Gevallen

Wat kan een jongen van elf nou helemaal overkomen als hij met de fiets naar de voetbaltraining gaat? Het is zo'n twee kilometer, uitsluitend fietspad, en hij hoeft maar twee straten over te steken. Auto's rijden daar niet hard.

Akkoord, zijn nieuwe racefiets is een tikje aan de grote kant. De wilgen langs het pad zijn pas gesnoeid en er liggen losse takken op de weg.

Toch, als hij zich tegen het einde van de volgende middag begint te herinneren wat er gebeurd is, bevat zijn verhaal heel andere elementen. Het komt er wat moeizaam uit, als gevolg van een gebroken bovenkaak, een rij uit het lood geslagen tanden die houvast vinden aan een provisorische beugel, een lip die, inclusief hechtingen, zo te zien vier keer zo dik is als normaal, en een hersenschudding.

Er valt niet eens zoveel te vertellen. De fietslamp raakte los en dreigde tussen de spaken te raken. In plaats van te stoppen probeerde hij onder het rijden het euvel te herstellen. Meer weet hij niet, toen ging min of meer het licht uit. Over de kop gegaan, concluderen we, en met zijn gezicht op de straat geslagen. Misschien eerst nog ergens tegenop gereden want de voorvork van zijn fiets is verbogen.

Op een of ander manier is hij er daarna in geslaagd tussen het bloed en de rammelende tanden door, en met een zowat doorgeknipte lip, tegen omstanders zijn telefoonnummer te prevelen zodat zijn moeder meekon naar het ziekenhuis.

Een paar weken later heeft hij zijn bravoure weer terug. De loslatende korsten van zijn schaafwonden zijn een bron van amusement. Hij lijkt eerder trots op de littekens op zijn wang, neus, voorhoofd en mond dan dat hij zich ervoor schaamt. Hij vertelt over de zenuwbehandelingen van zijn voortanden. Gele draden zijn het, die zenuwen, gewoon vette fliebertjes. Hoe dat iets met pijn te maken kan hebben. En volgens zijn zusje hoeft hij nou nooit meer zenuw-achtig te zijn. Hij zegt dat hij minder angst heeft dan ooit om op het voetbalveld een bal te koppen, en gedraagt zich ernaar. We lachen wat af hoor.

Maar het klamme zweet breekt je uit bij de gedachte dat een ongeluk van dit kaliber kan gebeuren op zo'n onschuldige tijd en plaats, zonder één onverlaat, zelfs zonder ander verkeer in de buurt.

Overigens was er die middag helemaal geen training. Ze waren alleen vergeten hem te bellen.