Overgevoelig

Hoeveel mensen in Nederland zouden tekst en melodie van het Horst Wessellied kennen? Niet veel, denk ik. Een paar bejaarde oud-NSB'ers hooguit. Dan nog een handvol figuren rond neonazi's als J. Glimmerveen en misschien een paar geïnteresseerde historici.

Vrij Nederland kwam deze week met een intrigerend verhaal over de Leidse studententijd van de inmiddels 37-jarige campagneleider van de VVD, Hans van Baalen. Wat mij daarin het meest frappeerde waren eigenlijk niet eens de beweringen over Van Baalens extreme militarisme, het vermeende racistisch gebral tegen joden en negers van zijn weerbaarheidsvereniging Pro Patria, zijn bewondering voor het Zuid-Afrika van P.J. Botha, zijn naspeuringen naar staatsgevaarlijke elementen zoals een lid van de PvdA en de beschuldiging van geweldpleging tegen homoseksuelen.

Nee, wat me pas echt voor een raadsel plaatst in het bewuste artikel, is dat volgens Vrij Nederland bij Pro Patria en haar voorzitter Van Baalen het Horst Wessellied begin jaren tachtig de populairste meezinger zou zijn geweest. Die Fahnen hoch, die Reihen fest geschlossen: wat een eruditie! Ik pieker me suf over de vraag hoe die veelbelovende jongelui, van wie de onbetwiste leider het tot ghostwriter van Bolkestein zou brengen, uitgerekend op dat lijf-lied van Hitler zijn gekomen. Het staat echt niet in Jan Pierewiet.

Overigens heeft Van Baalen het gezang ontkend. “Ik ken het lied niet, ik ken de tekst niet en ik zou het ook niet meer zingen”, liet hij donderdag via de VVD-voorlichter weten. Ik had zijn historische kennis blijkbaar overschat. Hoewel: hoe kun je zeggen iets “niet meer” te zullen zingen als je het nooit hebt gezongen en het zelfs niet kent?

Een oplossing van het raadsel zou kunnen zijn, dat de heertjes van Pro Patria en hun selfmade Führertje onderlegd genoeg waren om de parodie op het Horst Wessellied te hebben gezongen van de politieke onbenul Bertolt Brecht. Der Metzger ruft. Die Augen fest geschlossen Das Kalb marschiert mit ruhig festem Tritt. Die Kälber, deren Blut im Schlachthof schon geflossen Sie ziehn im Geist in seinen Reihen mit.

De slager roept, de kalveren marcheren en het rund staat inmiddels als nummer 29 op de kandidatenlijst van de VVD en leidt de verkiezingscampagne van die partij. Een volgende vraag die mij dan ook bijzonder intrigeert is welke teksten Van Baalen nu eigenlijk voor Bolkestein fabriceert. Tijdens een Kamerdebat heeft de fractievoorzitter van de VVD een schaap nagedaan. De tekst béééh kan heel goed van Van Baalen zijn: kalf of schaap, wat maakt het uit? Maar het is helaas niet uit te sluiten dat ook enkele van Bolkesteins meer rabiate uitspraken over het asielbeleid en illegalen het stempel van Pro Patria dragen.

Nu valt dit allemaal onder de vrijheid van meningsuiting, dus uit dat oogpunt heb ik er geen probleem mee. Of Van Baalen nu wel of niet het Horst Wessellied heeft gezongen, maakt op dit punt geen verschil. Ook wie die tekst aanheft, wordt beschermd door artikel 7 van de Grondwet. Althans, voor zover frasen als 'de straten vrij voor de bruine bataljons' niet moeten worden aangemerkt als belediging van een bevolkingsgroep wegens de onmiskenbaar antisemitische lading.

Wij gaan in Nederland niet zover als in de Verenigde Staten, waar de free speech onaantastbaar is en geüniformeerde met hakenkruisen getooide neonazi's onder politiebescherming door een joodse wijk van Chicago mochten marcheren.

Ik vind het een dilemma, waar haast niet uit te komen valt. Aan de ene kant ben ik voor een absolute vrijheid van meningsuiting. Zelfs voor racisten. In navolging van de Amerikaanse rechtsfilosoof Dworkin denk ik dat bijvoorbeeld antidiscriminatiewetgeving pas democratisch gelegitimeerd is, als ook voorstanders van discriminatie zich erover hebben kunnen uitspreken. Het discriminatieverbod van artikel 1 van onze Grondwet verdraagt zich wel degelijk met de vrijheid van meningsuiting, omdat racisten zich vrijelijk voor afschaffing van dat artikel mogen uitspreken.

Maar tegelijkertijd stelt het me toch gerust - dat is mijn ambivalentie - dat er deze week voor de rechtbank in Rotterdam vijf maanden gevangenisstraf is geëist tegen Glimmerveen, leider van de Nederlandse Volks Unie, wegens het aanzetten tot rassenhaat. Ik hou het er maar op, dat hij niet om zijn mening wordt vervolgd, maar wegens bedreiging van bevolkingsgroepen en individuen.

De strafbaarstelling van belediging van groepen mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid is een verdedigbare inperking van de vrijheid van meningsuiting voor zover zij dient ter bescherming van groepen die in de samenleving worden bedreigd of achtergesteld. Dat lijkt me ook een redelijk criterium in de zaak tegen Leen van Dijke, fractievoorzitter van de RPF in de Tweede Kamer. Van Dijke wordt vervolgd omdat hij twee jaar geleden homoseksuelen op grond van de Bijbel op één lijn heeft gesteld met dieven.

“Met dit soort opvattingen worden homoseksuelen teruggeworpen naar hun maatschappelijke isolement uit de voorbije geschiedenis”, zo verdedigt D66'er Boris Dittrich het instellen van strafvervolging tegen zijn collega-Kamerlid. Daar geloof ik helemaal niets van, net zomin als de christenen werden teruggeworpen voor de leeuwen in de Romeinse arena toen columnist Theodor Holman alle “christenhonden” misdadigers noemde.

Van Dijke zelf schreef dinsdag in Trouw: “Niet iedere opvatting hoeft als beledigend of kwetsend te worden opgevat, vanwege het enkele feit dat die opvatting niet overeenkomt met de eigen levensovertuiging. Je kunt ook te 'overgevoelig' zijn.”

Zo is het. De publieke opinie is tegenwoordig niet meer overgevoelig voor majesteitsschennis en godslastering. En ook niet meer voor belediging van homo's. In reclamespots van D66 speelt Arjan Ederveen een nichterig typje en de PvdA pronkt met Paul de Leeuw. Niks dreigende “terugwerping in een sociaal isolement”.

Je moet inderdaad niet te overgevoelig zijn. Toch heb ik af en toe last van allergie: voor Glimmerveen bijvoorbeeld, maar ook voor Pro Patria.