Het ontbreekt de Nederlandse Hervormde Kerk aan voldoende daadkracht en elan

Bezwaren van de kant van de gereformeerde bond hebben ertoe geleid dat het Samen op Weg-proces van hervormden, gereformeerden en luthersen weer vertraging oploopt. A.A. Spijkerboer vindt dat de Nederlandse Hervormde Kerk nieuw elan moet krijgen door zich te concentreren op de centrale boodschap van het evangelie.

De hervormde synode heeft op zaterdag 21 maart weer voor vertraging gezorgd bij de hereniging van de gereformeerde, hervormde en lutherse kerken in ons land. Tijdens een gezamenlijke vergadering hadden de synodes van deze drie kerken de kerkorde van de te vormen 'Verenigde Protestantse Kerk in Nederland' aanvaard. Maar omdat deze kerk formeel nog niet bestaat, zijn de besluiten van zo'n zogenoemde 'trio-synode' niet rechtsgeldig. Dat worden ze pas als de synodes van deze drie kerken ze ieder afzonderlijk bekrachtigen. De hervormde synode heeft dat niet gedaan: dat 'protestants' in de naam van de nieuwe kerk beviel niet en ze wil dat die 'Verenigde Kerk van de Hervorming in Nederland' gaat heten. De drie synodes waren 'Samen op Weg' al een heel eind gevorderd, maar nu staat de hervormde synode weer stil en moet er weer overlegd worden.

Nu verloopt in de hervormde kerk de besluitvorming over wijzigingen in de kerkorde (te vergelijken met statuten) altijd traag. De synode stelt ze in eerste lezing vast, dan gaat alles naar regionale vergaderingen waarin de kerkenraden van alle plaatselijke gemeenten zijn vertegenwoordigd, die regionale vergaderingen geven commentaar en rekening houdend met dit commentaar stelt de synode de wijzigingen dan definitief vast. Daar kan heel wat tijd overheen gaan.

Het siert een christelijke kerk wanneer ze zoveel mogelijk mensen bij de besluitvorming betrekt, maar het betekent wel dat wie wil gaan dwarsliggen daarvoor volop de kans krijgt. In de hervormde kerk is het de gereformeerde bond die zich met hand en tand tegen de hereniging met de gereformeerden en de luthersen verzet. Deze in 1906 opgerichte bond valt buitenstaanders op doordat hij psalmen in een oude berijming zingt en doordat vrouwen er geen predikant kunnen worden. Voor de bonders zelf zijn deze dingen niet het belangrijkst: ze willen blijven bij wat in de Reformatie van de zestiende eeuw aan de kerk gegeven is. In die eeuw dachten velen dat je om zalig te worden, aangewezen was op de genademiddelen, die door de kerk beheerd werden. Maar als je alles wat de kerk over die genademiddelen zei ernstig nam, kon je er nooit helemaal zeker van zijn of je wel in de hemel kwam. Luther was heel ernstig, hij studeerde veel in de bijbel en ontdekte in de brieven van Paulus dat God zelf de mensen vrijspreekt; je kon daar helemaal zeker van zijn omdat je het God zelf hoorde zeggen. Angst voor de hel weg, een enorme opluchting.

De gereformeerde bond wil bij de Reformatie van de zestiende eeuw blijven, maar in de preek komt veel nadruk te liggen op wat men 'de toeëigening van het heil' noemt: het is dan wel waar dat God schuldige mensen vrijspreekt, maar je mag nooit denken dat dat zomaar gaat, want het is pas goed als dat je innerlijk diep raakt. Het resultaat is dat men nogal angstvallig met het evangelie omgaat en dat er van de enorme opluchting waarover Luther en zijn tijdgenoten lyrisch konden worden, bitter weinig meer te bespeuren is.

Daar komt nog iets anders bij: in de bond leeft de gedachte dat God in zijn geschiedenis met de mensen de hervormde kerk tot de eigenlijke kerk van Nederland heeft gemaakt en dat de gereformeerde bond de enige authentieke vertegenwoordiger van die kerk is. Daarom denkt men: de gereformeerden, die in 1886 uit de hervormde kerk zijn gegaan, moeten maar weer bij die kerk aankloppen en vragen of ze weer binnen mogen komen. En de luthersen - komen die eigenlijk niet uit Duitsland?

Zo is de gereformeerde bond in de afgelopen jaren telkens dwars gaan liggen toen de hereniging met de gereformeerden en de luthersen een nieuwe kerkorde noodzakelijk maakte. Nu heeft de hervormde kerk wel eens eerder voor een vergelijkbaar vuur gestaan en dat was tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog. Ze was aan het eind van de vorige en in het begin van deze eeuw in verschillende richtingen uiteengevallen. Vrijzinnigen, ethischen, confessionelen en bonders bestreden elkaar en als ze dat niet deden, leefden ze langs elkaar heen. In die tijd werd de hervormde kerk wel eens een 'hotelkerk' genoemd: de verschillende richtingen hadden er ieder een eigen suite en verder alleen nog het dak boven hun hoofd met elkaar gemeen.

