Politieke tinnegieter

Moet je verstand hebben van politiek om erover mee te kunnen praten? Het tegendeel lijkt vaak het geval. Dat geldt zeker voor de radio, het praatmedium bij uitstek.

Radiopanels zijn al hemeltergend, maar de laatste jaren vragen veel programma's te pas en te onpas naar de mening van de man in de straat. Je hoort de interviewer regelmatig wanhopen. Hij heeft geleerd open vragen te stellen, maar soms zijn de antwoorden zo nietszeggend dat hij overgaat op vragen waarin het antwoord al meelift, zoals “Vindt u ook niet dat...”. En dan nog wordt de luisteraar herhaaldelijk vergast op antwoorden als: “Nou daar weet ik niks van, ik heb d'r ook nooit over nagedacht, maar als u het me zo vraagt dan...”.

Reuze interessant allemaal.

Voor de man - het zijn bijna altijd mannen - die geen verstand van politiek heeft maar wel een mening, bestaat een soortnaam. Zo iemand noem je een politieke tinnegieter. De uitdrukking behoort inmiddels tot de zeldzame, met uitsterven bedreigde zegswijzen en dat is jammer, want het fenomeen bloeit als nooit tevoren. Nog onlangs zijn tientallen politieke tinnegieters toegetreden tot gemeenteraden.

De geschiedenis van deze uitdrukking begint in 1722 in Denemarken. Na lang aarzelen heeft de Deense koning toestemming gegeven om in Kopenhagen een Deens theater te openen. Alleen zijn er nog geen Deenstalige toneelstukken voorhanden. De theaterdirecteur wendt zich daarop tot Ludwig Holberg (1684-1754).

Holberg - een Noor van geboorte - was indertijd hoogleraar in de metafysica en de Latijnse welsprekendheid aan de universiteit van Kopenhagen. Hij had naam gemaakt met een komisch heldendicht getiteld 'Peder Paars'. Toen het theater op 23 september 1722 zijn deuren opende, was Holberg nog niet klaar. En dus begon men met de Deense vertaling van 'De vrek' van Molière. Maar drie dagen later, op 26 september 1722, ging het eerste Deense toneelstuk in première: 'Den politiske Kandestober' van Ludwig Holberg.

Het stuk speelt in Hamburg en gaat over een plaatselijke tinnegieter, Herman von Bremen. Die heeft een paar boeken over politiek gelezen en denkt nu alles beter te weten dan de regering. Hij veronachtzaamt zijn werk en komt iedere avond samen met een groepje handwerkslieden. Zij noemen zich Collegium Politicum en becommentariëren de krant. Door zijn voortdurende kritiek op de overheid wordt Bremen in Hamburg een bekendheid. Uiteindelijk besluiten een paar jongelui hem een lesje te leren. Verkleed als raadslieden vertellen zij hem dat hij tot burgemeester is gekozen. Bremen promoveert zijn knecht tot lakei, en zijn vrouw krijgt kapsones, maar de tinnegieter zelf komt er al snel achter dat besturen moeilijker is dan het lijkt. In moordend tempo krijgt hij allerlei zaken en problemen voorgelegd waar hij niets van begrijpt. Wanneer hij, de wanhoop nabij, de hand aan zichzelf wil slaan, leggen de jongelui hun vermomming af. Opgelucht zweert de tinnegieter de politiek af; hij verbrandt zijn boeken en belooft plechtig voortaan een brave tinnegieter te blijven.

Het stuk was een enorm succes en Holberg had de smaak te pakken. Het theater bestond zes jaar en in die tijd schreef Holberg - belangeloos - maar liefst 27 uitstekende komedies. Later voegde hij er nog zes aan toe. Een en ander bezorgde hem de bijnamen 'vader van het Deense blijspel' en 'Molière van het Hoge Noorden'.

In 1742 werd 'Den politiske Kandestober' voor het eerst in het Duits vertaald en in 1766 in het Nederlands. In totaal werd het zes of zeven keer in het Nederlands omgezet, aanvankelijk als De Staatkundige Tingieter en sinds 1853 met als titel De Politieke Tinnegieter.

Aardig om te zien is hoe de verschillende vertalers het werk probeerden te actualiseren. In het oorspronkelijke Deense stuk spreekt het 'Collegium Politicum' onder meer over de Duitse strijd tegen de Turken en Fransen, over hoe de burgemeester van Hamburg moet worden gekozen en over de oorlog in Italië. In de vroegste Nederlandse vertaling is de oorlog in Italië vervangen door die in Bohemen - een zeer milde ingreep. In 1873 gaat de vertaler R. Heeren veel verder. Bij hem spreken de handwerkslieden van het Collegium opeens over algemeen kiesrecht, vrouwenemancipatie, vertegenwoordiging van verschillende vakken en bedrijven in de regering, en de rechten van de mens.

Mede door de vele veranderingen is het stuk in Nederland wisselend ontvangen. In de achttiende eeuw werd het alleen door Duitse toneelgezelschappen gespeeld, de eerste keer op 24 maart 1774. Het Nederlandse publiek was enthousiast. De eerste Nederlandstalige opvoering volgde in 1822 in Amsterdam. In de decennia daarna werd het stuk met veel succes in Amsterdam en Rotterdam gespeeld. Onze beste acteurs en actrices zijn erin opgetreden.

De slechtste ontvangst kreeg 'De politieke tinnegieter' in 1924, nadat het door B.A. Meuleman was vertaald. De Haagsche Post schreef indertijd: “De eenzijdige wijze, waarop hier de ambachtsman, die meent over zijn eigen belangen ook eens iets in het midden te mogen brengen, wordt belachelijk gemaakt, ontneemt aan het stuk al het echt humoristische. Het stuk is weinig anders dan een huldiging van de grooten van zijn tijd en een poging om den ambachtsman onder het feodale stelsel gebukt te houden.”

“De kritikus geeft hier een absoluut verkeerde en eenzijdige kijk op het geval”, schreef S. Ferwerda in 1939 in haar dissertatie over Holberg. De Deense toneelschrijver was geen tegenstander van volksontwikkeling, hij wilde het volk juist opvoeden, maar hij bestreed wel schijnbeschaving “die tot uiting komt in het mee willen praten over dingen waarvan men geen verstand heeft”.

Dom lullen over politiek - de Duitsers noemen het met Holberg wel 'Kannegieerei' en 'kannegieern', en de man die het woord voert 'politischer Kannegieer' of 'Biertischpolitiker'. Wij hebben het ook wel over 'borrelpraat' of 'politiek van de bittertafel', maar voor politieke tinnegieter bestaat bij mijn weten geen beter equivalent. Zaak is daarom de uitdrukking nieuw leven in te blazen. Kan daar bij de komende verkiezingscampagnes niet iets aan worden gedaan? Ook onder landelijke politici vindt men immers tinnegieters in overvloed.