Olympische janboel

WOEDE EN ONBEGRIP op het Olympus berichtte deze krant vorige week. Nu moet u zich daar niet al te veel bij voorstellen. Als er in het onderwijs iets gebeurt dat docenten en ouders beiden niet zint, zorgt deze mixture steevast voor heel wat poppenkast.

Wat was er aan de hand? Het Olympus College bleek te hebben besloten de Havo- en VWO-afdeling met ingang van het volgend schooljaar op te heffen en de leerlingen te adviseren hun opleiding voort te zetten aan het Hugo de Groot College.

Het Havo en VWO opheffen: zoets doet geen enkele school voor zijn plezier. Het Olympus zag dus klaarblijkelijk geen andere uitweg, wat nog eens wordt bevestigd door de cijfers. De leerlingenaantallen liepen de laatste tijd spectaculair terug; vier en vijf VWO telden nog slechts 48 leerlingen. Financieel gezien kun je dan natuurlijk niet verantwoord VWO-schooltje spelen en onderwijskundig gezien evenmin, omdat je met zo weinig leerlingen maar een beperkt aantal vakkenpakketten kunt aanbieden. Het verbaast me niet dat die afdeling wordt opgeheven maar wel dat men er zo lang mee heeft gewacht.

Op het Olympus is het al veel langer een janboel, getuige het verslag in deze krant. Nu zou je verwachten dat dit de realiteitszin van de betrokken docenten had bevorderd. De shock van de opheffing heeft echter niet mogen bewerkstelligen dat hun blik verder is gaan reiken dan hun kortstondig eigenbelang. De leraren zijn 'uiterst bedroefd' over de uitholling van het Olympus College. Ze zeggen jarenlang 'heel hun hart' te hebben gegegen aan de bijzondere groep leerlingen. Klasseleraar A. Sprong van 4 VWO: “Onze school loopt achter, dat is waar. Zo hebben mijn kinderen in de eerste klas te weinig wiskunde gehad, in de tweede te weinig Nederlands. Maar ik ben ervan overtuigd dat ik die achterstand kan inlopen. Vreselijk dat die leerlingen moeten overstappen. Dat wordt niks, op het Hugo de Groot College (30 tot 40 procent allochtonen) hebben de docenten veel minder speciale kennis van deze groep dan wij.”

De leerlingen hebben achterstand, concludeert hijzelf, ten gevolge van slecht onderwijs, constateert hij verder, en dan zouden die leerlingen gedupeerd zijn als ze elders heen moeten? Hoe durft die meneer Sprong. Zijn kletskoek illustreert hoe zeer in het onderwijs maar één ding werkelijk telt: de eigen werkgelegenheid. Het belang van de leerlingen wordt daar al jaar en dag aan ondergeschikt gemaakt en het zijn de meest kwetsbare ouders die onder die misleiding het meest te lijden hebben. Was de klandizie overwegend wit geweest, dan was de school al veel eerder aan haar slechte onderwijs ten onder gegaan.

Het is een zegen dat scholen of afdelingen van scholen die de concurrentie niet aankunnen, moeten sluiten. Het duidt er immers op dat ouders kritischer zijn geworden. Dat nu in de desbetreffende buurt met zijn vele allochtonen geen Havo- of VWO-school meer is te vinden, stemt mij niet tot droefenis. Integendeel, de perikelen van het Olympus zijn niet het gevolg van een teruglopende belangstelling onder allochtonen voor Havo en VWO, maar vormen het bewijs dat zij zozeer zijn geïntegreerd, dat ook zij bij het kiezen van een school verder zijn gaan kijken dan de eigen buurt lang is.