Oorlog

Terwijl de wereld vol is van geweld, ziet het er naar uit dat over een paar jaar Europa zijn eerste generatie aflevert die grosso modo kan zeggen: wij hebben geen oorlog meegemaakt. Dat is nog nooit vertoond. Wat een beschaving! Wat een peil hebben wij bereikt.

Daarbij komt dat elke beschaving het tot haar taak rekent de mens beter te maken dan hij is, dus we kunnen nog wat verwachten. Maar we hebben ook geleerd, dat de mens een mengsel blijft van zeg maar 50 procent goed (dat is zijn bovenkant) en 50 procent slecht (de onderkant, dat wat hij liever niet laat zien).

Als dat zo is, is het des te verwonderlijker dat we met al onze slechtheid er in de Westerse wereld toch maar in geslaagd zijn de oorlog, de grote oorlog buiten de deur te houden. Klopt, zult u zeggen, die hebben we geëxporteerd naar de Derde Wereld, we zorgen er met onze wapenleveranties voor dat straatarme landen als Angola, Irak en de Balkanrepublieken, Vietnam indertijd, uit de voeten kunnen en dan heeft u misschien wel gelijk. Met de honger in de hals, want geen brood op de plank, maar uitgerust met de felste en duurste wapens vechten ze zich een weg door een uitzichtloos leven: kinderen, huisvaders zonder helm, sluipschutters die, al doende, geleerd hebben te vechten. Dát kunnen ze tenminste, dat hebben zij bereikt.

En wij, met onze eindeloze vrede, konden dat intussen wel 's verleerd hebben. Als we morgen opeens moesten vechten, zouden we schrikken van onze eigen kogels. Vechten mag niet, hebben wij geleerd. Vechten moet te allen tijde worden voorkomen. En dat kunnen we goed: voorkomen. Maar zitten we er eenmaal in, dan weten we vast niet wat we verder moeten doen. En met 'we' bedoel ik gemakshalve maar: wij Nederlanders. Ons wonderlijke gedrag in Srebrenica mag daarbij als exemplarisch gelden: wij kunnen het niet meer. Psychisch niet, moreel niet en politiek niet: vragen in de Tweede Kamer over een verkeerd uitgevallen schot zullen ons ervan weerhouden ooit nog een geweer op iemand te richten.

Zo denken wij dat oorlog alleen maar vreselijk is. Oorlog is vreselijk, maar ook is oorlog: een cultuur. Een kunst. Spel. Lezend over onze oorlog tegen Spanje, de laatste oorlog waarin we iets voorstelden, kom ik de volgende passage tegen: 'Op 11 september komt Verdugo nog eens dichtbij in een schone slagorde in de vorm van een corona, terwijl hij prins Maurits door zijn trompetters tot een slag laat uitdagen. Prins Maurits wenst echter van dit aanbod geen gebruik te maken en laat zich niet uit zijn voordeel lokken, zodat Verdugo na zeven uur te hebben gewacht, weer aftrekt.' Een schone slagorde... In het archaïserende woordgebruik leest men de originele documenten - uit een tijd dat oorlogvoeren een zaak was van manieren en goede smaak. Ook wel dringt zich in deze maartse dagen het beeld op van twee katten die elkaar belagen: de ene rollend op haar rug en de ander die 'van dit aanbod geen gebruik wenst te maken'.

In die tijden kon men over een oorlog onderhandelen. Wij onderhandelen alleen maar over vrede en, in vrede, over dingen als Europese eenwording. Maar in die tijd kon men onderhandelen over een beschieting, over een plundering. Over de onthoofding van tien dan wel vijftien door het lot aan te wijzen soldaten. In een tijd dat een mensenleven minder telde dan nu, had een mens iets wat hem in bepaalde gevallen meer waard was dan zijn leven omdat het transcendeerde in de dood: eer. Die eer, wat het dan ook was, bevrijdde hem van zijn angst. Kennen wij niet meer: eer, militair eergevoel. Als we ooit nog 's in oorlog geraken, zullen we het ervaren als een gemis. Dat zullen we weer moeten leren. Want Srebrenica was eerloos. Dát nooit weer, zegt nu iedereen.

Strijden doe je voor immateriële zaken. Voor je geloof, je vrijheid. Voor je taal bijvoorbeeld. De Vlamingen kunnen dat. Wij niet. Dat moeten we straks wel kunnen. Je leven geven 'voor koningin en vaderland'. Het heeft te maken met je wortels. Je geeft niet je leven voor Kok en de Europese Unie, dat is niks.

(De rol die ik toebedeelde aan Tim Krabbé in mijn column 'Netwerk' blijkt te berusten op foutieve informatie. Krabbé treft geen blaam.)