Van Aartsen kritisch over steun aan boeren

DEN HAAG, 31 MAART. De inkomensondersteuning aan Europese boeren zoals die vandaag wordt besproken in de Agenda 2000 is nu al achterhaald en zal binnen afzienbare tijd moeten worden aangepast.

De Europese belastingbetaler zal in de volgende eeuw niet meer bereid zijn mee te betalen aan compensatie voor lagere prijzen voor boeren, zeker niet als deze steun niet afhankelijk wordt gemaakt van maatschappelijke behoeften als natuur, landschap, economische duurzaamheid en dierenwelzijn. Dat zei minister Van Aartsen (Landbouw, VVD) gisteren tijdens de derde Mansholtlezing van de Vereniging van Europese Journalisten. PvdA'er dr. S. Mansholt, die in 1995 overleed, was in de jaren zestig minister van Landbouw en een groot voorstander van herziening van het Europese Landbouwbeleid.

“Er zijn in en rondom de landbouw allerlei ontwikkelingen gaande die duiden op systemen die weinig stabiel en duurzaam zijn”, aldus Van Aartsen. Systemen als de inkomensondersteuning zijn volgens de minister geen goede peilers om het landbouwbeleid in de 21-ste eeuw op te bouwen.

Een trendbreuk is volgens hem noodzakelijk. “Signalen daarvoor komen niet alleen uit Nederland of uit de Europese Unie, maar zijn ook internationaal aan de orde.”

Het is volgens Van Aartsen aan de overheid om een “krachtige impuls te geven, niet meer dan dat” om deze trendbreuken te forceren, maar ook de landbouwsectoren zelf zullen actie moeten ondernemen. Als voorbeeld noemde de minister de varkenshouderij. De overheid heeft in het uitbreken van de varkenspest, februari vorig jaar, het moment gezien te breken met de oude wijze van varkenshouderij en een verregaande herstructurering in gang te zetten. Afgesproken is om in twee termijnen de varkensstapel met een kwart te laten inkrimpen en meer aandacht te besteden aan het welzijn van de varkens.

“Als de sector nu zelf in beweging komt, dan wordt een tweede generieke korting van 15 procent van de varkensstapel in 2000 overbodig”, zei Van Aartsen. De wet herstructurering varkenshouderij wordt deze maand in de Eerste Kamer behandeld.

De landbouwsector moet proberen het vertrouwen van de consument terug te winnen. Nu zegt ongeveer eenderde van de Europese bevolking weinig vertrouwen in de landbouw te hebben. Crises als BSE en de varkenspest hebben dit onderwerp hoog op de politieke agenda gezet, en terecht, vindt Van Aartsen. “De landbouw en voedingsmiddelensector zijn misschien nog te veel op zoek naar marginale oplossingen. Men laat zich te veel leiden door wat maatschappelijk nog net aanvaardbaar is. De leidraad zou moeten zijn wat maatschappelijk gewenst wordt”, zei hij.

Van Aartsen noemt het makkelijk te verklaren waarom trendbreuken zo moeilijk in beleid te vatten zijn. “Het zijn vaak pijnlijke ingrepen. Waarom lijkt het wel of we steeds maar weer op de volgende crisis moeten wachten? Ik zie het als onze taak ontwikkelingen die om trendbreuken vragen aan de orde te stellen.” De oplossing om toch tot de noodzakelijke wijzigingen in het landbouwbeleid te komen ligt volgens Van Aartsen bij de Wereld Handelorganisatie (WTO). “Nieuwe WTO-accoorden zullen nodig zijn om in de toekomst verdere beleidswijzigingen te stimuleren.”

Nederland kan zelf een voortrekker zijn door nu al in te spelen op maatschappelijk gewenste productiemethoden. “Misschien moeten we niet langer wachten op een EU-besluit. Door de vernieuwingsimpuls die van zo'n eenzijdige aanpassing uitgaat zou de sector zich in plaats van een concurrentienadeel juist een voordeel kunnen verschaffen.”