Rick van der Ploeg in het mijnenveld

Nog voordat hij werd beëdigd als lid van de Tweede Kamer, was Rick van der Ploeg al het enfant terrible van de fractie van de Partij van de Arbeid.

In 1994 pleitte de 37-jarige hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam voor afschaffing van het minimumloon, wat volgens hem tot een “ongekende burst” zou leiden in het aantal banen. Saillant is dat het PvdA-verkiezingsprogram het minimumloon wilde handhaven. Zijn nieuwe collega's in Den Haag reageerden toen laconiek. “Het verzameld werk van Rick is goed voor iedere week een beetje politiek vuurwerk”, relativeerde het toenmalige Kamerlid Ad Melkert, inmiddels gepromoveerd tot minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het 'verzameld werk' leidde deze week ertoe dat Van der Ploeg op het matje werd geroepen bij het fractiebestuur. Aanleiding was een artikel van de 'financieel-woordvoerder van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer' in het partijblad Socialisme & Democratie. Van der Ploeg pleitte daarin voor “beperking van excessen” in de hypotheekrente-aftrek. In het artikel geeft Van der Ploeg niet aan met hoeveel hij de rente-aftrek wil beperken. Voor de lange termijn wil hij de rente-aftrek alleen nog mogelijk maken tegen het tarief van de eerste schijf. Het financieel voordeel voor hogere inkomens wordt beperkt, want nu kunnen ze de hypotheekrente nog tegen 60 procent aftrekken.

Het tornen aan de aftrek van de hypotheekrente is één van de grootste politieke taboes, dus greep de fractieleiding hard in. Het artikel vormt “niet het standpunt van de Partij van de Arbeid, maar geven de persoonlijke opvattingen van Rick van der Ploeg weer”, meldde de fractie in een persbericht nog voordat Socialisme & Democratie was verstuurd. “Deze mening wordt gedeeld door Rick van der Ploeg”, luidde de laatste zin van het persbericht.

Opmerkelijk is dat Van der Ploeg de mening van een meerderheid van het PvdA-congres vertolkte. Maar het voorstel om een maximum te stellen aan de aftrek van de hypotheekrente, werd door PvdA-leider Wim Kok resoluut van de hand gewezen. Kok heeft zo zijn eigen opvattingen over partijdemocratie.

Opmerkelijk is dat Van der Ploeg anno 1998 exact dezelfde opvattingen heeft als Wim Kok in de tweede helft van de jaren tachtig. Als fractievoorzitter van de PvdA vond Kok de onbeperkte hypotheekrente-aftrek onrechtvaardig en hij pleitte voor een maximering. Zonder resultaat.

Maar het pleidooi om deze rente-aftrek aan banden te leggen, is niet alleen voorbehouden aan sociaaldemocraten. In 1990 pleitte toenmalig premier Lubbers voor een beperking. De christen-democraat dacht aan een constructie waarbij huizenbezitters nog maar tweederde van de rente mogen aftrekken. Binnen een paar uur werd het voorstel door de regeringsfracties van CDA en PvdA afgewezen.

Ook als fractie-leider van het CDA stelde Lubbers eind jaren zeventig de hypotheekrenteaftrek al eens aan de orde. Volgens hem moest een maximumgrens in de aftrek worden overwogen. De toenmalige coalitiepartner VVD vond het onaanvaardbaar, maar toch kwam het kabinet-Van Agt/Wiegel met een wetsvoorstel waarbij de rente van een hypotheek boven de 540.000 gulden nog maar voor de helft kon worden afgetrokken. Het bleef bij een ontwerp. Tijdens het kabinet-Van Agt/Den Uyl werd het voorstel aangescherpt en de grens verlaagd naar 430.000 gulden. Toen dit kabinet viel, verdween het wetsvoorstel in de ijskast. Eén van de eerste daden van het eerste kabinet-Lubbers was het intrekken van het wetsvoorstel.

Nederland telt ruim 2,5 miljoen huishoudens die een woning bezitten die met een hypotheek is gefinancierd. De politicus die de bijbehorende rente-aftrek ter discussie stelt, begeeft zich in een mijnenveld. Het equivalent van 2,5 miljoen huishoudens is immers bijna veertig zetels in de Tweede Kamer. “Organiseer een meerderheid voor de afschaffing van de hypotheekrente-aftrek en er valt over te praten”, is een geliefde uitspraak van PvdA-minister Melkert.

Zijn partijgenoot Van der Ploeg praat - en schrijft - graag over dit onderwerp en heeft er nooit een geheim van gemaakt wat hij van deze aftrekpost vindt. In een vraaggesprek aan de vooravond van zijn eerste optreden als financieel-woordvoerder van de PvdA-fractie bleek er al een spanning te bestaan tussen de politicus Van der Ploeg en de hoogleraar Van der Ploeg. Over de beperking van de rente-aftrek van hypothecaire leningen zei hij in 1994. “Dat pleidooi zal ik nu niet meer houden, want daar hebben we in het Regeerakkoord duidelijke afspraken over gemaakt.” De politicus Van der Ploeg deelt niet de argumentatie van de econoom Van der Ploeg, zo luidde de wedervraag. “Ik vind nog steeds dat de onbeperkte aftrek van hypotheekrente moet worden geschrapt of het huurwaardeforfait moet naar een realistisch niveau worden gebracht. De aftrek is namelijk een omvangrijke subsidie voor de hogere inkomens.” Het artikel in Socialisme & Democratie bewijst dat de econoom Van der Ploeg consistent is, iets wat niet gezegd kan worden van de politicus Van der Ploeg. Wordt vervolgd - zolang Rick van der Ploeg financieel woordvoerder van de PvdA-fractie is.