Oz: Israel doet het niet zo slecht

De Israelische schrijver Amos Oz krijgt de belangrijkste literaire prijs van zijn land, zeer tegen de zin van enkele rechtse parlementsleden. “Ik heb deze mensen dertig jaar lang kwaad gemaakt. Ik zou verbaasd zijn geweest als ze niet hadden geprotesteerd.”

JERUZALEM, 31 MAART. Symbolischer kan het haast niet: aan de vooravond van de vijftigste Onafhankelijkheidsdag van Israel wordt de meest prestigieuze literaire prijs die het land heeft, toegekend aan Amos Oz, en drie dagen later kondigt de rechtse Nationaal Religieuze Partij (NRP) aan desnoods naar het Hooggerechtshof te zullen stappen om de toekenning ongedaan te maken. Oz is immers niet alleen een internationaal bekend en gewaardeerd schrijver, hij is tevens een gepassioneerd vredesactivist, die zich meer dan eens scherp heeft uitgelaten over extremistische groepen die het hele bijbelse Israel willen annexeren en er geen bezwaar tegen hebben hun idealen eventueel met geweld te verwezenlijken. De directe aanleiding voor het protest van de NRP was een vijftien jaar oud essay, waarin Oz in zeer krachtige bewoordingen waarschuwde voor deze extremisten.

Niet minder kenmerkend voor de situatie in Israel zijn de telefoontjes die Oz inmiddels van 'zes of zeven' Knessetleden van de NRP ontving en waarin zij hem vertelden het absoluut niet eens te zijn met het protest van hun partij tegen de toekenning van de Israelprijs aan Oz.

“Daarom”, zegt Oz, “is verdeeldheid goed. Zolang zij niet tot geweld leidt. Ik heb deze mensen dertig jaar lang kwaad gemaakt. Ik zou verbaasd zijn geweest als ze niet hadden geprotesteerd”. Hoewel de gewelddaden van de extreem-nationalisten zo'n vijftien jaar geleden de aanleiding vormden voor het omstreden essay, relativeert Oz nu de omvang van het nationalistische geweld in zijn land: “In vergelijking met de geschiedenis van het zo beschaafde Europa doen wij het hier niet zo slecht. In de vijftig jaar van het bestaan van de staat zijn er hooguit vijfentwintig joden door andere joden vermoord om politieke redenen. Dat is erg genoeg, maar niet zo'n slecht resultaat als je het vergelijkt met de ontstaansgeschiedenis van de Europese democratieën met hun bloedige burgeroorlogen. Onze conflicten zijn voor negenennegentig procent verbaal. Ze veroorzaken hooguit maagzweren en hartaanvallen.”Opvallend genoeg speelt het begrip 'vijandschap' een belangrijke rol in Oz' nieuwste roman Panter in de kelder, die onlangs in Nederlandse vertaling verscheen. Een intelligent jongetje groeit op in Jeruzalem tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog tegen de Britten en kijkt vijftig jaar later terug op een pijnlijke episode rond zijn twaalfde jaar. Opgevoed met zionistische leuzen, kan hij zijn vriendschap met een Britse politieagent aanvankelijk moeilijk anders zien dan als verraad, ondanks de overduidelijke sympathie van de Engelsman voor het joodse streven naar onafhankelijkheid.

“Het jongetje maakt een reis”, zegt Oz, “hij ontwikkelt zich van een fanaat tot een tolerante scepticus. Aanvankelijk is zijn bewustzijn gevuld met slogans, maar langzaam maar zeker ontwikkelt hij meer inzicht in de complexiteit van de wereld. Dat is een normale ontwikkeling, zowel voor individuen als voor landen en volkeren. Dat geldt niet alleen voor het zionisme, maar voor elke verzameling uitroeptekens waarin mensen geloven.”

Oz vindt het nog te vroeg om te zeggen op welk punt van deze ontwikkeling zijn land zich bevindt. “Israel is nog een adolescent, van wie we vreemd genoeg binnenkort de vijftigste verjaardag vieren.”In de roman droomt het jongetje ervan dat zijn ouders, de Britse politieagent, Ben Goerion, de Hoge Commissaris en de moefti van Jeruzalem bij elkaar gaan zitten “om een paar uur met elkaar te praten, elkaar eindelijk te begrijpen, een beetje water bij de wijn te doen, ons met elkaar te verzoenen en elkaar te vergeven.”

Durft Oz zelfs maar te dromen van een dergelijk gesprek met de religieuze fanatici van bij voorbeeld Goesj Emoniem? Oz, enigszins geërgerd: “Ik heb vaak genoeg met deze mensen gepraat, bij voorbeeld toen ik In het Land Israel (een essay-bundel) aan het schrijven was. Maar ik geloof niet dat het zin heeft. Het is een onvolwassen idee dat dergelijke conflicten slechts op een misverstand berusten.” In de ogen van Oz zien veel Europeanen het conflict met de Palestijnen ook als een uit de hand gelopen misverstand: “We kunnen een oceaan vol koffie drinken met de Palestijnen en dan bestaat het conflict nog steeds: wij willen hier wonen en zij willen hier wonen. Daar helpt geen groepstherapie tegen, alleen een chirurgische ingreep die alle partijen pijn zal doen.”Oz deelt niet de angst van velen binnen en buiten Israel dat het einde van het conflict met de arabische wereld het begin zal worden van een burgeroorlog in Israel: “We zullen ongetwijfeld eindeloze discussies voeren over onze identiteit, maar een echte burgeroorlog is niet waarschijnlijk. Natuurlijk moeten we dan wel gewelddadige splintergroepen achter de tralies zetten.”De commotie rond de toekenning van de Israelprijs heeft hem in geen enkel opzicht van zijn stuk gebracht, zo lijkt het: “Het is volkomen onbelangrijk of ik die prijs krijg of niet. De steun en sympathie die ik kreeg toen de protesten begonnen, zijn voor mij de echte prijs.”