MATTHÄUS PASSION

Frans Brüggen: Philips 454 434-2 Jos van Veldhoven: Channel Classics CCS 11397 Ton Koopman Erato 2292-45814-2 Gustav Leonhardt Deutsche Harmonia Mundi RD 77848 Mengelberg: Philips 462092-2

Nederland is hèt Matthäus Passion-land: in de Amsterdamse platenzaak Fame op de hoek van Dam en Kalverstraat zag ik vrijdag zeventien verschillende uitvoeringen liggen. EMI heeft er drie (van Gönnenwein, Furtwängler en Klemperer), Philips heeft er zelfs vier: van Willem Mengelberg (1939), Eugen Jochum (1962), Peter Schreier (1984) en Frans Brüggen, de zojuist uitgebrachte opname uit 1996 van zijn eerste Matthäus met het Orkest van de Achttiende Eeuw en het Nederlands Kamerkoor.

De uitvoeringen zijn er in vele stijlen - ouderwets 'romantisch' is er nog in soorten. De vaak om zijn eigenzinnigheid verguisde Mengelberg-opname, onlangs opnieuw uitgebracht, is echter een uniek document van de Nederlandse Matthäus-historie: groots, meeslepend, plechtig en eerbiedig, in de praktijk veel beter aanhoorbaar dan meestal wordt gezegd. Ondanks het massale koor is de polyfonie glashelder en de dramatiek is enorm - nooit scheurde het voorhangsel van de tempel zó heftig en nimmer beefde de aarde zo dreunend als bij Mengelberg en zijn legendarische solisten, onder wie Jo Vincent.

Ook 'authentiek' is er in grote diversiteit: in de opname van de 75-jarige Nederlandse Bachvereniging o.l.v. Jos van Veldhoven, hoort men één solistische vrouwenstem, bij de zeer strenge Gustav Leonhardt hoort men bij solisten èn in het koor uitsluitend jongens en kerels. De Matthäus is er ook in verschillende lengtes: bij Mengelberg en Furtwängler zijn er coupures, de reusachtige en monumentale uitvoering van Klemperer (1962) met zijn wereldberoemde solisten (o.a. Dieskau, Pears, Schwarzkopf, Ludwig, Berry en Baker) is met 3 uur 43 min meer dan een uur langer dan die van Brüggen, die met 2 uur 39 min ook wel erg kort is.

Dat na Leonhardt en Koopman nu ook Van Veldhoven en Brüggen de Matthäus hebben opgenomen, betekent dat de opvattingen van alle 'authentieke' Nederlandse dirigenten van naam nu vastliggen. Al is er binnen de in principe goeddeels gelijke stilistische opvattingen nog een staalkaart aan verschillen, het is onmogelijk om op basis daarvan duidelijke keuzes te maken. Bij Brüggen klinkt alles heel klein, helder, intiem en exact. Van Veldhoven komt soms met wat meer opulentie en expressie. Ook de solistenbezettingen zijn in wezen gelijkwaardig, al springen er her en der wat zangers uit: Andreas Scholl en Geert Smits (Christus) bij Van Veldhoven, Ian Bostridge en Nico van der Meel (evangelist) bij Brüggen. Maar waarom zou men kiezen, de èchte liefhebber verlangt naar èlke Matthäus Passion.

    • Kasper Jansen