VRIENDJESPOLITIEK 2

Vriendjespolitiek en bevoordeling van kwantitatief onderzoek leiden ertoe dat NWO weinig onderzoeksaanvragen van de Amsterdamse School voor sociologie (ASSR) honoreert, terwijl de aanvragen van de Groningse-Utrechtse-Nijmeegse school (ICS) keer op keer wel succesvol zijn. Deze opinie wordt voor de tweede keer in korte tijd via NRC Handelsblad geventileerd door de leiding van de Amsterdamse School (W&O, 14 maart).

Het is volkomen juist dat in de laatste tien jaren het ICS aanzienlijk meer NWO-subsidies heeft gekregen dan de Amsterdamse School voor sociologie. Deze scheve verdeling te wijten aan vriendjespolitiek en bevoordeling van kwantitatief onderzoek miskent echter een aantal fundamentele feiten.

Het succes van het ICS in de afgelopen tien jaren is met name te danken aan de opzet van de opleiding in het eerste jaar. In het ICS besteden assistenten-in-opleiding minimaal de helft van hun eerste jaar aan het uitwerken van hun onderzoeksproject in de vorm van een NWO-aanvraag. Deze uitwerking gebeurt onder intensieve begeleiding van hun begeleidingsteam. Bovendien worden concept-aanvragen in mei nog eens in plenaire bijeenkomsten besproken op basis van beoordelingsrapporten van twee stafleden die niet tot het begeleidingsteam behoren. Het zijn deze aanvragen die het ICS voor honorering bij NWO voordraagt. De ICS-procedure is algemeen bekend en wordt ook landelijk zeer gewaardeerd. Zij heeft namelijk een aantal belangrijke voordelen. Het genereert voorstellen waarover goed is nagedacht, waaraan veel voorwerk is besteed en die reeds intern aan beoordelingsprocedures zijn onderworpen. Het is voordelig voor NWO omdat NWO alleen de resterende tijd van het project (drie in plaats van vier jaar) hoeft te financieren. Het waarborgt dat de uitwerking (en niet alleen de uitvoering) van een onderzoeksproject tot de opleiding van de assistent-in-opleiding behoort. Het waarborgt dat de assistent-in-opleiding niet een project van een ander (de begeleider) uitvoert, maar zijn of haar eigen project. De Amsterdamse School kent deze procedure niet. Het gevolg is dat zij aanzienlijk minder aanvragen indient dan het ICS, maar waarschijnlijk ook minder aandacht en tijd aan NWO-voorstellen kan besteden. Het is dan wel goedkoop om het eigen falen te wijten aan vriendjespolitiek van anderen. Los van vriendjespolitiek zou de scheve verdeling ook te wijten zijn aan het overzichtelijke karakter van kwantitatief onderzoek. Het ICS heeft verschillende aanvragen gehonoreerd gekregen waarin het accent ligt op kwalitatief en kleinschalig onderzoek, terwijl ook vele aanvragen zijn afgewezen met een kwantitatief, grootschalig karakter.