Leger in Indonesië zal uiteindelijk voor het volk kiezen

Met het aantreden van een nieuwe regering zijn de problemen in Indonesië niet verdwenen. In de analyses over mogelijke ontwikkelingen, wordt steevast gewezen op de cruciale rol die de strijdkrachten innemen.

JAKARTA, 28 MAART. Terwijl het Zevende Ontwikkelingskabinet van Indonesië pas twee weken aan het werk is, wijzen steeds meer signalen erop dat de Nieuwe Orde van president Soeharto in staat van ontbinding verkeert. De economische groei van Indonesië, altijd de legitimatie voor de bijna onbeperkte machtsuitoefening van de president, is omgeslagen in een recessie. Het land staat onder curatele van het Internationaal Monetair Fonds, zoals begin deze week bleek toen de nieuwe minister van Financiën, Fuad Bawazier, onder druk van het IMF een drie dagen eerder aangekondigde belasting op buitenlandse valutatransacties weer moest intrekken. De Indonesische middenklasse, die de afgelopen decennia rechten en vrijheden inruilde voor economische voorspoed, keert zich van de president af. Studenten roepen openlijk om het aftreden van Soeharto. En het leger, dat dergelijke protesten enige maanden geleden nog meedogenloos zou hebben onderdrukt, noemt die geluiden 'normaal' en stuurt aan op een dialoog.

Ondertussen zijn duizenden Indonesiërs sinds de verergering van de crisis in januari de straat van Malaka overgestoken om werk te zoeken in het naburige Maleisië. Vanuit het altijd al minder bedeelde oostelijk Indonesië komen berichten over voedselschaarste, terwijl in Kalimantan de bosbranden, die vorig jaar een verstikkende deken van smog verspreidden over een groot deel van Zuid-Oost Azië, opnieuw aanwakkeren.

Indonesië bevindt zich door de crisis, die behalve economisch ook sociaal en vooral politiek is, in de internationale intensive care-afdeling. Geïndustrialiseerde landen, de VS, Japan en Australië voorop, maken zich grote zorgen om de mogelijke consequenties van een door gewelddadigheden gedestabiliseerd Indonesië.

Binnen de risico-analyses voor de nabije toekomst, lijkt president Soeharto door zijn optreden de meest voorspelbare factor geworden. Voor zijn herbenoeming, begin deze maand door het Volkscongres, flirtte hij nog met de mogelijkheid van terugtreden. Inmiddels heeft hij bij zijn beëdiging op 11 maart ondubbelzinnig te kennen gegeven de macht de komende vijf jaar niet uit handen te willen geven. “Dat kan ook niet anders,” zegt politiek waarnemer dr. Salim Said. “Als de president niet zo snel mogelijk de economie terugbrengt op het oude niveau, krijgt hij te maken met een legitimiteitscrisis, niet alleen onder het volk maar ook bij het leger.”

De strijdkrachten, in totaal 500.000 man sterk, nemen een interessante positie in binnen het Indonesische politieke krachtenveld, vindt onderzoeker dr. Indria Semoga van het Indonesische Instituut van Wetenschappen (LIPI). “Theoretisch is het leger niet het instrument van de regering, van de president, maar van de staat. Dat is vastgelegd in de basisdoctrine van het leger, de Saptamarga, in de soldateneed en in de Grondwet. “Maar in de praktijk zijn de strijdkrachten economisch wel gebonden aan de macht van de president, stelt Semoga.

“De strijdkrachten hebben twee bronnen van inkomsten. Officieel staat het leger voor 2,3 miljard dollar op de begroting. Maar dat is niet genoeg. Zeker niet met alle dure operaties op dit moment om de orde te bewaren. Dus krijgt het leger buiten het budget om gelden van de president, van leden van de elite die soms vrijwillig, soms verplicht bijdragen leveren. Daarnaast zit het leger zelf in zaken. Via stichtingen en coöperaties is het leger actief in vele sectoren, van de bosbouw tot het bankwezen en de toeristische industrie.” Op dit moment functioneert Soeharto nog als de belangrijkste patroon van de strijdkrachten. Door het voortschrijden van de monetaire crisis, krismon in de volksmond, kunnen de bordjes echter verhangen worden, meent Semoga.

Daarvan is ook een oud-minister, tevens gepensioneerd generaal, die niet met name genoemd wil worden, overtuigd. “Ik verwacht een explosie van geweld, wanneer het gewone volk zich aansluit bij het protest van de studenten,” zegt deze oud-bewindsman. “Ik heb twee jaar geleden tot het legerkader gezegd dat het leger de kant van het volk moet kiezen als het land net als in 1965 in wanorde dreigt te raken. De tijd is gekomen dat het leger die situatie onder ogen moet zien. Door de economische crisis zal de toestand binnen drie tot zes maanden onhoudbaar worden. Men moet bedenken dat de gewone militairen, net als de burgers, lijden onder de schaarste.”

Een eensgezind optreden van het leger wordt in de analyses meestal uitgesloten wegens de veronderstelde tweespalt in de legertop. Nationalistische, 'rood-witte', officieren zouden tegenover islamitische, 'groene', officieren staan. Volgens die indeling staat de onlangs benoemde stafchef van de strijdkrachten (ABRI), generaal Wiranto, die tevens minister van Defensie is, tegenover Soeharto's schoonzoon, generaal Prabowo, sinds kort commandant van de Strategische Reservetroepen (KOSTRAD).

Volgens de oud-minister is de positie van Prabowo veel minder sterk dan vaak gedacht wordt. “Hij is niet geliefd bij de manschappen. Zijn macht houdt op bij de officieren vlak onder hem. De parate troepen zullen niet naar hem luisteren als het er op aankomt.”

Politiek analist Salim Said, die nog met Prabowo in de schoolbanken heeft gezeten, meent evenwel dat van een kloof in de legertop geen sprake is. “De analyse van 'rood-witte' en 'groene facties', is verouderd en oppervlakkig,” zegt Said. “Er zijn wel meningsverschillen op niet-militair terrein, dat is normaal. Maar we praten niet over een politieke partij. Uiteindelijk luistert een militair naar zijn meerdere. Het hoogste gezag heeft Soeharto, die zich niet voor niets vorig jaar tot vijf-sterrengeneraal liet promoveren.”

Maar, zegt Said, dat is nog geen garantie voor de toekomst. De soldaten zijn nu nog loyaal aan de president, maar de geschiedenis heeft uitgewezen dat de loyaliteit van het leger, als het er op aankomt, bij het volk ligt en niet bij de president. “Tijdens de revolutie trok generaal Sudirman tegen het bevel van de president in naar Yokyakarta, en in 1966 koos Soeharto zelf als commandant van KOSTRAD, de kant van het volk tegen president Soekarno.”