RATIONALITY AND SOCIETY

Het kwartaalblad Rationality and Society is een uitgave van SAGE Publications Limited, 6 Bonhill Street, London EC2A 4PU, UK.

Milieuzorg is een kwestie van veel woorden en weinig daden, ook bij het publiek. Dat blijkt uit steekproeven bij 392 inwoners van Bern en 965 inwoners van München. Vierenzeventig procent van de groep personen die zichzelf het meest milieubewust noemden, had in de laatst genoten vakantie gebruikgemaakt van auto en vliegtuig.

Vierenvijftig procent van die groep bezit een auto, en meer dan de helft van die groep heeft een auto zonder katalysator. Negenendertig procent van de milieufans en freaks doet geen enkele poging om het gebruik van warm water in het huishouden te verminderen en maar liefst 38 procent van hen laat de verwarming op volle toeren draaien als ze het huis 's winters verlaten voor een langere tijd, bijvoorbeeld een weekeinde.

Andreas Diekmann van de universiteit van Bern en Peter Preisendorfer van de universiteit van Rostock doen verslag van deze en andere bevindingen in Rationality and Society. Uit hun onderzoek blijkt dat milieubewust gedrag zo heterogeen is dat de respondenten altijd wel een aspect konden vinden waarop ze meer dan gemiddeld ecologisch correct konden scoren. Ze hadden dan ook de neiging om de aspecten waarop ze zelf goed scoorden veel hoger te waarderen dan andere vormen van miliebubewust gedrag. Ook blijkt uit het onderzoek dat de respondenten milieubewuster waren naarmate het minder kost.

Het bevorderen van milieubewust gedrag stuit volgens de auteurs op twee fundamentele problemen. Het eerste is dat er te weing economische prikkels tot milieubewust gedrag zijn. Een voorbeeld daarvan is dat ecologisch onverantwoorde producten vaak goedkoper zijn dan ecologisch verantwoorde.

Een ander voorbeeld is dat de directe kosten van alle vormen van vervoer hoger zijn dan die van het vervoer per auto.

Het tweede probleem is een specifiek dilemma. Want geredeneerd vanuit het individu is de verbetering van het milieu afhankelijk van andermans gedrag. Als alle andere burgers hun afval halveren zal de hoeveelheid huishoudafval met 50 procent afnemen, waarbij het gedrag van een enkel individu niet meer ter zake doet. Dat dilemma is terug te vinden in het gegeven dat bijna de helft van de respondenten het eens is met de stelling dat hun eigen gedrag weinig invloed heeft op de kwaliteit van het milieu. Toch noemt 84 procent van de respondenten zich zelf milieubewust, terwijl 60 procent het eens is met de bewering dat de meerderheid van hun medeburgers geen knip voor de milieu-neus waard is.

Deze vorm van zelfverheffing en zelfbedrog maakt het volgens de auteurs wel heel moeilijk om het gedrag te veranderen. Daarom vestigen ze hun hoop op economische prikkels. En daar hebben ze goede redenen voor gevonden in de onderzoeksresultaten. Zo is het percentage respondenten dat de verwarming afzet bij langer durende afwezigheid in München meer dan drie keer zo hoog als dat in Bern.

De verklaring voor de ecologische correctheid van de Münchenaren is dat ze allemaal een individuele rekening krijgen en dat het merendeel van de respondenten in Bern de rekening samen met buurtbewoners betaalt.

Een ander voorbeeld van de kracht van economische prikkels vonden ze in het verschijnsel dat de burgers van Bern veel milieubewuster met afval omgingen dan die van München. Vlak voor het onderzoek plaatshad was de gemeente Bern overgestapt op een andere berekening voor de kosten van het inzamelen van afval.

De gemeente berekende de kosten niet meer op basis van het aantal personen per huishouden maar op basis van de hoeveelheid te verwerken afval. Daardoor groeide de afval dat geschikt is voor hergebruik van 4.700 ton in 1989 tot 17.800 ton in 1994.

De hoeveelheid huishoudafval waarvoor betaald moest worden, daalde van 36.400 tot 31.700 ton en de hoeveelheid in te zamelen afval uit de publieke omgeving, waarvoor dus niemand individueel betaalt, steeg van 600 tot 3.400 ton.