Ziekteverwekkers

JE KUNT DE nog maar betrekkelijk korte geschiedenis van de computer verbazend nauwkeurig in tijdperken indelen aan de hand van de populairste plagen die het apparaat geteisterd hebben. Er zijn er drie: de tapijtziekte, het virus, en de nuker. De oertijd is de krachtstroom-periode, waarin de tapijtkever bloeide. Daarop volgt de floppy-era, waarin de virussen hoogtij vierden, en zojuist zijn we het netwerk-tijdperk binnengetreden en steekt de nuker de lelijke kop op.

In de krachtstroom-periode, die ruwweg duurde van 1950 tot 1980, werd de wereld gedomineerd door enorme maar domme en trage dinosaurussen, die alleen in heel zorgvuldig gecontroleerde omstandigheden konden overleven. Computers waren kamergroot, of nog veel groter, werden gevoed met krachtstroom, en stonden in speciale ruimtes, liefst voorzien van airconditioning, al kon een permanent open raam bij een gemiddeld IBM-bedrijfssysteem ook goede diensten bewijzen. Computers waren even groot als fragiel. Ze waren bovenal kwetsbaar, zo wilde althans de volkswijsheid onder operators en beheerders, voor statische elektriciteit. Heel wat gevallen van in de soep gedraaide of verdwenen gegevensbestanden werden geweten aan de vloerbedekking, die via rubber schoenzolen een nietsvermoedende operator had voorzien van een fatale elektrostatische lading. Of het allemaal waar was, en of niet het merendeel van die gevallen gewoon aan stommiteiten van deze of gene te wijten was, valt niet meer te achterhalen.

Feit is wel, dat met de komst van PC-achtige machientjes, de kleine, steeds snellere solitaire machientjes die domineerden in de periode 1980-1995, de tapijtziekte even snel verdween als zij ooit was gekomen. Maar vrijwel onmiddellijk greep een nieuwe ziekteverwekker om zich heen: het computervirus. PC's leefden op een dieet van floppy's, een ideaal transportmiddel voor kleine programmaatjes, ingebouwd in andere programma's of daar los aangehangen, die meestal slechts hinderlijk waren, maar ook ware verwoestingen konden aanrichten op een harde schijf. Virussen konden zich vooral zo goed verspreiden omdat de meeste computergebruikers niet vies waren van geroofde kopieën van zowel spelletjes als serieuze toepassingen, en dat waren juist stukjes software waar vaak mee geknoeid werd. Het werd zo dol, dat het soms wel leek of je eigenlijk niet meer meetelde als je niet door het een of ander besmet was geweest. Er ontstond dan ook een complete anti-virusindustrie, terwijl het gros van de besmettingen nooit was voorgekomen als gebruikers niet zo tuk waren geweest op vieze floppen van schemerige herkomst. En ook hier kun je je afvragen hoeveel van de gemelde problemen ook werkelijk door een virus veroorzaakt werden, en niet door simpele onkunde. Lukt er iets niet, dan heet het bij een helpdesk al gauw dat er wel een virusje in de computer zal zitten. De klant installeert dan vanzelf zijn complete computer opnieuw en alles doet het weer. Weg virus, zegt men dan, zonder dat duidelijk is of het er ooit geweest is.

En nu zijn er dan de nukers, ziekteverwekkers die alleen maar kunnen leven in een netwerkomgeving, en dan met name het internet. Nukers zijn net als virussen programmaatjes, maar ze verschillen van virussen doordat ze zichzelf niet kopiëren en verspreiden. Nukers zijn meer als gifslangen in een mandje, ongevaarlijk zolang de eigenaar het mandje niet opent, en zeker niet in jouw richting. Het idee erachter is eigenlijk heel simpel. Het internet bestaat bij de gratie van pakketjes informatie, die van de ene plaats naar de andere gestuurd worden: een webpagina, een e-mailbericht, en noem maar op. Al die informatie wordt opgedeeld in pakketjes, elk met een keurig adreslabel eraan, en eventueel een kaartje met een korte, wiskundige beschrijving van wat de inhoud behoort te zijn. Zo wordt elk pakketje op het juiste adres afgeleverd, bijvoorbeeld uw computer, en kan uw computer, als mocht blijken dat de inhoud onderweg beschadigd was, vragen om het pakket opnieuw te versturen.

Nukers zijn programmaatjes waarmee je met opzet voorbeschadigde pakketjes verstuurt, zodat de ontvangende computer eeuwig om een nieuwe versie blijft vragen. Of ze sturen een pakketje dat de ontvangende computer instrueert om een pakketje aan zichzelf te vragen, dat uiteraard nooit komt. Op die manier veroorzaken ze een eeuwigdurende kringloop, zodat de computer nergens anders meer naar luistert. Ook niet naar zijn bezitter. Mensen herkennen zo'n cirkelinstructie wel, maar computers tuinen er grandioos in.

Bovendien blijken er bruikbare weeffouten te zitten in verschillende besturingssystemen. Vooral in Windows, maar in mindere mate ook in NT, in BSDI en varianten daarvan, in het MacOS, in NeXTSTEP, in Solaris en in het SunOS. Nukers kunnen die weeffouten gebruiken om een computer gedeeltelijk of compleet te laten vastlopen. Afzetten en herstarten is in het laatste geval het enige dat erop zit.

Creativiteit kent geen grenzen, zegt men weleens, en dat geldt ook voor vervelende jongetjes die niks beters te doen hebben. Vandaar dat er al een hele serie nukers bestaat, men omineuze namen als WinNuke, WinBomb, WinKill en Bonk, of mysterieuze als Teardrop, Land en LaTierra, een soort luxe-versie van Land. Wie per se wil kan ze op het Net wel vinden. Nukers vernielen gelukkig geen harde schijven, zoals sommige virussen deden. Ze zijn vooral lastig, en eventueel gevaarlijk voor systemen die echt niet plat mogen gaan. Perfecte bescherming biedt alleen het afkoppelen van de computer, maar er valt al wel iets tegen de meeste nukers te doen. Voor Windows levert Microsoft gratis 'patches' (via www.microsoft.com), die in elk geval met Amerikaanse Windows-versies werken. Met de Nederlandse versie zijn ze (nog) niet, of in elk geval niet allemaal te gebruiken, dus let op wat u downloadt! Maar er zijn meer aanbieders van reparatie- en beschermingssetjes op het net. U kunt ze in een handomdraai vinden door een zoekmachine als Altavista te laten zoeken naar een combinatie van de naam van uw besturingssysteem en bijvoorbeeld 'Teardrop'. Zoals bij alle internet-waar geldt ook hier: caveat emptor!, garantie tot de deur.