Neutelings sluit met Minnaertgebouw aan op oude Romeinse bouwkunst; 'Domme' bouwkunst uit Flintstone's Bedrock

Gebouw: Minnaertgebouw. Architect: Willem Jan Neutelings (Neutelings Riedijk Architecten). Opdrachtgever: Universiteit van Utrecht. Ontwerp: 1994. Uitvoering: 1996-1997. Bouwkosten: 22 miljoen gulden.

Architecten klagen vaak dat er nog maar weinig aan een gebouw valt te ontwerpen. De eisen die de opdrachtgever stelt zijn zo specifiek en precies, dat de ruimte voor de ontwerper wordt beperkt. Bovendien gaat een groot deel van het budget voor hedendaagse gebouwen vaak op aan allerlei technische installaties, iets waarover een architect nauwelijks of niets te zeggen heeft. Zo wordt de architect gereduceerd tot de ontwerper van een aardig geveltje.

Met dit probleem werd ook de Rotterdamse architect Willem Jan Neutelings geconfronteerd toen hij van de Universiteit van Utrecht de opdracht kreeg op het universiteitscomplex in de Uithof een nieuw onderkomen voor drie exacte vakgroepen te ontwerpen. Het naar de Utrechtse bioloog en astronoom M.G.J. Minnaert (1893-1970) vernoemde gebouw moest onderwijsruimten voor practica en colleges, een restaurant en werkruimten voor de vakgroepen bevatten. Hiervoor had de opdrachtgever specifieke eisen geformuleerd. Veel algemener en onduidelijker waren de wensen voor de ruimtes als gangen en hallen die zijn bestemd voor wat architecten 'circulatie' noemen. Ook over de ruimtes voor constructie en algemene en technische voorzieningen liet de opdrachtgever zich niet gedetailleerd uit.

Neutelings greep dit gebrek aan precisie aan om zijn vrijheid als architect te heroveren. Hij kreeg de briljante ingeving om al die onbestemde ruimtes, de zogenaamde 'tarra-ruimte', zoveel mogelijk samen te ballen in één grote ruimte. Zo kreeg hij het voor elkaar dat het Minnaertgebouw op de eerste verdieping een grote centrale hal kreeg, waaromheen alle andere verlangde onderdelen van het gebouw zijn gegroepeerd. Gangen, die gebouwen vaak zo saai maken, zijn op deze manier tot een minimum beperkt. Wie bijvoorbeeld naar de ruimte voor practica wil, moet eerst na de trap op naar de grote hal en vervolgens afdalen naar de practicumlokalen.

Dat de hal zo groot is geworden, heeft ook te maken met de koelingsmethode van het Minnaertgebouw waarvoor Neutelings koos. Niet zozeer verwarming als wel koeling is het probleem bij hedendaagse gebouwen: door goede isolatie en de aanwezigheid van extra warmtebronnen als mensen, computers en andere apparaten, worden interieurs tegenwoordig eerder te warm dan te koud. Neutelings heeft voor koeling niet allerlei geavanceerde en ruimte opslokkende koelinstalleties aangewend, maar juist 'primitieve' technische middelen. Het Minnaertgebouw is niet 'high tech' maar 'low tech', het is geen 'smart building' vol technische foefjes, maar juist een 'dom' gebouw. In Nederland rijkelijk voorhanden regenwater zorgt er voor dat het Minnaertgebouw niet te warm wordt. Het valt door grote trechters in het dak van de hal naar binnen in een grote, ondiepe vijver. Vandaar uit wordt het naar de waterhoudende plafonds van de practicumlokalen geleid en zorgt zo voor koeling. 's Avonds laat wordt het inmiddels opgewarmde water naar het dak gepompt, waar het 's nachts gratis en voor niets weer afkoelt. Een eventueel teveel aan water wordt via een goot afgevoerd en bij langdurige droogte kan de binnenvijver worden gevuld met leidingwater.

De gaten in het dak en de binnenvijver geven de hal van het Minnaertgebouw een letterlijk open karakter. Zo sluit Neutelings, waarschijnlijk onbedoeld, aan op de klassieke traditie van het Romeinse woonhuis, dat was georganiseerd rondom een atrium met een implivium, een vijvertje dat werd gevuld door regenwater.

Als contrapunt voor deze letterlijke openheid van zijn oud-Romeinse onderwijsgebouw heeft Neutelings ook beslotenheid. Aan de muur langs de muur heeft hij twaalf hokken gehangen, die wegens hun intieme karakter nu al 'knuffelhoeken' worden genoemd door de gebruikers. De hokken wekken verschillende associaties op. De gekromde vormen van de ingangen doen denken aan Moorse vormgeving en de rode bekleding van de banken brengt de gedachten op theaters, bordelen en bovenal treincoupé's.

Zo kent het Minnaertgebouw wel meer feestelijke plekken. Het ruime restaurant heeft een met rood fluweel bedekte wand en in de hoge ruimte staan dikke kolommen opgesteld, waarvan de onderkanten van metaal zijn en de bovenkanten van wit kunststof. Maar hoe dik ze ook zijn, ze ondersteunen niet het dak. Integendeel, boven de kolommen, waarin luidsprekers, airconditioning en verlichting verborgen zitten, bevinden zich juist ronde gaten waardoor het daglicht naar binnen valt.

Net als het restaurant is ook de studieruimte hoog. Maar hier is de sfeer eerder gewijd dankzij de donker gekleurde, schuine wand die, heel toepasselijk voor een naar een astronoom genoemd onderwijsgebouw, door talloze witte rondjes doet denken aan een sterrenhemel.

Donkerblauw is een kleur die ook op veel andere plekken in het gebouw voorkomt, maar helaas is hiervoor zo'n slechte verfsoort gebruikt dat de wanden bij de minste of geringste aanraking al besmet raken. Hierdoor lijkt het soms, zoals bij de toch al wat armoedige, verscholen ingang, alsof het gebouw al jaren in gebruik is.

Tegenover de verschillende sferen binnen in het gebouw staat een streng uniforme buitenkant. Op een lage sokkel na zijn alle gevels van het gebouw bedekt met één materiaal, terracottakleurig spuitbeton. Dit beklemtoont nog eens de eenvoudige, Spartaanse vorm die het gebouw heeft gekregen. Veel meer dan een langwerpige doos die op de plekken waar het restaurant en de kantoren zich bevinden is verhoogd, is het Minnaertgebouw eigenlijk niet. Alleen de letters 'MINNAERT' zijn op een opvallende manier in de gevel verwerkt. Ze ondersteunen het plafond van de fietsenstalling en zijn zo een onmisbaar onderdeel van het gebouw geworden.

De dikke korrelige laag spuitbeton geeft het gebouw ook iets grofs en primitiefs. Het is alsof Neutelings met deze gevelbekleding duidelijk heeft willen maken dat het Minnaertgebouw een 'dom' bouwwerk is. Door zijn rotsachtige voorkomen lijkt het nieuwe onderwijsgebouw afkomstig uit Fred Flintstone's woonplaats Bedrock. Daar kunnen de golvende verdikkingen, die de de gevel verlevendigen, niets aan veranderen. Integendeel, zij hebben nog het meest weg van spataderen en versterken de indruk dat het hier om heel oud, uit prehistorische tijden afkomstig gebouw gaat.