De echo's van Adriaan van Dis

Adriaan van Dis dichtte zaterdag in de Volkskrant: 'Het Grote Delen als verkiezingstaak/ Of is dat soms geen haalbare zaak?/ Zetten de zakenlui u onder druk/ En noemt u dát het paars geluk?'

Het was de opmaat voor de discussie die Van Dis vanavond in de Balie in Amsterdam met premier Kok zal voeren. Van Dis moet een politiek ongenoegen verwoord hebben dat in bredere kring heerst, want als je erop lette kon je overal echo's van zijn stem horen. Daarmee doel ik niet op PvdA-voorzitter Karin Adelmund die in Netwerk eerst Van Dis' gedicht juichend verwelkomde om het vervolgens in dezelfde ademtocht te ontkrachten door de visionaire vermogens van Kok juist te roemen. Sommige politici zijn nu eenmaal van elastiek gemaakt.

De bedoelingen van Van Dis klonken duidelijker door in het debat tussen Van Mierlo en Bolkestein in Buitenhof en in het interview van KRO's Kruispunt met ex-premier Lubbers.

Buitenhof liet Van Mierlo en Bolkestein debatteren over het erfgoed van de jaren zestig. Al snel bleek hoezeer Van Mierlo zich een kind voelt van die jaren zestig - veel meer dan Bolkestein die deze jaren vooral in het buitenland heeft doorgebracht en zelden heeft deelgenomen aan 'optochten', zoals hij de demonstraties uit die periode fijntjes aanduidde.

Het debat tussen Bolkestein en Van Mierlo werd geen moment venijnig, maar het bood toch een helder zicht op de kloof tussen hun politieke visies.

Wat de jaren zestig hadden opgeleverd? Alleen maar een afkeer van economische processen, vond Bolkestein. “Het was voor Nederland slecht.” Van Mierlo stelde zich diametraal tegenover dit standpunt op. Het succes van het poldermodel was juist te danken aan de jaren zestig, vond hij. Toen was immers de mondigheid van de Nederlandse werknemer begonnen. “Duitse en Franse arbeiders hebben nog steeds veel hiërarchisch besef. Maar hun prestaties zijn minder.”

Het poldermodel als vrucht van de jaren zestig - het was alsof Bolkestein verrast werd door deze zienswijze. Ik had verwacht dat Van Mierlo het moeilijk zou krijgen in dit debat, maar hij leek zich steeds meer in zijn element te voelen naarmate hij meer gelegenheid kreeg om de zegeningen van de jaren zestig te bezingen. “De belangrijkste vrucht was de way of life”, hield hij Bolkestein voor. “Lees De avonden, kijk naar het Polygoon-journaal van die jaren, het was een maatschappij met een façade van fatsoen. Dat werd allemaal afgeschud.”

“Ik heb zelf nooit iets gemerkt van de knellende band in de jaren vijftig”, sputterde Bolkestein tegen.

“U neemt al te vaak uw eigen lot als maatstaf”, berispte Van Mierlo hem.

Dat was het overheersende beeld: Van Mierlo licht uitdagend in de aanval, Bolkestein een beetje verbaasd in de verdediging.

Slechts een enkele keer kwam Bolkestein in opstand. “Het kind en de vrouw werden in die jaren ontdekt”, stelde Van Mierlo, zó enthousiast dat het nu leek alsof ook hij zijn eigen lot als maatstaf van alle dingen nam. “De vrouw ontdekt! Kom op!” riep Bolkestein.

Wat Van Mierlo Bolkestein herhaaldelijk verweet, was een te eenzijdige, want louter door economische factoren bepaalde kijk op de werkelijkheid. Het is ook het verwijt van Van Dis aan Kok en 'Paars'. En we hoorden het later op de zondag ook bij Lubbers opduiken: 'de economisering', zoals hij het noemde, van Nederland.

Er ontstaat daardoor, volgens Lubbers, een groeiende afstand tussen 'Paars' en de samenleving. “Niet goed zichtbaar is de bekommernis van 'Paars' over wat niet goed gaat.” Hij noemde als voorbeeld de moord op Meindert Tjoelker. Lubbers gaf toe dat het no-nonsense-beleid al in zijn laatste jaren als premier te ver was doorgeschoten: “Met name tegenover de ouderen”.

Het was geen onthullend interview met de ex-premier, maar het bevatte toch enkele pikante momenten, zoals zijn bewering dat hij nooit van plan was geweest de internationale politiek in te gaan. Hij had zich laten overhalen door Van Mierlo (later ook door Major) om zich te kandideren voor de NAVO. “Ik heb tegen Van Mierlo gezegd: ik ben er niet de goeie man voor.”