Kamer: bouw VINEX-wijken teleurstellend

Overal in het land verrijzen nieuwe woonwijken. De Kamer sprak gisteren over de VINEX-wijken. “Ze bezorgen niemand een warm gevoel”, zei Kamerlid Verbugt (VVD).

DEN HAAG, 31 MAART. De Tweede Kamer heeft gisteren haar bezorgdheid geuit over de nieuwe woonwijken, die thans op veel plaatsen in het land verrijzen of in de komende jaren nog zullen worden gebouwd. De meeste Kamerspecialisten, die gisteren een langdurig debat hielden over voorstellen van het kabinet voor aanpassingen in de ruimtelijke ordening tussen 2005 en 2010, vonden dat de resultaten van de zogeheten VINEX-wijken achterblijven bij de verwachtingen.

Het Kamerlid Verbugt (VVD) verwoordde de stemming van de fractiespecialisten wellicht nog het beste, toen ze verklaarde dat de VINEX-wijken “niemand een warm gevoel” bezorgen. Haar collega Duivesteijn (PvdA) hekelde de eenvormigheid en zei dat hem bij bezoeken aan VINEX-wijken in aanbouw soms het gevoel bekroop dat zich daar “een ramp” voltrok, al zouden de gevolgen daarvan door later te planten bomen wellicht enigszins kunnen worden beperkt.

Minister De Boer (VROM) ontkende niet dat er hier en daar problemen waren gerezen met de VINEX-wijken, maar betoogde dat het zeker niet “allemaal knudde” is met VINEX. Ze noemde de Leidsche Rijn, die nu bij Utrecht uit de grond wordt gestampt, als positief voorbeeld. Daarvoor bestaat volgens haar ook vanuit het buitenland reeds een levendige belangstelling. De minister wees er bovendien op dat zij weinig kan uitrichten op dit vlak, omdat niet zij maar de gemeentes het laatste woord hebben over de bouw van de nieuwe wijken.

Op grond van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (VINEX), die begin jaren negentig tot stand kwam en voorzag in de bouw van 635.000 nieuwe woningen tot 1995-2005, zouden er ruim 400.000 huizen op nieuwe VINEX-locaties worden gebouwd, de rest zou komen op plaatsen binnen de bestaande stedelijke bebouwing.

Gisteren werd er in de Tweede Kamer onder meer gesproken over de aanleg van 226.000 nog te bouwen woningen tussen 2005 en 2010, waarvan 100.000 binnen de randstad. Van deze woningen zal echter 90 procent binnen bestaande stedelijke gebieden worden opgetrokken. Deskundigen voorspellen overigens dat de vraag naar zulke VINEX-woningen de komende jaren zal verminderen en sommigen vragen zich zelfs af of de deels nog te bouwen woningen ooit vol zullen komen.

Het Kamerlid Gabor (CDA) en anderen drongen er op aan om in de VINEX-programma's meer ruimte te laten voor een eigen inbreng van de toekomstige bewoners. “Het gaat mij erom dat mensen die in die woningen gaan wonen daar ook wat over te zeggen hebben”, aldus Gabor. Duivesteijn wil zelfs in een motie laten vastleggen dat circa 35 procent van de woningen op VINEX-locaties zal worden gereserveerd voor individueel opdrachtgeverschap.

De Boer bepleitte echter krachtig het VINEX-programma wel degelijk af te maken onder het motto 'je moet zeggen wat je doet en doen wat je zegt'. Volgens haar zou het te veel onzekerheid scheppen om nu nog terug te komen op eerder gemaakte afspraken met de betrokken partijen.

De minister bevestigde tevens dat het kabinet 2,4 miljard gulden beschikbaar stelt om tekorten voor VINEX-projecten te helpen ondervangen. Het gaat hierbij in het bijzonder om het openbaar vervoer naar VINEX-locaties.

Het kabinet besloot vrijdag 750 miljoen gulden extra uit te trekken voor de uitbreiding van de A-4 en de A-16, 816 miljoen voor de Noord-Zuidlijn, 275 miljoen voor de IJburg-tram. Voor de ontsluiting van Twente en het gebied rond Deventer wordt bovendien elk 25 miljoen gereserveerd.

De Boer bevestigde tevens dat het kabinet al werkt aan een nieuwe nota over het ruimtelijk beleid, de Vijfde Nota, die zich ook in bijzonder met de leefomgeving zal bezighouden.

Naar verwachting rondt de Kamer het debat over de VINEX-locaties volgende week af.