Bijlmerramp blijft vragen oproepen

In de ontlasting van iemand die ten tijde van de Bijlmerramp in de buurt van wrakstukken is geweest is uranium aangetroffen. Weer houdt de Tweede Kamer een spoeddebat.

ROTTERDAM, 30 MAART. Het is het zoveelste spoeddebat met minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) over de gevolgen van de Bijlmerramp. Onderwerp deze keer: de gezondheid van bewoners en van hulpverleners die op de 4e oktober 1992 en de jaren daarna op of in de directe omgeving van de ongeluksplek zijn geweest.

De fracties van PvdA en GroenLinks namen gisteren het initiatief tot een debat later deze week als reactie op een rapport van het Zweedse onderzoekbureau Biospectron over vijftien personen die destijds op de plek van de ramp aanwezig waren als bewoner of hulpverlener. In de ontlasting van één van hen is een opmerkelijk hoge concentratie uranium aangetroffen. Tevens is onlangs bekend geworden dat ook tientallen werknemers van KLM een verband zien tussen hun gezondheidsklachten en de dagelijkse arbeid in een hangar waar verarmd uranium uit het ramptoestel heeft gelegen. Het radioactieve materiaal werd gebruikt voor de stabilisatie van het vrachtvliegtuig.

Al in het najaar van 1993 kwam vooronderzoeker H. Wolleswinkel met zijn rapport over de technische oorzaak van het ongeluk met de El Al Boeing in de Bijlmermeer. Zijn conclusies werden overgenomen door de Raad voor de Luchtvaart. De ophanging van de motoren aan de vleugel bleek verkeerd geconstrueerd, de vliegtuigfabrikant erkende dat en nam de kostbare verbeteringen voor zijn rekening. Bij zijn snelle conclusie vermeldde Wolleswinkel dat er “altijd vragen zullen blijven over deze ramp”.

De voorspelling kwam uit. Het aantal vragen nam toe, sommige werden steeds opnieuw gesteld. Het ene deelonderzoek volgde na het andere. De onduidelijkheid over de lading, het spoorloos verdwijnen van tientallen vrachtbrieven veroorzaakte na het uitkomen van het rapport van de Raad voor de Luchtvaart met enige regelmaat onrust en leidde tot zeer gevarieerde speculaties. De minister kon niet alle vragen van Tweede-Kamerleden beantwoorden. Uiteindelijk werd eind vorig jaar besloten om een commissie van drie wijze mannen in te stellen om de zoek geraakte vrachtbrieven alsnog te achterhalen. De commissie staat onder leiding van R. Hoekstra, lid van de Raad van State.

Uit onvrede over deze gang van zaken had de Tweede Kamer zelf al eerder besloten om een eigen onderzoekscommissie in te stellen, geleid door het PvdA-lid Van Gijzel. Deze commissie zou precies nagaan of het RLD-onderzoek naar de ramp wel zorgvuldig genoeg is gedaan. De werkzaamheden zijn nog niet afgerond. Inmiddels heeft minister Borst (Volksgezondheid) al aangekondigd dat de recente Zweedse bevindingen moeten worden bestudeerd en dat de klachten van bewoners en van KLM-personeel een serieus onderzoek verdienen. Een dergelijke belofte deed ze vorig najaar ook reeds. De zaak is toen blijven liggen in afwachting van wat de door Verkeer en Waterstaat ingestelde commissie zou opleveren. Ruim drie jaar eerder, in april 1994, heeft de GG en GD van Amsterdam een onderzoek ingesteld naar de gezondheidsklachten. Men enquêteerde onder meer de huisartsen in het gebied en dat leverde de volgende klachten op: chronische luchtweginfecties, pijn in de armen (meestal links), maag- en darmstoornissen, impotentie. Nadere bestudering van de dossiers bracht directeur Rengelink van de GG en GD ertoe om de stadsdeelraad Zuid-Oost te melden: “Deze klachten waren niet zodanig dat een relatie met het vliegtuigongeval aannemelijk is.”