Vuilniseilandjes

Op de Mauritskade razen de auto's en vrachtwagens met hoge snelheid voorbij. Kennelijk niet gehinderd door het lawaai van de grote stad is een meerkoet aan het broeden op een van de groene eilandjes in de Lijnbaansgracht. Tussen blikjes, plastic bekertjes en oud papier heeft de watervogel van afval en takjes een dertig centimeter hoog nestje gebouwd. Voor de meerkoet is het eilandje een uitkomst, maar de grachten fleuren er niet echt van op.

'Floatlands' of moeraseilandjes worden ze genoemd. Ze zijn bedoeld voor waterplanten, maar ze werken als een zeef voor het drijf- en zwerfafval in de grachten. De troep blijft achter in het gaas en hout waarvan de twee bij twee meter grote eilandjes zijn gemaakt. “Dat afval is inderdaad een probleem. Maar alles wat er in ligt zou anders naar de bodem van de gracht verdwijnen”, verzucht hoofd planvorming E. Jacobs van de Dienst Waterbeheer en Riolering. “In die zin dragen ze bij aan een stukje bewustwording.”

De vervuiling van de eilandjes komt niet alleen door mensen. Ook waterhoentjes en meerkoeten dragen hun steentje bij, want die hebben zich goed aangepast aan het stadse leven. Ze slepen van allerlei plekken afval aan voor hun nestjes.

Amsterdam heeft in het centrum weinig groen. Een van de manieren om hier iets te doen was het idee om in de Lijnbaansgracht en bij de Ruysdaelkade drijvende eilandjes in de grachten te leggen waarop allerlei waterplanten zouden gaan groeien. Twee jaar geleden was de veronderstelling dat hierdoor de kwaliteit van het water zou kunnen verbeteren. “Voorbijgangers en omwonenden kunnen genieten van het fraaie groen in de stad”, schrijft de Dienst Waterbeheer en Riolering in een folder.

Veldbioloog M. Melchers is minder enthousiast over het nieuwe groen in de hoofdstad. Aan de waterkwaliteit draagt het door de geringe omvang weinig bij. Er zijn wel driehoeksmosselen die zich aan de houten frame en het gaas van de eilandjes hechten. Deze hebben een zuiverende werking op het water, omdat ze allerlei stoffen in het water verteren. “Maar die mosselen hechten zich evengoed aan fietsen of autowrakken.”

De eilandjes tonen volgens hem wel aan dat het eigenlijk niet zo heel slecht is gesteld met het Amsterdamse grachtwater. Er is volgens hem volop leven. Onder water paaien vissen tussen de wortels van de waterplanten. Ook bestaat de kans dat snoeken terugkeren, omdat die hier met hun jongen kunnen schuilen. Zonder schuilmogelijkheid eten die namelijk bij de minste of geringste dreiging namelijk hun jongen op. Met de terugkeer van de snoek zouden de voorn en de brasem hun natuurlijke vijand weer terugkrijgen. De snoek is nog niet waargenomen. Melchers heeft verder in de buurt van de 'floatlands' al zoetwatergarnaaltjes aangetroffen. “Die vang je normaal nooit.”

Een fraai gezicht vormen de eilandjes evenwel niet, vindt hij. De komende weken zal het nog wel iets beter worden, omdat sommige waterplanten nog moeten opkomen en gaan bloeien. “Erg solide zijn die vlotjes niet. Met dat hout en gaas gaan ze vast niet lang mee. En al dat drijfvuil is natuurlijk ook geen gezicht.”

Het experiment wordt nog zeker een paar jaar voortgezet, zegt Jacobs van Waterbeheer en Riolering, zodat de effecten op langere termijn kunnen worden onderzocht. “Ik betwijfel of dit de manier is om de natuur terug de stad in te brengen. Van een echte verrijking van meer soorten is nauwelijks sprake. Maar in de zomer worden ze toch wel erg gewaardeerd”, weet Jacobs.

“Wat een troep”, verzucht een wandelaar. Aan de andere kant van de gracht staat een vrouw in een witte badjas op haar balkon. “Die eilandjes? U wilt ze toch niet weghebben”, roept ze vragend naar beneden. “Ze zijn toch best mooi. Tenminste nog een beetje groen in de stad.” Er ligt wel veel afval in, erkent ze, maar als ze belt met de gemeente worden de eilandjes vaak snel schoongemaakt. Als er mensen een blikje of een plastic zak in het water gooien, roept ze altijd dat ze dat niet mogen doen. Of dat ook helpt? Ze denkt van niet. “Voor toeristen is het een attractie, hoor. Ze maken aldoor foto's van die broedende meerkoet.”