Somberte heerst in de nieuwe muziek

Concert: Koor en Ensemble Nieuwe Muziek o.l.v. Huub Kerstens m.m.v. Syrinx Saxofoon Kwartet. Gehoord: 28/3 Posthoornkerk Amsterdam.

'Hollandse Nieuwe' was het thema van het concert door Koor en Ensemble Nieuwe Muziek afgelopen weekeinde in de Amsterdamse Posthoornkerk. 'Hollandse somberte' leek meer to the point met dood en ondergang als thema's in werk van Robin de Raaff en Huub Kerstens. Hoewel de Haagse no-nonsense school van Louis Andriessen en swingende persoonlijkheden als Guus Janssen meer op de voorgrond treden, slaat het expressionisme wel degelijk aan in ons land, getuige de onveranderlijk sombere grondtoon in de werken van Jan van Vlijmen, Wim Laman en Willem Jeths. De Raaff hoort zeker tot deze categorie in een muziek van uitersten die vrijwel steeds op springen staat, Kerstens straalt meer menselijke warmte uit in een verinnerlijkt expressionisme dat beter in balans is.

De Raaff vertilde zich enigszins aan de liefst 23 terzinen die Petrarca nodig heeft voor zijn Trionfo della Morte, een fantastisch allegorisch gedicht in de moralistische stijl van Dante. De dood is in Petrarca's visie niet afschuwelijk, maar schenkt vrede en zelfs schoonheid aan de doden.

De Raaff zette het lange gedicht voor gemengd koor, saxofoonkwartet, twee hoorns, piano en slagwerk. Het beklemmend expressieve koor overtuigt in zijn rijke schakering aan vele gradaties aan zingen en spreken. Glinsterend helle doodsklokken in piano, klokkenspel en vibrafoon zetten de toon. Minder overtuigend werkt een signaalmotief dat een striemend dramatische lading beoogt, maar allengs drammeriger werkt. Het stuk duurt te lang. Geleidelijk wordt de sfeer etherischer, 'blanker dan de sneeuw die ligt te pronken op de heuvels' - Petrarca over de in diepe rust verzonken dode.

Het Koor Nieuwe Muziek was uitstekend op dreef, excelleerde in al die voorgeschreven nuances, maar voor het saxofoonkwartet bleken de eisen te hoog, het pianissimo klonk te luid en een surplus aan wilde lucht bleek geen garantie voor een werkelijk dolce.

Ook Kerstens schrijft uitstekend voor koor, als dirigent kent hij alle beroepskoren en in zijn oeuvre van zo'n 50 werken, overheerst het vocale. Hij werkt nu aan de opera Creon, bestemd voor de Nationale Reisopera in 1999-2000.

Untergang is een zetting van vier gedichten van George Trakl, met commentaren van Else Lasker-Schüler voor zesstemmig gemengd koor, viool, cello, harmonium en piano. Ook hier is in de tekst sprake van sneeuw, maar die is vervuild door donkere voetsporen in een wereld vol vervallen muren en stekelige doornenbogen. Opmerkelijk is dat zelfs in Kerstens' forte die dromerig duistere sfeer geheel bewaard blijft. Het herinnerde me, ook al door zijn verwante toepassing van het harmonium, aan Kagels Mitternachtsstück. In Kagels muziek vol onvervulde wensen en verwachtingen steekt ironie. Kerstens muziek is daar vrij van, zijn toon is milder, spanningen worden opgelost.

Dan was er nog een saxofoonkwartet van Lowell Dijkstra, waarin het Syrinx Kwartet zich revancheerde. Dijkstra schrijft idiomatisch voor de instrumenten in dankbare langere lijnen. Het slotdeel in een verklanking van een afscheid ontstond het eerst. Het kreeg de titel mee van A Final Kiss. Vervolgens componeerde Dijkstra vanuit langzame bewegingen steeds dichter naar dat slot toe; contrasterende snelle delen dijen uit, de betekenisvollere langzame krimpen in. Een compromisloze expressionist zou ik de beschouwelijke Dijkstra niet willen noemen. Tegenover het verblindende wit van De Raaff en het duistere purper van Kerstens verbleekten zijn kleuren tot op zichzelf heel smaakvolle grijzen.