...DOORLOOPT VEEL STADIA VAN ZELFVERLIES...

Femke Halsema en Wouter Bos, beiden dertigers, zijn niet het type partijlid dat langs de deuren is geweest om contributie op te halen. Niet het type dat voor zijn partij heeft 'gefolderd', dat treetje voor treetje in de hiërarchie is gestegen om met een Kamerlidmaatschap een welverdiende kroon op de carrière te zetten.

De verkiezingscampagne is voor hen een ontnuchterende kennismaking met de aardse werkelijkheid van de politiek. “Als beginnend politicus op campagne doorloop je veel stadia van zelfverlies”, merkt Halsema. Zij vervolgt: “Het meest in het oog springend zijn de compromitterende situaties waarin je jezelf zo nu en dan brengt. Iets minder opvallend, maar niet minder beschamend, is het bluffen. Gevraagd naar je standpunt over 'de verzelfstandiging van bejaardenoorden, 'de bouw van een flat aan de Almeerse haven, 'studiehuizen', of 'de verhuizing van Grolsch vanuit Groenlo naar Enschede', is de hoopvolle blik van het publiek de beste aanwijzing voor je antwoord. Als beginnend politicus denk je je niet te kunnen veroorloven te zeggen dat je het eigenlijk niet weet (een politieke carrière is nog nooit gebouwd op onzekerheid) dus sleur je jezelf naar het einde van een antwoord, dat je later nooit zou willen herhalen, of slechts met een groot gevoel van schaamte.

“Het meest pijnlijke verlies is echter het verlies van je beschavingsvernis. Een voorbeeld. Een politiek debat, kort geleden. Aan tafel zitten vertegenwoordigers van de grote partijen, waaronder een machtige CDA-politica. Al tijdens de korte voorbereiding worden de kanonnen in stelling gebracht: 'in elke familie zijn er wel een paar jongelui die GroenLinks stemmen'. In het debat dat volgt zijn de gevatheden niet van de lucht: 'zoals die dame die extreemlinks van mij zit'. Met de lachers op haar hand, blijkt er een heuse cabaretière in haar schuil te gaan, die venijnigheden paart aan het zachtjes aaien van mijn mouw. Voordat ik het goed en wel in de gaten heb, maar te laat om het nog goed te kunnen beheersen, is er een gruwelijk instinct ontwaakt: kill, kill, kill.”