Atjeeërs vragen bescherming VN

KUALA LUMPUR, 30 MAART. Veertien illegale Indonesische immigranten in Maleisië hebben vanochtend hun toevlucht gezocht in het kantoor van de Hoge Commissaris voor Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNCHR) in Kuala Lumpur. De immigranten, vermoedelijke afkomstig uit Atjeh, ramden met een vrachtwagen de toegangspoort om op het terrein van het VN-gebouw te komen.

Volgens het hoofd van het UNCHR in Maleisië, Gottfried Koefner, vraagt de groep om bescherming door de UNCHR: “Ze beschouwen zichzelf als vluchtelingen.”. De politie heeft de toegangswegen afgezet, maar zegt het gebouw niet te zullen binnengaan.

Vorige week braken in enkele detentiekampen rellen uit toen werd begonnen met het terugsturen van illegale immigranten naar Indonesië. In een kamp in Semenyih werden een politieagent doodgeslagen en 8 immigranten uit Atjeh doodgeschoten. De 14 personen die het UNCHR-kantoor zijn binnendrongen, behoren waarschijnlijk tot een groep van 247 immigranten die uit een kamp in Lenggeng wisten te ontsnapten.

De Maleisische autoriteiten gaan intussen door met het deporteren van illegale immigranten, ondanks een verzoek van de UNCHR, afgelopen zaterdag, voorlopig geen mensen uit Atjeh meer terug te sturen. De Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, mevrouw Sadako Ogata, verklaarde: “We zijn bijzonder bezorgd omdat zich onder de groepen die door Maleisië worden teruggestuurd, vluchtelingen kunnen bevinden die internationale bescherming nodig hebben.” Eerder vroeg de UNCHR toestemming onderzoek te doen in het kamp in Semenyih.

Volgens de Maleisische premier Mahathir Mohamad is er bij het terugzenden van de ongewenste vreemdelingen geen sprake van het schenden van mensenrechten. “Waarom zou dat het geval zijn? Wij kunnen ze niet onderhouden”, aldus de premier in Business Times. Gisteren had Mahathir in Kuala Lumpur een onderhoud met de Indonesische vice-president, Jusuf Habibie. Deze zei dat de illegale immigranten uit Indonesië een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de ontwikkeling van de Maleisische economie. Maar Habibie zei ook dat de kwestie “vriendschappelijke” wordt opgelost, “aangezien Maleisië en Indonesië nauw samenwerken.”

De bezorgheid van de UNCHR over de immigranten uit Atjeh heeft te maken met mogelijke repercussies die hen bij thuiskomst te wachten staat. In Atjeh is de Beweging Vrij Atjeh actief. Woordvoerders zeggen dat vorige week in Maleisië ten minste 39 Atjeeërs zijn doodgeschoten of bij hun transport aan hun verwondingen zijn overleden. Mensenrechtenorganisaties hebben de vrees uitgesproken dat vluchtelingen uit Atjeh de doodstraf wacht.

De Indonesisische autoriteiten hebben gezegd dat er tussen de 545 immigranten die zaterdag aankwamen in de haven van Lhokseumawa, geen enkele onafhankelijkheidsactivist is aangetroffen, en dat er geen enkele arrestatie heeft plaats gevonden. “De arbeiders zullen snel naar hun dorpen worden teruggebracht. Zij die zich schuldig hebben gemaakt aan criminele activiteiten, zullen overeenkomstig de wet worden behandeld”, aldus een lokale legercommandant. (Reuters, AFP)