Verpauperde Oekraïeners wantrouwen democratie

Morgen kiezen 38 miljoen kiezers in de Oekraïne een nieuw parlement. De sterk verpauperde Oekraïeners zullen naar verwachting tegen verdergaande hervormingen stemmen. De Oekraïne is Europa's op een na grootste land.

ROTTERDAM, 28 MAART. President Leonid Koetsjma, al een jaar lang verwikkeld in een heftig conflict met het huidige Oekraïense parlement over zaken als het hervormingsbeleid, had liever nog een jaartje willen wachten met de verkiezingen. Weliswaar is het huidige, door de communisten en hun bondgenoten beheerste parlement een ferme dwarsligger waar het om hervormingen gaat, maar, zo vond Koetsjma, de verkiezingscampagne zou de hervormingen verder vertragen. Wat hij er niet bij zei - maar zeker dacht - is dat de verkiezingen vrijwel zeker resulteren in een parlement dat nòg minder van de hervormingen moet hebben dan het huidige. “Ik ben somber”, zei Koetsjma deze week toen hem naar zijn verwachtingen over de verkiezingen werd gevraagd.

En daar zijn goede redenen voor. De democratie in de Oekraïne heeft geen traditie - hier stemmen boeren en arbeiders nog op de partij die de directeur aanbeveelt - en wat er aan begrip bestond, is inmiddels teniet gedaan door de economische ontwikkelingen van de afgelopen jaren. De economie is sinds de onafhankelijkheid alleen maar gekrompen, jaar na jaar. De inflatie is onder controle, maar dat is het enige succes in al die jaren. Geprivatiseerd is er nauwelijks. De hervormingen zijn tot staan gekomen en buitenlandse investeerders mijden de Oekraïne zoals geen ander Oost-Europees land. De corruptie is zo verstikkend dat het land is gewaarschuwd dat de weinige buitenlandse zakenlieden die er wel zitten, zich terugtrekken als Kiev niet in staat is hen tegen mafiosi en corrupte ambtenaren te beschermen. De bevolking is verpauperd: meer dan de helft van de 51 miljoen Oekraïeners leeft onder de armoedegrens. Lonen en pensioenen worden met grote achterstand betaald - als ze betaald worden - en rekeningen blijven onbetaald. De achterstand beloopt het astronomische bedrag van omgerekend 2,6 miljard dollar. Twintig procent van de beroepsbevolking heeft geen werk. De gezondheidszorg is ingestort. Tbc eist jaarlijks zevenduizend levens. Overleefd wordt dankzij de grijze sector, met vijftig procent van het bnp nergens groter dan hier. De economische situatie, verzuchtte in december een van de weinige hervormers, is “zó dramatisch dat we misschien eindelijk serieus kunnen gaan hervormen”. Maar signalen in die richting ontbreken nog steeds.

Verpaupering, wanhoop en het gebrek aan perspectief hebben het vertrouwen in de democratie, de partijen en het parlement uitgehold en de nostalgie naar de economische veiligheid van het Sovjet-verleden vergroot. Slechts acht procent van de Oekraïeners heeft nog vertrouwen in Koetsjma en maar drie procent vertrouwt het parlement. Voor de regering, de media en het leger gelden soortgelijke percentages. Het wantrouwen strekt zich uit tot de verkiezingen zelf: vorige maand meende bij een peiling slechts zeven procent van de ondervraagden zeker te weten dat de uitslag niet wordt vervalst. 53 procent gelooft dat de verkiezingen geen enkel positief resultaat opleveren.

De somberheid van Koetsjma is vooral ingegeven door de verwachting dat de Oekraïeners, gedesillusioneerd en wanhopig, morgen massaal op de anti-hervormingsgezinde communisten en hun socialistische bondgenoten gaan stemmen, of dat ze helemaal niet gaan kiezen - hetgeen gezien de stemdiscipline van de communisten op hetzelfde neerkomt. Op het spel staan 450 zetels. Volgens de nieuwe kieswet wordt de helft in het districtenstelsel en de helft proportioneel via partijlijsten gekozen. Dat nieuwe systeem moet de chaos uit het verleden beëindigen: bij de vorige verkiezingen moest in sommige districten wel tien keer worden gestemd om een zetel gevuld te krijgen, omdat geen enkele kandidaat erin slaagde een absolute meerderheid te veroveren. Nu is één ronde voldoende: wie het hoogst eindigt is winnaar.

