was de terechtstelling van negen critici van de Nigeriaanse regering op 10 november 1995. Onder hen bevond zich de bekende schrijver-activist Ken Saro-Wiwa. De negen protesteerden tegen de milieuverontreiniging die het Ogoni-volk in de delta van de rivier de Niger bedreigt. Volgens de Nigeriaanse regering werden ze terechtgesteld wegens moord op een Ogoni-leider.

Op 5 juni 1996 werd Nnimmo Bassey, een prominente Nigeriaanse milieu- en mensenrechtenactivist, gearresteerd toen hij op het vliegtuig naar Nederland wilde stappen om op een congres te spreken over milieuvervuiling in Ghana.

De mensenrechtensituatie in Nigeria is nog altijd slecht. Veel tegenstanders van het militaire regime zitten om politieke redenen in de gevangenis. Volgens Amnesty International wordt in Nigeriaanse gevangenissen nog altijd gemarteld.