Opruimen gifgrond kan goedkoper; Met hulp van bacteriën

GOUDA, 28 MAART. Het schoonmaken van 170.000 'gifplekken' in de bodem kan veel goedkoper dan de eerder berekende honderd miljard gulden. De helft is voldoende, beweert de stichting Nobis. Als de omstandigheden gunstig zijn, blijken bacteriën en schimmels in staat om veel gif onschadelijk te maken.

Minister De Boer (Milieu) heeft in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP) berekend dat honderd miljard gulden nodig is om alle vervuilde grond schoon te maken. Nobis komt in zijn berekeningen veel lager uit en veronderstelt bovendien dat de mens veel minder hoeft in te grijpen. Bacteriën in de bodem doen zelf al veel werk. Nobis coördineert onder meer voor de overheid projecten en experimenten met bacteriologische bodemsanering. De stichting is drie jaar geleden opgericht met subsidie van Economische Zaken.

In een reactie laat minister De Boer weten dat het cijfer van honderd miljard niet meer is dan een uitgangspunt. Zij gaat er zelf ook van uit dat dit bedrag 35 tot vijftig procent lager kan uitvallen, onder meer door de reinigende werking van bacteriën. Deze techniek beschouwt zij als een hoofdpunt in haar beleid. Ook wil De Boer geld besparen door de sanering af te stemmen op het gebruik van de grond. Het kabinet heeft daar al toe besloten.

Een voorbeeld van de opvallende, natuurlijke sanering is de Coupépolder in Alphen aan den Rijn. Daar bevindt zich veel illegaal gestort gif. In het grondwater is dat echter niet terug te vinden. De verklaring is volgens Nobis dat de combinatie van de aanwezige stoffen op de één of andere manier het gif afbreekt.

Volgens programmadirecteur H. Vermeulen is het beter om vervuiling z'n gang te laten gaan en in de gaten te houden wat daarmee gebeurt. Dat is veel goedkoper dan de grond te saneren. Het was al langer bekend dat bacteriën en schimmels een belangrijke rol kunnen vervullen bij het opruimen van bodemvervuiling. Totnutoe is steeds betwijfeld of op deze wijze ook koolwaterstoffen kunnen worden aangepakt. Onderzoek bij een vervuiling door een chemische wasserij in Groningen heeft uitgewezen dat het wel mogelijk is.