...EN DE KIEZERS KOMEN NAAR DE KAMER

Jaap de Hoop Scheffer staat vanmiddag weer te canvassen, deze keer op het Centraal Station van Arnhem. Hij vindt deze vorm van campagnevoeren wél leuk, zo zei hij vorige week. Toen was hij folders aan het uitdelen in Gorinchem. “Ik wil als politicus niet iemand zijn die de mensen alleen van een poster of van de televisie kennen”, verklaarde de CDA-leider. “Ik wil proeven wat er onder de mensen leeft.”

Canvassen wordt in Van Dale omschreven als 'werven, met name van kiezers door politici die daarbij bij willekeurige mensen aanbellen'. In landen met een districtenstelsel, zoals Groot-Brittannië, is het de gewoonste zaak van de wereld. Het wordt gezien als dé manier om contact met de kiezers te krijgen. In Nederland, waar de populariteit van de lijsttrekker voor de verkiezingsuitslag belangrijker is dan individueel contact met het electoraat, is het minder gebruikelijk. Maar toch, ten minste eens in de vier jaar bemannen Kamerleden marktkraampjes en beklimmen zij wankele podia om het electoraat op te zoeken. Zelfs het eigen gebouw van de Tweede Kamer werd afgelopen zaterdag opengesteld voor een 'verkiezingsmarkt'. Partijen kregen de kans zich te presenteren. “Een drumband en een orgel zorgen voor de nodige afleiding”, zo stond er in het programma dat de voorlichtingsdienst van de Kamer vooraf had verspreid. Het doet wat onnatuurlijk aan. Afwachten of de nieuwe lichting Kamerleden zoals Femke Halsema en Wouter Bos er over vier jaar iets aan heeft veranderd.