Professor

De tragiek van vijftigers is dat ze zichzelf zo obstinaat ontluisteren. Door nog hoger te willen. Door castratie-angst. Door beursgekte. Door een aanval van zapdansen. Door totaal onverwachte lingerie-zucht naar jonge dames. Een enkele keer is er sprake van een heuse academische bekering: schapen fokken. De toekomst ligt achter ons, is het geheim van de karikatuur.

Een oude jazzspeler wist: de wetenschap afschudden is het begin van wijsheid. 'Afpellen tot een schitterende kale ruïne, zo word je mooi oud.' Een leven zonder fanfare, ik zou het mezelf en de enkele dierbaren graag gunnen.

Hij zag er de laatste tijd mooi afgepeld uit. Niets hoefde nog. Een beetje mijmeren, een beetje converseren, gezond eten, balletje slaan, Danny föhnen, het leven was af. Johan Cruijff was wat je noemt een rentenier. Gesloten boekhouding, gesloten hart, gesloten leven. Onthecht tot op het bot. Het maakte hem alleen maar mysterieuzer, weergalozer, hartelijker ook. Als ik hem zo in Studio Sport bezig hoorde had ik het gevoel: de balling is teruggekeerd in de schoot van de polder. Hij heeft het warm en aangenaam, is niet bang meer voor de winter en harkt zich in gedachten een mooi weggetje naar de begraafplaats van Betondorp waar hij ooit naast zijn vader wil doorslapen. Johan is van Cruijff en omgekeerd - een select gezelschap mag nog meekijken, niemand komt ertussen.

Kranten lezen doet pijn. Wat lees ik nou weer? Johan Cruijff wordt professor aan eigen universiteit. Misschien wel rector magnificus. Nee, niet in Betondorp, in Barcelona. De Johan Cruijff International University zal in september zijn poorten openen. Aan de collegezalen - vernoemd naar de drie belangrijkste sponsors Philips, KLM en Nike - wordt de laatste hand gelegd. Vroeger hing er in de aula's een kruisbeeld, nu fluoresceren sponsors van muur tot muur.

Johan, wat doe je jezelf aan?

Alles had naar hem genoemd mogen worden: steden, parken, stadions, bibliotheken, godshuizen, industrieparken, disco's, bomen, granen en gewassen, maar geen universiteit. Prof.dr. Johan Cruijff, ordinairder kan niet.

Ik zie nu een tot perkament vergeeld mannetje over een salarisstrookje hangen. De mondhoeken zuriger dan zure haring, de ogen doffer dan een loden tafel, sandalen aan de voeten, de handen wit als lelies alsof ze nog nooit iets van het leven hebben beroerd.

Toen hij nog alleen een voornaam had, in trainingspak rondliep en logica, wiskunde en wijsbegeerte als een cascade van formules in zijn schouders liet dansen was Cruijff een universiteit in zijn eentje. De enige niet-gediplomeerde wetenschapper waarvoor ik ontzag had. Bijbelse slagkracht, erotisch raffinement in woord en gebaar, wijsheid met een dialectisch accent, geen universiteit ter wereld had zoveel charme te bieden. Dat universiteiten zich na hun solitaire onanie binnen de wallen van het elitaire gelijk op de sport hebben gestort is al erg genoeg.

Ik ken ze en ik lees ze, de academische populisten die eens haarfijn zullen uitleggen waarom Frank Rijkaard ineens begon te spugen of waarom Marco van Basten nooit de zaligverklaring van Gullit heeft gezocht. De gretigheid waarmee de zogenaamde sportwetenschap zich op het Bosman-arrest heeft gestort is vergelijkbaar met de schuine moppen waarmee onderpastoors de leegloop in hun kerken probeerden te barricaderen. RTL-isering.

Johan Cruijff als antecedent van droom en hoop is voor mij groter en constanter dan de eeuwigheid. Maar de maëstro moet wel binnen de verbeelding van de armen blijven. Een winkeltje openen, wat rommelen op Canal+, sponsors kittelen in hun vermeende voetbalkennis, allemaal prima. Maar met een eigen universiteit beginnen is mij te pathetisch. Wat hij te zeggen heeft kan perfect binnen de ruimte van een interview in deze krant.

Wat hij uit te leggen heeft is onuitlegbaar. Zelfs een goulash als Internet kan dat niet absorberen. Wie Cruijffs oerknal wil begrijpen moet zijn schouders fileren. Dat is werk voor na de dood.

Wedden dat Louis van Gaal nog voor nieuwjaar zijn eigen universiteit heeft?