Britten laconiek over verkoop van Rolls-Royce

LONDEN, 31 MAART. In Groot-Brittannië is gisteren laconiek gereageerd op de inlijving van Rolls-Royce, de laatste overgebleven grote Britse auto-onderneming, door het Duitse BMW.

De verkoop wekte niet de wijdverbreide nationalistische verontwaardiging die eerder bij de verkopen van Vauxhall (aan General Motors), Jaguar, Aston Martin (aan Ford) en Rover (aan BMW) ontstond. Veel Britten onderkennen dat de Britse auto-industrie er in buitenlandse handen qua productiviteit en concurrentiekracht op vooruit is gegaan. Boze commentaren waren vrijwel uitsluitend afkomstig van de vereniging van Rolls-Royce-eigenaren en van de Britse consortia die ook een bod hadden gedaan op het prestigieuze autobedrijf. “De meeste van onze vliegtuigen in de Eerste en Tweede Wereldoorlog werden aangedreven door Rolls-Royce motoren“, verklaarde Peter Bains, secretaris-generaal van de Rolls-Royce supportersclub, verbitterd. “Nu eindigt het volk dat we hebben verslagen als eigenaar.,

Kevin Morley, een voormalige directeur van Rover, sprak over “het trieste einde van een roemrucht tijdperk“. En Donald Longmore, secretaris van het Rolls-Royce Acquisition Consortium, zei dat “de verkrachting van de Britse industrie door BMW systematisch doorgaat“. Hij deed een beroep op aandeelhouders van Vickers, de huidige eigenaar van Rolls-Royce, om tegen de verkoop te stemmen. “Vickers is nog niet van ons af.,

Vertegenwoordigers van Vickers, Rolls-Royce en de vakorganisaties juichten de verkoop luidkeels en volmondig toe. President-directeur Colin Chandler verzekerde dat Vickers niet alleen voor BMW had gekozen vanwege de overnameprijs van 340 miljoen pond (een miljard mark) maar ook omdat de toekomst van Rolls-Royce in Beierse handen het best is gewaarborgd. Hij zei dat niemand hoeft te vrezen dat Rolls-Royce uit Groot-Brittannië verdwijnt of zijn Britse identiteit verliest, omdat het Britse imago veel te belangrijk is voor de verkoop van de rijdende statussymbolen. Vakbondsbestuurder Steve Taylor toonde zich verheugd over een nieuwe eigenaar die bereid is om op grote schaal te investeren in de onderneming. Hij zei dat de meeste werknemers hun Duits alvast aan het opfrissen zijn.

BMW levert al sinds jaar en dag de twaalfcylinder motoren voor Rolls Royce en de achtcylindermotoren voor Bentley. BMW levert ook remsystemen, stoelen, elektronica, airconditioners en delen van het onderstel aan Rolls Royce, dat technisch al grotendeels een Duitse wagen is.

Vorig jaar werden er 1918 Rolls Royces en Bentleys verkocht, waarvan 878 in Engeland en 438 in de Verenigde Staten. BMW verkocht vorig jaar 672.000 auto's en 550.000 wagen van de Engelse dochters Rover en Land Rover.

BWM wil de komende tien jaar één miljard pond investeren in twee nieuwe modellen: een sportieve Bentley en een kleinere Rolls-Royce. De jaarlijkse produktie moet verdrievoudigen tot 6.000 auto. Het personeelsbestand zal verdubbelen tot circa 5.000 mensen.

Vier jaar geleden nam BMW al het Britse Rover over. De Duitse onderneming is inmiddels eigenaar van een groot aantal legendarische Britse merken, niet alleen van Rover, Rolls-Royce en Bentley, maar ook van Land Rover, MG, Triumph, Wolseley, Austin, Morris, Riley en Austin Healey.

BMW ziet na de overname van Rolls Royce af van de bouw van een ultra-luxe wagen onder eigen naam. Plannen die Mercedes wel heeft. De concurrent uit Stuttgart heeft het oude merk Maybach weer nieuw leven ingeblazen. Onder de naam Mercedes-Maybach wil Daimler-Benz 'een Duitse Rolls Royce' gaan maken, die qua luxe en extravagantie nog boven de duurste modellen in de S-klasse uitsteekt.

De grote verliezer lijkt voorlopig Volswagen, dat afgelopen week ook een bod uitbracht op Rolls Royce. Hoewel bestuursvoorzitter Ferdinand Piëch er bij die gelegenheid aan toevoegde dat Volkswagen ook op eigen kracht in staat is een wagen te maken die zich kan meten met een Rolls Royce (standaardprijs een half miljoen), BMW of Mercedes-Benz. VW reageerde gisteren teleurgesteld op de overeenkomst tussen Rolls Royce en BMW.