Afro-optimisme

“VAN DE KAAP TOT KAMPALA, van Dar-es-Salaam tot Senegal, wordt de democratie sterker, groeit de handel en vordert de vrede. We zijn getuigen van een Afrikaanse Renaissance.” Van Accra tot Entebbe, van Kaapstad tot Dakar, draagt Bill Clinton elf dagen lang deze Afro-optimistische boodschap uit.

Het mag wat overdreven klinken - de werkelijkheid bezuiden de Sahara is nog steeds niet onverdeeld opbeurend -, als medicijn voor het schijnbaar ongeneeslijke Afro-pessimisme, de neiging om Afrika voor te stellen als een 'verloren continent', zijn deze woorden meer dan welkom. Zeker van de leider van de enige overgebleven supermacht, het rijkste land ter wereld, waar de koopkracht toeneemt en investeringskapitaal ruim voorhanden is. Het tijdstip van Clintons tournee door Afrika, het langste bezoek dat een Amerikaanse president ooit aflegde aan het continent, was goed gekozen. Afrika beleeft een kritieke fase van zijn geschiedenis. Economische en politieke hervormers boeken enige terreinwinst, de gemiddelde groei van de economieën bezuiden de Sahara schommelt nu rond de 4 procent - meer dan tweemaal zo veel als in de voorafgaande 15 jaar - en nog niet zolang geleden stagnerende volkshuishoudingen herleven, zoals Clinton kon vaststellen in Ghana en Oeganda. Maar de vorderingen zijn fragiel, want zelfs als deze groei tien jaar aanhoudt, zal het hoofdelijk inkomen nog steeds 5 procent lager zijn dan in 1974. Een combinatie van aanzienlijke investeringen en zorgvuldig gerichte hulp is nodig om het herstel te bestendigen.

HET GEKOZEN MOMENT is om nog een andere reden kritiek. Sinds het einde van de Koude Oorlog is het strategische belang van Afrika afgenomen, de voormalige koloniale mogendheden Frankrijk en Groot-Brittannië nemen wat meer afstand en de mondialisering dwingt het continent zijn positie te bepalen in een veranderde wereld.

Ook Clintons reisdoelen waren zorgvuldig gekozen. Ghana wordt algemeen beschouwd als een geslaagd voorbeeld van structurele aanpassing volgens IMF-recept; de leiders van Oeganda omhelzen de vrije markt, trokken hun land uit het moeras van chaos en wanbestuur en werden Amerika's beste bondgenoten tegen het moslim-fundamentalistische bewind in Soedan; Botswana's president geeft Afrika dezer dagen het goede voorbeeld door vrijwillig afstand te doen van de macht na een voorbeeldig beheer van 's lands rijkdommen; en Senegal is al jaren een trouwe contribuant aan internationale vredesmachten. Zuid-Afrika, ten slotte, geldt sinds het einde van de apartheid als de hoop van het hele zwarte continent.

De grote landen die Clinton oversloeg, doen afbreuk aan het optimistische beeld van vrede, vrijheid en toenemende welvaart. Nigeria, het volkrijkste land van Afrika, zakt onder militaire leiding weg in verloedering en repressie, in Soedan woedt een bloedige burgeroorlog, Kenia - ooit een succesverhaal - wordt bestuurd door een kliek van kleptocraten, Kabila's Congo worstelt met de rampzalige erfenis van dertig jaar Mobutu-bewind en het grote en rijke Angola is na twintig jaar broederstrijd nog niet eens toe aan nationaal herstel.

CLINTON VERWELKOMT Afrika in een, vooralsnog gedroomde, wereldgemeenschap van gelijken en nodigt het uit mee te dingen op een, al even denkbeeldige, wereldmarkt met gelijke kansen voor iedereen. Met een nieuwe handelswet, die nog door de Senaat moet worden goedgekeurd, beloont hij hervormingsgezinde Afrikaanse leiders met ruimere toegang tot de Amerikaanse markt. Clinton stelt met recht dat een sneller economisch herstel meer handel en investeringen vergt, maar nog maar weinig Afrikaanse landen kunnen profiteren van de geboden kansen. De infrastructuur verkeert in een staat van verval, het productie-apparaat is verouderd en de technologische kloof is alleen maar breder geworden. En in weerwil van de jubeltonen over 'nieuwe leiders' zijn hun goede eigenschappen nog steeds een uitzondering en leiden oude gewoonten als nepotisme, eten uit de staatsruif en autoritair bestuur een hardnekkig leven.

'Handel, geen hulp' is dan ook een te simpele formule, die meer recht doet aan de zuinigheid van het Amerikaanse Congres dan aan de noden van Afrika. Het beleden geloof in particuliere investeringen is gratuit zolang Amerikaanse ondernemers alleen geld steken in kapitaalintensieve sectoren als oliewinning en mijnbouw. Alle beetjes zijn welkom, maar de toezeggingen van Clinton zijn ontoereikend. Als de VS Afrika werkelijk een eerlijke kans willen geven, moeten zij aanzienlijk meer doen aan schuldenverlichting voor de armste landen. En een nuchtere toon over gebreken van democratie en leiderschap blijft op zijn plaats.

NOG NOOIT heeft Washington zoveel belangstelling getoond voor Afrika, en nog niet eerder heeft een Amerikaanse president tegenover Afrikanen zijn spijt betuigd over de slavenhandel, de opportunistische allianties van de Koude Oorlog en de afzijdigheid tijdens recente massamoorden. Geheel in de stijl van zuidelijke predikers maakte Clinton er een openbare biecht van. Berouwvolle en opbeurende woorden veranderen geen voldongen feiten, maar ze werpen wel een ander licht op de werkelijkheid. Clintons nieuwe Afrikapolitiek komt vooralsnog neer op symbolisch eerherstel voor het 'vergeten continent'. Dat is niet zonder betekenis, maar het is nóg beter voor Afrika als hij de daad bij het woord voegt.