VRIENDJESPOLITIEK

Maarten Huygens beschrijving van het geldverdelingsspel binnen de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek NWO (W&O, 14 maart) komt mij niet onbekend voor. De kop 'Vriendjespolitiek' en ondertitel 'Wie in het netwerk zit, heeft een grotere kans op subsidie' dekken de werkelijkheid, zoals ik die zelf heb mogen meemaken.

Alweer enige tijd geleden mocht ook ik lid zijn van een NWO-commissie, op het terrein van de maatschappijwetenschappen. Twee gebeurtenissen zal ik niet gauw vergeten. De eerste betrof een aanvraag van mijzelf, mede namens anderen. Voorafgaande aan de vergadering belde de voorzitter mij met de mededeling dat ik alleen kans zou maken indien ik hem (en nog iemand) zou accepteren als mede-aanvrager. Dat heb ik dus maar gedaan. Voor de goede orde: het onderzoek werd ook voltooid en gepubliceerd. De tweede gebeurtenis speelde zich af tijdens de lunch van een vergadering. In de ochtend waren de aanvragen besproken, in de middag zou worden gestemd. Tijdens de lunch nam de voorzitter ook mij apart om te zeggen hoe ik zou moeten stemmen om te voorkomen dat bepaalde aanvragen zouden worden gehonoreerd. Deze aandrang heb ik maar niet opgevolgd.

Beide gebeurtenissen heb ik vervolgens gerapporteerd aan het Bestuur NWO. Na de tweede gebeurtenis heb ik tevens mijn lidmaatschap van de commissie opgezegd. Zakelijk onverstandig, maar spijt erover heb ik nooit gekregen. Een duidelijk antwoord van het Bestuur NWO evenmin. Niettemin heb ik mij meermalen afgevraagd of er een beter mechanisme van verdeling van onderzoeksgeld mogelijk is. Perfect is ondenkbaar, want er komen altijd mensen bij te pas, met al hun eigenbelangen. De volgende vier voorstellen kunnen wel tot enige verbetering leiden. Geef elke commissie, ten eerste, een gemengde samenstelling van onder meer wel en niet vakspecialisten, Nederlanders en buitenlanders, actieve onderzoekers en gepensioneerden, en wel en niet universitaire onderzoekers. Hoe meer pluriformiteit, des te kleiner de kans dat één categorie domineert. Benoem de leden, ten tweede, voor een beperkte termijn van bijvoorbeeld drie jaar, zonder mogelijkheid tot herbenoeming dan wel opvolging uit dezelfde onderzoeksgroep in de daarop volgende termijn. Circulatie van elites voorkomt immers machtsconcentratie.

Geef, ten derde, niet meer maar juist minder geld aan NWO ter verdeling. Bij toegenomen schaarste wordt kartelvorming ('vriendjespolitiek') moeilijker, neemt de concurrentie toe en krijgt de inhoudelijke argumentatie meer gewicht. En, ten vierde, bestem een deel van het NWO-geld voor onderzoek naar het NWO-verdelingsmechanisme en naar de resultaten van de verleende subsidies. Dit continu-onderzoek moet periodiek worden gepubliceerd. Dan kan blijken of er inderdaad een (sterk) verband is tussen commissie-lidmaatschap en voor de eigen onderzoeksgroep verworven subsidies. Dan kan ook blijken of NWO niet een zusje is van Philips, gekenmerkt door een onproductieve geldstroom. Van sommige ooit met veel bombarie gelanceerde en door NWO royaal bedeelde ('top'-)onderzoeksprojecten wacht ik nog steeds de publicaties af, maar ik reken er niet meer op.