Ministers Financiën tegen; EU ziet af van gezant voor Azië

BRUSSEL, 28 MAART. De ministers van Financiën van de Europese Unie hebben een besluit van hun collega's van Buitenlandse Zaken in de prullenbak laten verdwijnen om een speciale EU-gezant voor Azië te benoemen.

De speciale EU-vertegenwoordiger zou in Azië duidelijk moeten maken welke inspanningen Europa doet om de financiële crisis in de regio daar te bestrijden.

De Europese Commissie wil maandag tijdens een bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken de benoeming nog eens aan de orde stellen, maar Brusselse diplomaten sluiten uit dat dit idee ooit nog uitgevoerd wordt.

De gedachte om een speciale gezant te benoemen kwam oorspronkelijk vorige maand van de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Védrine. Zijn Nederlandse collega, Van Mierlo, stond er sympathiek tegenover. Hij had tijdens een reis ontdekt dat de EU weliswaar veel financiële steun verleent via het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank, maar dat men daar in Azië weinig van weet. De rol van de Verenigde Staten, die minder bijdraagt dan de EU, is veel bekender. Vandaar het idee om een eigen Europees gezicht naar Azië te sturen.

Diplomaten in Brussel zeggen dat zij dadelijk tegen een speciale gezant voor Azië hebben gewaarschuwd. Zo'n benoeming zou de verwachting kunnen wekken dat de EU meer geld wil bijdragen voor de bestrijding van de financiële crisis dan zij nu doet. Daartoe is de EU echter niet bereid.

Maar deze maand besloten de ministers van Buitenlandse Zaken tijdens een informele lunch in Edinburgh de waarschuwingen naast zich neer te leggen. De Britse onderminister van Buitenlandse Zaken, Fatchett, deelde na de maaltijd officieel mee dat besloten was om een speciale gezant te benoemen. Een naam kon hij echter niet geven. De keuze van een persoon lieten de ministers over aan hun collega's van Financiën. Maar bronnen bij de Europese Commissie noemden al de naam van Lamfalussy, de Belgische oud-president van het Europees Monetair Instituut. De voorzitter van de Europese Commissie, Santer, was zo tevreden over het besluit van de ministers van Buitenlandse Zaken, dat hij op de koop toenam dat zo'n speciale gezant bijdraagt aan de verschuiving van macht van de Commissie naar de Raad van Ministers.

Maar diplomaten waarschuwden opnieuw. Toen de EU-ministers van Financiën vorige week zaterdag in York vergaderden, voldeden ze niet aan het besluit van hun collega's van Buitenlandse Zaken, en noemden zij geen naam voor de speciale gezant. De Duitse minister Waigel zei dat zijn Britse collega Brown spoedig naar Azië zou gaan en daar de EU uitstekend zou vertegenwoordigen. Sommige Brusselse diplomaten stelden tevreden vast dat de ministers van Financiën beter naar hen luisterden dan de ministers van Buitenlandse Zaken. Maar de Britse permanente vertegenwoordiger bij de EU, Sir Stephen Wall, gaf gisteren een geheel andere lezing. Hij ontkende eenvoudigweg dat de ministers van Buitenlandse Zaken ooit hebben besloten dat er een speciale gezant voor Azië zou worden benoemd. Daarom is het volgens hem ook niet juist te zeggen dat hun besluit door de ministers van Financiën is genegeerd.