'Giftig afval wordt gedumpt in de arme landen'

De export van giftig afval van rijke landen naar ontwikkelingslanden neemt nog steeds toe, aldus een speciale rapporteur van de Verenigde Naties. Ook Nederland zou zich hieraan schuldig maken.

ROTTERDAM, 31 MAART. Nederland behoort samen met Duitsland, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Australië tot de landen die in de jaren tachtig het meeste gevaarlijke afval exporteerden.

Dit staat in een rapport van de Commissie voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties in Genève. Een speciale VN-rapporteur, de Algerijnse Fatma-Zohra Ksentini, heeft in het vorige week verschenen rapport de nadelige effecten op de rechten van de mens onderzocht van het onwettig verplaatsen en dumpen van giftig en gevaarlijk afval. In een toelichting heeft zij verklaard dat in de jaren negentig de export van giftig afval nog verder is toegenomen.

Milieuorganisaties hebben teleurgesteld gereageerd, omdat het rapport geen nieuwe feiten brengt. De VN-rapporteur baseert zich op oude gegevens en schattingen afkomstig van regeringen en van non-gouvernementele organisaties. Een woordvoerder van minister De Boer (Milieubeheer) wijst de beschuldigingen van de hand.

De VN-rapporteur schat de productie van afval in landen aangesloten bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) op driehonderd miljoen ton per jaar in de jaren tachtig. Deze landen produceerden destijds meer dan 95 procent van al het gevaarlijke afval ter wereld, aldus de rapporteur, om dit in toenemende mate te exporteren als gevolg van scherpere wetgeving in eigen land.

De landen die het afval ter verwerking importeren, missen vaak adequate wetgeving, en ook ontbreekt hun de technologie en de kennis om het afval op een veilige manier te verwerken. Dikwijls weten de landen ook niet precies waaruit het afval bestaat. Dat deze landen niettemin afval importeren, moet worden toegeschreven aan lucratieve contracten, aan het sluiten waarbij volgens het rapport niet zelden omkoping en fraude te pas komen, aldus het rapport.

Het Verdrag van Basel verbiedt sinds 1989 het dumpen van giftig en gevaarlijk afval van OESO-landen in niet-OESO-landen. Handel in afval tussen OESO-landen onderling is wel toegestaan.

Tot 1995 werd de uitvoer van dit afval wel toegestaan als het voor recycling werd aangeboden. In dat jaar werd ook deze laatste vorm van export verboden, nadat veel gevaarlijk afval onder het voorwendsel van herverwerking werd uitgevoerd. Volgens de VN-rapporteur is tussen 1989 en 1993 ongeveer drie miljoen ton gevaarlijk afval van OESO-landen onder de vlag van recycling verscheept naar ontwikkelingslanden. Tot de exporterende landen rekent het rapport Nederland, Duitsland, de Verenigde Staten, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk, Australië, Canada, Frankrijk en Zweden.

De bestemming van het gevaarlijke afval was meestal de Baltische landen en andere landen in Oost- en Midden-Europa, gevolgd door landen in Latijns Amerika en het Caraïbische gebied, Azië en Afrika.

Ook nu nog wordt volgens Ksentini veel giftig afval als ongevaarlijk afval verhandeld. Als droevigste voorbeeld noemde Ksentini vorige week het transport van giftige producten vanuit Duitsland naar Albanië onder de dekmantel van humanitaire hulp. Overigens beklaagde Ksentini zich over de moeite die het haar heeft gekost betrouwbare informatie te krijgen.

Minister De Boer wijst de beschuldigingen af. “Er gaat in Nederland niets het land uit tenzij er een vergunning is”, aldus haar woordvoerder. Het ministerie verklaart de beschuldigingen uit een verschil in interpretatie over wat gevaarlijk afval is. Het lijkt erop dat de VN-rapporteur tot gevaarlijk afval bijvoorbeeld ook producten als plastic, ijzer, koper en oud papier rekent, aldus de woordvoerder. Dergelijke producten staan op een 'groene lijst' van de Europese Unie en kunnen zonder vergunning worden verhandeld.

Volgens Greenpeace Nederland laat de controle op de naleving van het Verdrag van Basel te wensen over. “De douane en de milieuinspectie hebben niet de capaciteit om alles te controleren. Gevaarlijk afval wordt vaak aan het oog onttrokken door het te mengen met niet-gevaarlijk afval. En soms wordt er een oogje toegeknepen”, aldus een woordvoerder van de milieu-organisatie.

Het ministerie van VROM sluit niet uit dat zich illegale praktijken voordoen die niet worden ontdekt, maar wijst ook deze beschuldigingen af. “Laat ze met cijfers en bewijzen komen.”