Maar tijdens de oorlog werd dat anders; de hervormden werden door de nazi's met de rug tegen de muur gedrukt en ontdekten dat ze veel meer met elkaar gemeen hadden dan ze voor de oorlog gedacht hadden. Zo kregen degenen die altijd al geleden hadden onder de diepe verdeeldheid van de hervormde kerk hun kans: deze kerk zou een kerk worden die in het midden van ons volksleven Jezus Christus belijdt en dit alles kreeg zijn beslag in een nieuwe kerkorde, die in 1951 definitief werd vastgesteld.

Maar het elan waaruit de nieuwe kerkorde van 1951 geboren werd, is er niet meer. Er is sinds die tijd ook veel veranderd. Langzaam maar zeker drongen de verschrikkingen die de Tweede Wereldoorlog met name over het joodse volk had gebracht tot iedereen door: God kon dat nooit gewild hebben, maar hoe had hij het dan kunnen toelaten? Daar kwam nog iets anders bij: de natuurwetenschappen kregen hoe langer hoe meer vat op het lot van de mens; voor de oorlog moest je bidden wanneer iemand longontsteking had, maar na de oorlog kreeg je penicilline, en dat werkte altijd, wat je bij het gebed maar moest afwachten.

Zo begon God aan functieverlies te lijden. Zo kwam er in de kerken veel nadruk op de ethiek te liggen: hoe het met God zat, kon je niet precies weten, maar duidelijk was nog wel dat God menselijkheid wilde. Vandaar dus: strijd voor vrede, tegen de honger en voor mensenrechten. Daarvoor kon je, zonder problemen te krijgen, met andere kerken en zelfs met aanhangers van andere godsdiensten samenwerken.

Nu is dit alles nooit weg, want de wereld kan een beetje meer menselijkheid best gebruiken. Maar er komt wel een vraag op: wat doet God er dan eigenlijk nog toe? Bekend is het verhaal van een moeder, die probeerde haar opgroeiende dochter mee naar de kerk te krijgen. Moeder zei dat de kerk veel goed deed; ze was samen met andere leden van de kerk bezig met een schrijfactie voor Amnesty International. Haar dochter antwoordde: “Maar moeder, ik kan toch ook voor Amnesty schrijven zonder in God te geloven?”

Het functieverlies van God heeft alles te maken met het onvermogen van de hervormde kerk om daadkracht te tonen bij de hereniging met de gereformeerde en lutherse kerken. Er is overigens in de afgelopen jaren wel veel tot stand gebracht. Want de gereformeerde bond is maar een deel van de hervormde kerk en in veel gemeenten, bijvoorbeeld in de randstad en in Brabant en Limburg, gaan hervormden en gereformeerden al sinds jaren samen naar de kerk. Soms weet je van elkaar niet eens meer of je hervormd of gereformeerd bent. Maar juist dat maakt de vertraging waarvoor de gereformeerde bond nu weer gezorgd heeft, voor deze gemeenten extra pijnlijk.

Hoe is er uit deze problemen te komen? Het deel van de hervormde kerk dat niet bij de gereformeerde bond hoort - en dat is het grootste deel - zou er goed aan doen zich te bezinnen op de vragen waarvoor onze tijd het geloof in God stelt. Onze eeuw is een van de wreedste eeuwen van de Europese geschiedenis. Ik kan al die verschrikkingen op geen enkele manier met God in verband brengen, maar ik geloof wel dat God in Jezus Christus het grote licht in de duisternis laat schijnen. Dat betekent dat je je op dat grote licht moet richten; het is het enige.

Daar is nog meer over te zeggen. De in april 1945 door de nazi's vermoorde Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer heeft eens gezegd: “De mens heeft alles in de hand gekregen, behalve zichzelf.” Inderdaad, we hebben ook veel in de hand genomen bij geboorte, ziekte en dood, maar dat we de menselijke natuur niet in de hand hebben, is volstrekt duidelijk. In Jezus Christus heeft God zelf de menselijke natuur in de hand genomen, schoongemaakt en weer thuisgebracht. Wie dat tot zich laat doordringen wordt een blijmoedig mens en dan komt er een eind aan veel tobberig gedoe over God. Wanneer het in de hervormde kerk over de hele breedte komt tot een concentratie op wat God in Jezus Christus gegeven heeft, kan het komen tot een elan dat de hereniging met de gereformeerden en luthersen draagt en dat ook goedwillige bonders zullen kunnen herkennen.

Uit ergernis over de dwarsliggerij van de gereformeerde bond zou je bijna vergeten dat er al een complete kerkorde voor de nieuwe kerk van gereformeerden, hervormden en luthersen klaarligt. Die kerkorde is bescheiden en ter zake. Over de eredienst wordt bijvoorbeeld gezegd dat de gemeente bijeenkomt voor 'de lezing van de Heilige Schrift en de openbare prediking van het Evangelie'. Maar het gaat niet alleen om de preek, het gaat ook om de doop en het avondmaal, om de lofzang en het gebed en niet te vergeten ook om de 'dienst der barmhartigheid en gerechtigheid'. Geld geven voor mensen in nood en schrijven voor Amnesty hoort wezenlijk bij de eredienst.

Deze kerkorde past bij het elan dat de hervormde kerk nu nodig heeft om van harte één te worden met de gereformeerde en lutherse kerken.