De wereld van 'de harde kern'

Dat de KNVB dolgraag oefenpotjes speelt tegen dictatoriaal geregeerde landen, daar kijk ik als bovengemiddelde kenner van de vaderlandse voetbalgeschiedenis niet van op. Intrigerender is de vraag waarom de voetbalbond onlangs het journalistieke programma De harde kern van Veronica van het scherm probeerde te krijgen.

Natuurlijk, met het woord journalistiek moet je oppassen als het om Veronica gaat: als de directie het toevallig hoort, pakt ze een revolver en schiet ze de makers zonder pardon dood. Toch durf ik De harde kern een journalistieke productie te noemen omdat de maker, Bas van Hout, niet veel anders doet dan met open vizier de werkelijkheid onderzoeken.

Hij reist voetbalsupportersclubs af en ondervraagt de leden kritisch over hun acties en hun beweegredenen. Daarmee ontsluit hij voor ons een wereld die anders goeddeels verborgen was gebleven, wat op zichzelf al een journalistieke verdienste is. Je zou mogen verwachten dat de KNVB opgetogen is over zo'n initiatief: wie zijn vijand wil verslaan, zal hem toch eerst beter moeten leren kennen. Maar nee, de KNVB keert zich liever tegen de boodschapper in de altijd ijdele hoop dat de boodschap dan vanzelf als sneeuw voor de zon verdwijnt.

Voor de aflevering van gisteravond was Van Hout op bezoek gegaan bij de harde kern van PSV-supporters. Hij zocht hen thuis op en maakte met hen de gang naar het stadion. Het was, zoals te verwachten viel, geen vrolijk makende vertoning. Grote, kinderlijke mannen die hun reusachtige minderwaardigheidscomplex - in hun geval ook nog met een provinciale lading - afreageren met veel gescheld en getier. Een bloemlezinkje.

“Ajax: Kankerjoden.” “Vooral de media zijn voor Ajax.” “Wij zijn een stelletje kankerboeren.” “Het over de streep gaan hoort bij het enthousiasme.” “De overheid is in Nederland zwaar kut.” “Als wij 'kutkankerjoden' zingen, raakt het hun niet, maar wel de media.” “De anderen moeten zich op onze heilige grond gedragen zoals wij het willen.” “Ik ga tot het uiterste, ongeacht de gevolgen.” “We stammen toch allemaal van de apen af.” “Ik heb meer gaten in mijn kop gehad dan jij gaten hebt gevuld bij je vrouw.” “Huizen afbranden in Rotterdam.” Van Hout ging er tamelijk dapper tegenin met vragen als: “Dan is er toch iets niet in orde met jullie?” Een van de leiders begon al een beetje hardhandig aan hem te plukken. “Jij bent geïnfiltreerd bij de Centrumpartij”, klonk het onheilspellend, “dan ben je dus een soort verrader.”

Wat speelt zich in deze karpatenkoppen precies af? Geen psychiater zal het ons ooit kunnen zeggen, maar uitzendingen als deze maken duidelijk dat we er in ieder geval nooit iets goeds van hoeven te verwachten. Van Hout liet ons een wereldje van totale leegte zien, waar alleen nog plaats is voor loze rancune die zich onverhoeds tegen elke willekeurige voorbijganger kan keren.

Hoe onschuldig steekt daar de voetbalwereld van Henk Spaan tegen af. Hij haalde Nova met zijn in Het Parool gepubliceerde lijst van beste honderd Nederlandse voetballers aller tijden. Zijn top-vijf: 1. Cruijff. 2. Van Basten. 3. Lenstra. 4. Van Hanegem. 5. Wilkes.

“Ik heb het een heel plezierig tijdverdrijf gevonden”, zei Spaan. Maar keeper Jan Jongbloed, die was overgeslagen, leek minder geamuseerd: hij nam het woord 'klotelijst' in de mond. En de fanclub van linksbuiten Bertus de Harder eiste een tweede plaats op voor haar favoriet, die overigens allang zijn partijtje meeblaast op de Elysische velden. “Spaan heeft zijn huiswerk niet gedaan”, mokte de voorzitter.

Tegen de lijst van Spaan valt, objectief gezien, niet veel in te brengen. Iedere voetballiefhebber geeft de voorkeur aan de spelers die hij zelf het meest in actie heeft gezien. Ik heb als jongetje Faas Wilkes een poosje (bij VVV in Venlo) zien spelen. Met zijn vijfde plaats kan ik leven, maar ik wil wel even kwijt dat hij beter was dan Lenstra. O zo.