VAKIDIOTEN 2

Met veel belangstelling lees ik steeds de bijdragen van dr. Leo Prick in de bijlage Wetenschap en Onderwijs.

Maar in het stuk 'Vakidioten' (7 maart) zet hij de beroepsgroep van de economieleraren, waartoe ik behoor, op een nogal ongenuanceerde manier te kijk. Hij suggereert dat de programmaontwikkelaars het vak economie hebben gereduceerd tot abstracties en formules en hij besluit met de opmerking dat “we de invulling van het schoolvak economie niet moeten overlaten aan vakidioten die de pretentie hebben dat hun vak een echt 'exact' vak zou zijn”. Met zijn opmerkingen voel ik mij behoorlijk grof aangevallen en ik vind dat hij mij en een grote groep collega's onrecht aandoet.

Toen zo'n 30 jaar geleden de Mammoetwet werd ingevoerd, werden nieuwe economie-leerboeken geschreven waarin, dat moet ik toegeven, de wiskundige kant van het vak een te zwaar accent kreeg, zodat ik dr. Prick nog had kunnen volgen als hij in die tijd het desbetreffende artikel zou hebben geschreven. Dat er wellicht economieleraren in den lande zijn die in die 30 jaar zijn blijven stilstaan, mag Prick niet de hele beroepsgroep euvel duiden. In zijn column neemt hij als voorbeeld de Keynesiaanse theorie, die de leerlingen onderwezen zou worden in de vorm van een aantal goocheltrucs. Ik wil hem als tegenvoorbeeld graag kort beschrijven hoe ik in mijn lessen de genoemde theorie gestalte tracht te geven. Fase 1. Alle leerlingen krijgen de opdracht om in hun familie- of kennissenkring enkele hoogbejaarde mensen te interviewen over hun beleving van de jaren '30 in sociaal en economisch opzicht. Fase 2. De leerlingen krijgen gedoceerd hoe de oude 'klassieke economen', met hun heilig geloof in de werking van het vrije-marktmechanisme, dachten over het economisch proces. Fase 3. De leerlingen zien in dat de problematiek van de jaren '30 niet meer kan worden verklaard met de opvattingen van de 'klassieke economen'. Pas in deze fase valt voor de eerste keer de naam van Keynes. Let wel: er heeft tot dat moment nog niet eens een begin van een wiskundig economisch model op het bord gestaan. Fase 4: een meer theoretische reflectie in de vorm van modellen. Ik zal niet nalaten mijn leerlingen erop te wijzen dat deze vergelijkingen nooit mogen worden verward met de uit de wis- en natuurkunde bekende formules. Ik vind dat Prick erg hard van leer is getrokken, alleen maar op grond van de ervaring die hij met zijn kind op diens middelbare school heeft opgedaan. Van iemand van dr. Pricks statuur had ik wat meer voorafgaande studie en documentatie verwacht.