Giftigheid van uranium bekend uit dierproeven

De belangstelling voor de giftigheid van uranium kreeg een impuls na de Golfoorlog. Toen rees het vermoeden dat veteranen een uraniumvergiftiging hadden opgelopen.

ROTTERDAM, 30 MAART. Zonder concrete gegevens over de omvang van de uraniumbesmetting is niets inhoudelijks over het risico daarvan te zegen. Elk mens staat bloot aan een geringe belasting met uranium, omdat dit van nature in de grond, en dus ook in planten en dieren, voorkomt.

De stichting Visie die het nieuws over de uranium-besmetting vrijdagavond naar buiten bracht was vanochtend onbereikbaar. Ook de ministeries van Verkeer en Waterstaat en Volksgezondheid, en de Kamerfracties van GroenLinks en PvdA hadden geen concrete informatie over de uranium-waarden die in de uitwerpselen van betrokkenen waren gevonden. Het Zweedse instituut Biospectron in Tagarp, dat de analyses deed, staat goed bekend.

De dagelijkse uranium-opname van volwassen Amerikanen is geschat op 2 tot 3,5 microgram per dag. Dat in uitwerpselen uranium is gevonden zegt dus weinig, het gaat erom hoeveel méér er is gevonden dan de normale waarde, inclusief de spreiding daarin.

Het gevaar van 'verarmd uranium' is redelijk bekend. Verarmd urnanium is uranium waaraan veel van de begeerde component uranium-235 is onttrokken voor toepassing in kernenergie.

De belangstelling voor de toxicologie van het materiaal kreeg een impuls toen na de Golfoorlog het vermoeden rees dat veel oorlogsveteranen een uraniumbesmetting hadden opgelopen. Tanks en pantserwagens bevatten verarmd uranium, ook veel munitie is voorzien van 'penetrators' van uranium. In juni 1994 bracht de milieu- en gezondheidsdienst van de Amerikaanse landmacht AEPI een rapport uit over de gevaren.

Uranium heeft zowel een radiologische als een chemische giftigheid. Verarmd uranium, dat voornamelijk uit uranium-238 bestaat, is van zichzelf een heel zwakke alfastraler, maar vervalt langzaam tot stoffen die ook gammastraling afgeven. Beide soorten straling zijn gevaarlijk, maar op basis van het gewicht is uranium daarbij duizenden tot miljoenen malen minder gevaarlijk dan het radium dat nog in verlichte wijzerplaten voorkomt en het americium uit rookmelders. Toch kan de belasting van longweefsel groot worden als daarin veel uraniumdeeltjes zijn terechtgekomen. Het is aannemelijk, ook op grond van Amerikaanse brandproeven, dat bij de Bijlmerramp een deel van het verarmd uranium als een soort rook (aerosol) in de lucht is terechtgekomen.

Gewoonlijk wordt de chemische giftigheid van uranium, dat als zwaar metaal min of meer op één lijn is te stellen met stoffen als lood, chroom, kwik en cadmium, groter geacht. Het verarmd uranium gaat bij verhitting makkelijk over in uraniumoxide dat beperkt oplosbaar is gebleken in de gewone longvloeistof. Als er veel uraniumrook is ingeademd, kan vanuit de longen via de bloedbaan een uraniumbelasting van nieren, botten en lever hebben plaatsgevonden. De gevolgen daarvan zijn bekend van dierproeven.