Het partijenlandschap biedt een treurig beeld. De Oekraïne, zei onlangs een Amerikaanse zakenman in Kiev, “heeft een achterlijk links, een verward centrum en een soms heel lelijk rechts.” Het parlement is de afgelopen jaren gedomineerd door de communisten en de socialisten - anti-hervormers bij uitstek. De leider van de communisten, Petro Simonenko, is een dogmaticus bij wie zelfs zijn Russische geestverwant Gennadi Zjoeganov als een frisse nieuwlichter afsteekt. Hij kan volgens de verwachtingen rekenen op 14 procent van de stemmen en dertig procent van de zetels.

Op de rechtervleugel domineert het nationalische Roech, dat vooral in de westelijke Oekraïne veel aanhang heeft. Maar die slinkt. Roech kon in januari nog rekenen op 9,5 procent van de stemmen; een maand later was dat nog maar 5,7 procent - minder nog dan de Groenen.

Resteert het centrum, waar zich in theorie de Koetsjma-gezinde hervormers zouden moeten bevinden. Maar dat centrum is zwak, gedesorganiseerd en gefragmenteerd. Hier wreekt zich het ontbreken van een democratische traditie het meest. Als gevolg van het oude kiesstelsel, waarbij in districten op individuele kandidaten werd gestemd, speelden politieke partijen in de Oekraïne tot dusverre geen rol. Nu de helft van de zetels via partijlijsten wordt gekozen verandert dat. De nieuwe regels hebben de partijen gedwongen zich voor het eerst als zodanig te formeren en zich een ideologie en een herkenbare identiteit aan te meten. Door de nieuwe kiesdrempel van vier procent moeten de meeste partijen zich bovendien zorgen maken buiten het nieuwe parlement te blijven. Van de nieuwe regels profiteren alleen de partijen die al een herkenbare identiteit hadden: de communisten en de socialisten, de hardnekkigste tegenstanders van de hervormingen.

De afgelopen maanden hebben de centrumpartijen zich aaneengesloten in formaties waarvan echter de identiteit nooit duidelijk uit de verf is gekomen. Politici die elkaar beschuldigden van alles wat lelijk is zitten nu broederlijk in dezelfde nieuwe partij. Ex-president Leonid Kravtsjoek en ex-premier (en ex-KGB-chef) Jevgeni Martsjoek leiden zo'n nieuwe club, de Sociaal-Democratische Partij. Een andere, Hromada, wordt geleid door ex-premier Pavlo Lazarenko - de steenrijke en corrupte vertegenwoordiger van de economische nomenklatoera - en zijn ex-Intimfeind Aleksandr Eljasjkjevitsj. Van de dertig partijen zijn de meeste jong. De jongste is nog geen twee weken oud.

Programma's ontbreken: de meeste partijen, zei Koetsjma deze week, “hebben maar één gemeenschappelijk thema: aanvallen op de president, brute, primitieve aanvallen. Dat is makkelijk, want je hoeft dan geen voorstellen te doen en niets te analyseren.” Hromada beschuldigde Koetsjma deze week van “politieke onderdrukking” en “agressieve impotentie”.

De centrumpartijen ontberen herkenbaarheid en dus een aanhang; ze opereren bovendien in een schimmig en ondoorzichtig milieu. Veel partijen, zo klaagde Koetsjma in februari, dienen slechts om criminelen en bonzen de kans te geven hun rijkdommen en posities veilig te stellen. “Criminelen infiltreren op de hoogste niveaus van staat en economie en in de top van een aantal partijen. De criminele elite besteedt haar vuile geld aan de verkiezingscampagne en ondersteunt corrupte kandidaten. De Oekraïne wordt bedreigd door de transformatie van bepaalde partijen in ware criminele organisaties.”