Monetair onbehagen

Het staat nu wel bijna vast dat aan de euro niet meer te ontkomen valt. Dat zal een revolutie in het collectief geheugen veroorzaken. Het begint al met het spaarvarken. Heb jij een spaarvarken gehad, vroeg ik hier en daar op de gang van ons kantoor. Een heel enkele niet; de meesten wel, en sommigen hadden het nog.

Wil je er soms iets instoppen? Ja, maar wat? Over niet langer dan een jaar of vier zijn er kinderen die een euro in hun varken krijgen. Tegen het einde van de volgende eeuw zullen er mensen zijn die voor de televisie worden geïnterviewd, en die dan zeggen dat ze zich nog goed kunnen herinneren dat ze tot de eersten hoorden die dit was overkomen. Hoe sterk is het volk aan zijn munten verknocht? In de Grote Van Dale beslaat het lemma van de rijksdaalder 5 regels, dan komt de gulden met 11, het kwartje ook met 11, het dubbeltje met 14, de stuiver met 19 en de cent met 35. Daaruit blijkt al dat we geen mensen van grote bedragen zijn. De cent is al jaren geleden opgeheven maar in de taal leeft hij voort. Van iemand die als rijk wordt beschouwt, zegt het volk dat hij centen zat heeft, en als hij gierig is, valt hij op een cent dood. Aanmatigend gedrag: voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten. Nederigheid: wie voor een dubbeltje geboren is zal nooit een kwartje worden. Oplichterij: een kwartjesvinder. In het spraakgebruik wordt met rijksdaalder het meest naar agressief gedrag verwezen: de eerste klap. Hoe, wanneer en of de euro komt weten we nog niet, maar in de taal zullen onze munten nog wel een poos voortleven.

Des te groter de discrepantie tussen de taal en de euromonetaire praktijk. Met het bankpapier zal het nog wel gaan. Op dit gebied zijn we in Nederland aan veel gewend geraakt, mooi en minder. Snip, ijsvogel, lovertjes, vuurtoren, Frans Hals, zonnebloem. Maar klinkende munt is iets anders. Een zak met geld is: veel grote, rinkelende, waardevaste muntstukken, van het soort dat een watergeus, een matroos van de VOC, Multatuli, Colijn nog gemakkelijk zouden herkennen. Hoeveel mensen bewaren in het diepste geheim nog een volle oude kous? We zullen het nooit weten, maar het aantal zou ons verrassen. Wat je ook verder van je vaderland mag vinden, klinkende munt komt van de bodem waar je wieg eens stond. Guldens en riksen kun je opgooien - kop of munt - en dan een partijtje voetballen. Straks, in 2003, gooien de jongens een euro op. Het voelt nu, bij vooruitzicht, als een kleine vervreemding van Nederlandse bodem.

De kwestie heeft nog twee kanten. Hoe bejegenen wij, in de eerste jaren na de geboorte van de euro een buitenlander, Italiaan of Fin, iemand die ons in euro's wil betalen? Zullen we dan, in de praktijk van het betalingsverkeer, tot de conclusie komen, dat de euro van de een nog niet de euro van de ander is? En met welke mate van zekerheid zullen Nederlanders in een of ander buitenland een euro uitgeven? Het lijkt wat op het spreken van een verre, vreemde taal: de paar woorden die je kent, die je uit je hoofd hebt geleerd, zonder de betekenis ervan werkelijk te voelen. Je spreekt die woorden uit, bijna accentloos, en de ontvanger van de boodschap begint te glimlachen of wordt boos, al naar gelang de betekenis. Ieder land heeft patriotten die het leuk vinden, een buitenlander vieze woorden te leren. Of een vaderlandslievende uitdrukking. Deze kennis in de praktijk gebracht, ervaar je het effect als een wonder, en dat blijft het. Orozok menjetek haza!

Veranderingen die de natie in haar wezen raken - ze hoeven niet per se materieel te zijn - bereiken onmiddellijk de conservatieve kern van de volksziel. Hetzelfde geldt voor veranderingen in het geld: het gewicht, de aanblik, de klank, de waarde van de munten. En ten slotte: iedere vaderlander, van welke nationaliteit dan ook, is openlijk of heimelijk trots op zijn munt. Bij de invoering van de euro staan we voor de unieke combinatie waarin het oude geld, de identiteit van de natie en de persoonlijke trots in het geding worden gebracht. Het collectieve onderbewuste wordt driemaal geraakt. Wil het met deze aantasting vrede hebben, dan moet er iets tegenover staan, een eurocompensatie van belangrijk kaliber. Een zak klinkende euro's waardoor alle wantrouwen zo snel mogelijk zal worden weggenomen. Daar kan dan eerst nog een referendum over worden gehouden.

We wisten dat het bij de invoering van de euro om veel meer dan geld draait. Misschien gaan we zo'n zeldzaam ogenblik in de geschiedenis tegemoet waarbij het geld ontstijgt aan zijn depreciërende bijnamen. Dat zal dan steeds duidelijker worden naarmate het historisch ogenblik nadert.