Samen met taxi in Maastricht groot succes

Het 'deeltaxi-systeem' in Maastricht en omstreken, dat het gat tussen taxi en bus moet opvullen, wordt fors uitgebreid. Eigenlijk mag het niet, maar daar is een formele truc op gevonden.

MAASTRICHT, 28 MAART. Al drie jaar kent Maastricht een open 'deeltaxi-systeem', waarbij meerdere passagiers gebruik maken van dezelfde taxi, dat plaatselijk bekend staat als het VOM-busje. Tot dusverre maken vooral bejaarden en gehandicapten gebruik van dit vervoer van deur tot deur. Maar daar moet verandering in komen. Nu stadsvervoerder SBM Groep deze week een overeenkomst tekende met zeven taxibedrijven uit de regio om gezamenlijk het deeltaxi-systeem te exploiteren, wordt het des te nadrukkelijker aangeprezen als 'open', voor iedereen.

De VOM-taxi (VOM betekent 'Vervoer op Maat') werkt heel simpel, legt Piet van der Meijden, directeur 'vraagafhankelijk vervoer' van de SBM Groep uit. “Wie een rit wil maken belt minimaal een uur voor het gewenste tijdstip van vertrek de centrale en geeft op van waar tot waar hij of zij wil reizen. Het computersysteem maakt op basis van die meldingen volautomatisch een planning waarbij passagiers aan wagens worden toegewezen. Het systeem rekent ook meteen uit wat de rit kost.”

Het planningssysteem werkt volledig dynamisch, vertelt Van der Meijden trots. Als een busje vertraging oploopt worden nog niet opgehaalde klanten overgeboekt naar een ander busje. Desondanks wordt er in Maastricht flink geklaagd over de punctualiteit van het VOM-busje. Groeistuipen zouden daar mede debet aan zijn. Het aantal ritten nam toe van 129.000 in 1997 tot 230.000 vorig jaar. Voor dit jaar verwacht men 450.000 ritten. Dat betekent dat het aantal busjes snel moet worden uitgebreid. Nu zijn er ruim dertig.

Voor de deelnemende taxibedrijven is de stap om mee te doen dan ook geenszins vrijblijvend. Ze moeten investeren in nieuwe busjes en extra personeel aannemen. De groei verklaart ook waarom het lukte om taxibedrijven en stadsvervoerder op één lijn te krijgen. Van der Meijden: “Voordat de deeltaxi er was, ging de helft van de klanten met de gewone taxi, een kwart ging met de auto of werd gehaald en gebracht door familie, van de rest ging de helft met de bus en reisde de andere helft helemaal niet. Voor hen is de deeltaxi de enige manier om achter de geraniums vandaan te komen. Het extra vervoer van de deeltaxi heeft dus het verlies aan gewoon taxivervoer meer dan goedgemaakt.”

Verdere groei is voorzien. Bij de SBM Groep droomt men er zelfs van de formule over het hele land toe te passen. Dat een goede formule landelijk kan aanslaan toont het voorbeeld van de treintaxi aan, het enige deeltaxisysteem dat in vrijwel het hele land operationeel is. De treintaxi had twee beperkingen: het was alleen voor wie een treinkaartje had, en de taxi's rijden alleen van of naar het station. Die eerste beperking was natuurlijk makkelijk te omzeilen: wie een gebruikt kaartje van de grond opraapte had formeel aan de vereiste voldaan. In de praktijk werd dan ook al snel iedereen vervoerd. Sinds oktober vorig jaar is de formaliteit van het vereiste treinkaartje vervallen.

Dit tot ongenoegen van de in KNV Taxi georganiseerde branche, die zelfs tevergeefs via een kort geding tegen minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) trachtte te voorkomen dat de treintaxi 'open' werd. De taxi-ondernemngen die niet meededen aan treintaxi hebben altijd weerstand geboden tegen het, aanvankelijk flink gesubsidieerde, initiatief. Voor KNV Taxi was het óf-óf: of taxivervoer volgens de geldende regels en volgens de officieel vastgestelde tarieven, of openbaar vervoer volgens daar geldende regels, met een strippenkaart.

Het merkwaardige is dat deeltaxi perfect in het door minister Jorritsma voorgestane beleid past - vandaar dat ze treintaxi ook geen strobreed in de weg heeft gelegd - maar dat de wetswijzigingen die de nieuwe verhoudingen in het openbaar vervoer en de taxiwereld moeten regelen nogal wat vertraging hebben opgelopen. Het was dan ook begrijpelijk dat de vertegenwoordiger van treintaxi die bij de ondertekening van het Limburgse samenwerkingscontract als gast aanwezig was, wat wrevelig vroeg aan E. Elvers, als secretaris van KNV Taxi een van de sprekers op de bijeenkomst, of dit nu wel kon.

Tot een discussie kwam het niet - niemand wilde de feestvreugde bederven - maar dat hoefde ook niet, legde Van der Meijden uit. Strikt formeel is de VOM-taxi namelijk geen open systeem. Het vervoer vindt plaats op basis van een contract dat de gemeenten Maastricht en Meerssen hebben afgesloten voor hun inwoners. Eveneens strikt formeel mogen dus alleen inwoners van die gemeenten van de deeltaxi gebruik maken. “Maar in de praktijk nemen we iedereen mee, hoor”, verzekert Van der Meijden.

Een demonstratie van het rittenplanningssysteem leerde vervolgens iets over de tarief-opbouw. Een rit naar het vliegveld - met de gewone taxi een gulden of vijftig - kwam op zestien gulden tachtig voor één persoon. De tweede persoon die tegelijk dezelfde rit maakt is nog wat goedkoper uit. Een rit van de Schouwburg naar het station - een vraag van de treintaxi-man - kwam op drie gulden tachtig, ongeveer de helft goedkoper dan de treintaxi.

    • Dick van Eijk