ZAPMAN

De hersenen van een consument krijgen zelden rust. Wie in de Arena de deur van het toilet achter zich op het haakje doet, de broek laat zakken en gaat zitten, kijkt recht in een reclame van New York Pizza op de toiletdeur.

Het vorige vrachtje wordt aan de achterkant geloosd en ze beginnen aan de voorkant al op je in te praten over het volgende. Je dacht even alleen te zijn. Hoeveel reclameblokken, ingezonden mededelingen, direct mailing, shirtreclame, low profile sponsoring, uithangborden, merkkleding en beschilderde trams heb je die dag dan al aan je voorbij zien trekken? Vorige week bij Indoor Brabant in Den Bosch vielen me twee paardennamen op. Ten Cate Finesse en Nissan Cavalho. Het duurt altijd even voordat het bij me aankomt. In gedachten stribbelde ik nog tegen: zo'n paard kan van zichzelf toch best Nissan heten? Tot ik het embleem op het zadel van Nissan Cavalho zag, hetzelfde embleem dat de wieldoppen van een Japans automerk siert.

Waar zou de grens liggen? Op het Spaanse TVE liepen tijdens Barcelona-Real Madrid reclameteksten mee. Reclameteksten op de display van de wekkerradio, reclameteksten op het toiletpapier. Hoeveel dichterbij kunnen ze nog komen? Een pasgeboren kind vernoemen naar een sigarettenmerk. Reken maar dat dat veel oplevert, vooral als straks het verbod op tabaksreclame afkomt.

“Iedereen de geschiedenisles van deze week goed geleerd? Dunhill, daar vooraan, vertel de meester maar eens, wanneer werd sigarettenreclame definitief verboden?”

“In 1999, meneer.”

“Goed zo Peter. En je buurman, Lucky, wat bedachten de bedrijven daarop?”

“Merkvernoeming, meester. Mensen sponsoren die hun kinderen de naam van een sigaret geven.”

“Goed zo, jongens. Het is alweer een paar jaartjes geleden, hè. En jij Persil, daar achterin, de klas is geen asbak. Tik je as niet op de grond. Wat gebeurde er toen?”

“Andere bedrijven begonnen ook, meneer.”

“Heel goed, Persil. Na de sigaretten kwamen de wasmiddelen. En toen was het hek van de dam. Weet iemand toevallig wie de eerste merkvernoemde wereldkampioen Formule I werd?”

“Dirk van den Broek, meester.”