Russische leiders zijn dol op tumult en dramatiek

In de hele wereld beweren commentatoren graag dat Boris Jeltsin een ongeregeld, onvoorspelbaar, grillig en misschien zelfs krankzinnig contact met de realiteit onderhoudt. Door zijn hele regering te ontslaan terwijl iedereen dacht dat hij ziek in bed lag, draagt hij alleen maar aan die indruk bij. Maar wie er zo over denkt, vergist zich deerlijk.

Zeker, Jeltsin is niet de gezondste president die Rusland ooit heeft gehad, maar zijn recente optreden is noch vreemd noch het gevolg van ziekte. Het is typisch Russisch. Hoe 'Russisch' de Russische president wel is, zou voor buitenstaanders niet moeilijk te doorgronden moeten zijn. Maar helaas beoordeelt de wereld Jeltsin al sinds jaar en dag verkeerd. Toen hij zichzelf tien jaar geleden tot anticommunist uitriep, verwierf hij daarmee de vrijwel onvoorwaardelijke steun van de Verenigde Staten en het Westen. Maar al is Jeltsin dan een democraat, daarom is hij nog niet minder Russisch. Telkens wanneer hij iets typisch Russisch doet, lijkt de wereld (en vooral Amerika) oprecht verbijsterd. Men poogt haastig zijn gedrag goed te praten als zijnde ingegeven door verkeerde adviseurs, ouderdom, gebrekkige gezondheid en/of geesteszwakte.

Natuurlijk is het moeilijk om iemand te volgen die zegt net als jij te zijn en vervolgens dingen doet waar je nauwelijks iets van begrijpt. Maar als we Jeltsins optreden van de afgelopen vijf jaar nog eens bezien, dan blijkt dat telkens volkomen logisch vanuit het standpunt van een autoritaire, maar door het opengaan van de grenzen iets gemoderniseerde en gedemocratiseerde Russische leider.

In 1993 beval de Russische president zijn tanks het vuur te openen op zijn eigen parlement, met het excuus dat dit noodzakelijk ter besherming van de democratie. In 1994 begon Jeltsin een oorlog in Tsjetsjenië en verklaarde hij dat schieten de enige manier was om op te treden tegen stijfkoppige rebellen. In 1995 verklaarde hij voor de Verenigde Naties dat Rusland een Amerikaanse aanwezigheid in Bosnië niet zou steunen; na een persoonlijk onderhoud met president Clinton stelde hij zich echter plotseling achter de Amerikaanse president op, blijkbaar voor de sfeer tussen presidenten-onder-elkaar. Na door ziekte haast een jaar niet op zijn kantoor te zijn geweest, ontsloeg Jeltsin bij terugkeer in maart 1997 praktisch zijn hele regering, die hij verweet niet genoeg te doen, en hij stelde dat een beetje intimidatie een goede methode was om Russen te leren harder te werken.

Het recente massaontslag biedt - althans in Russische ogen - een vertrouwd beeld, en dat niet alleen omdat het het tweede in een jaar tijd is. Russen herinneren zich dat Stalin wanneer hij vond dat het te rustig werd in het land, zuiveringen hield om de mensen te laten schrikken. Nu waren Stalins zuiveringen bloedig en gewelddadig, maar de neiging om uit een gril de knuppel in het hoenderhok te gooien komt de Russen nog steeds buitengewoon bekend voor.

Russische leiders houden (net als andere Russen) van dramatiek; ze hebben geen geduld. Daarom houden Russen van revoluties: het is gemakkelijker iemand anders de schuld van 's werelds onvolmaaktheid te geven dan geleidelijk en stelselmatig naar verandering toe te werken. Om een doel te bereiken heeft men meestal behoefte aan een duidelijke strategie. Maar Russen zijn niet goed in strategieën. Ze handelen impulsief en wachten af wat er gebeurt, in de hoop dat het goed zal gaan. Jeltsin heeft volgens mij geen duidelijk begrip van wat zijn regering zou moeten doen of zijn. Hij kreeg een opwelling, en nu vallen de spaanders en kan hij de brokstukken gaan oprapen.

Nog iets om te onthouden wat betreft Jeltsin is dit: Russische leiders zijn er mentaal niet op ingesteld al bij hun leven afstand te doen van hun gezag. Tsjernomyrdin, interim-president telkens wanneer Jeltsin het ziekbed moest houden, verwierf zich buitensporige macht ten opzichte van Jeltsin. Steeds meer leek Tsjernomyrdin Jeltsins gedoodverfde opvolger. Het werd voor Boris Nikolajevitsj dus een kwestie van eer om te laten zien wie er 'de baas in huis' was. Dus dat deed hij, en wel op een slimme manier.

Jeltsin ontsloeg niet eenvoudig zijn premier, zodat die in de oppositie kon gaan en zo een reële dreiging kon gaan vormen (de fout die Gorbatsjov in 1989 met Jeltsin beging). Nee, Jeltsin maakte zijn premier tot leider van de komende verkiezingscampagne voor het presidentschap - vermoedelijk zijn eigen campagne. Wat betreft Sergej Kirienko, de 35-jarige interim-premier, is de boodschap duidelijk: wie er regeert doet weinig terzake, zolang ik, Boris Jeltsin, de macht maar heb.

Al dit tumult is nog maar het voorspel. Talloze artikelen in de Russische pers houden rekening met de mogelijkheid dat Jeltsin zich in 2000 opnieuw kandidaat stelt voor het presidentschap. Het constitutionele gerechtshof zal komende oktober beslissen of dat wettig is. Hoewel de grondwet de ambtstermijn van de president tot acht jaar beperkt, staat niet geheel vast wanneer de klok voor Jeltsin is gaan tikken: is hij gestart toen hij president werd van een Rusland dat nog deel uitmaakte van de Sovjet-Unie, of pas in juli 1996, toen hij de eerste verkiezingen in de Russische Federatie had gewonnen? Ik ben geen expert in grondwetszaken, maar ik zie in de huidige grondwet allerlei mazen waar Jeltsin doorheen kan kruipen. Dus men kan zich voorstellen wat voor mazen een echte jurist kan ontdekken als de president hem daar vriendelijk om vraagt. In een land waar de man aan de macht de wet bepaalt, blijft zoiets goed mogelijk.

In plaats van Jeltsins gedrag als grillig te zien, moeten we het op zijn merites beoordelen: het is een herbevestiging van zijn macht en zijn gezag, en van zijn voornemen die in de komende jaren te behouden. Jeltsin mist wellicht het uithoudingsvermogen om nog zes jaar als president vol te maken, maar dat doet niet ter zake. Hij zal zijn land tot zijn laatste adem willen blijven dienen en deze wereld slechts vanuit zijn kamer in het Kremlin willen verlaten. In dat opzicht is Boris Jeltsin een zeer karakteristieke Russische leider. © Project Syndicate, 1998

    • Nina Chroesjtsjeva