Kremlin aan de Main

Het Kremlin-watchen, zo werd deze week geconstateerd, is weer helemaal terug nu de Russische president Jeltsin op maandag geheel onverwacht zijn voltallige kabinet naar huis stuurde. De Russische politiek blijkt onvoorspelbaar als vanouds. Alleen is het ditmaal niet het ideologisch-machtspolitieke giswerk van vroeger, maar het ontrafelen van het politiek-financiële complex dat de sleutel geeft tot de verhoudingen in het nieuwe, kapitalistische Rusland.

Op de financiële markten is het Kremlin-watchen nooit verdwenen. Daar heet het Fed-watchen en Bundesbank-watchen, al naar gelang het de Amerikaanse of de Duitse centrale bank betreft. Deze twee machtigste centrale banken ter wereld zijn zeer gesloten, en zetten de trend voor het renteklimaat tot ver buiten hun territorium. De Bundesbank bepaalde de afgelopen kwart eeuw de omstandigheden voor geheel Europa, de Fed voor Noord- en Zuid-Amerika en een flink deel van Azië.

Een goede watcher heeft daarmee een concurrentievoordeel: als hij beter dan de anderen de rentebesluiten kan voorspellen, kan zijn bank of beleggingsfonds daar voordeel mee doen. Analisten hebben beide banken natuurlijk aardig leren kennen. Zo heeft de Amerikaanse Federal reserve de laatste jaren nauwelijks voor verrassingen gezorgd. Op die ene keer na, in maart 1994, toen de Amerikaanse rente voor het eerst sinds de recessie werd verhoogd en dat leidde tot een jaar van paniek op de wereldwijde obligatiemarkten. Vreemd genoeg was die renteverhoging destijds wel algemeen verwacht.

De Bundesbank is moeilijker te volgen geweest. Met name tijdens de muntcrises in 1992 en 1993 leek het soms alsof de Duitse centrale bankiers er, bij hun vierwekelijkse vergadering over het monetaire beleid, op uit waren de markten zo lang mogelijk in onzekerheid te laten en op het verkeerde been te zetten.

De Bundesbank had wel als voordeel dat zij een goed te volgen indicator hanteerde voor het rentebeleid. Die indicator is een openbaar gedefinieerde doestelling voor de groei van de geldhoeveelheid, waarvan het verloop voor de buitenwacht eenvoudig te volgen is.

Nadeel is dat de groei van de geldhoeveelheid wispelturig kan zijn, zodat het lang niet altijd duidelijk was of de Bundesbank zich telkens aan haar eigen voorschiften hield, of wachtte op de ontwikkelingen op de middellange termijn. De Duitse bankiers keken, naast de geldhoeveelheid, ook wel degelijk naar een baaierd van andere economische en financiële data.

De Fed heeft als nadeel dat die een grotere hoeveelheid gegevens laat meewegen, zodat de buitenwacht weinig houvast heeft. Een enorm voordeel van de Fed is weer dat die, naar Angelsaksisch gebruik, de notulen publiceert van zijn beleidsbepalende vergaderingen. Die notulen, van het Federal Open Market Committee, worden openbaar na afloop van de volgende bijeenkomst. Zo kan de buitenwacht zien wie van de bankiers welk standpunt had, en hoe er is gestemd. De Zentralbankrat van de Bundesbank heeft dat nooit gedaan.

Het Bundesbank-watchen is eind dit jaar verleden tijd, en maakt plaats voor ECB-watchen. Die Europese Centrale Bank is nog beter dichtgetimmerd dan de Bundesbank, en zijn besluiten zijn indien mogelijk nog verstrekkender. Hoewel de ECB-bestuurders (zes vaste bestuursleden en de centrale bankpresidenten van de straks elf deelnemende landen) zich terdege beseffen dat hun instelling niet het gevaar moet lopen in een maatschappelijk vacuüm te opereren, is de kans dat de buitenwacht veel informatie krijgt over de besluitvorming niet groot.

Notulen worden niet verstrekt. Het Verdrag van Maastricht zegt expliciet dat de beraadslagingen van het ECB-bestuur vertrouwelijk zijn. Dat is geen goede zaak. In met name Noord-Europese landen zal met argusogen worden bekeken of de elf nationale bankbestuurders in het ECB-bestuur zich wel onafhankelijk genoeg opstellen, of zich bij de gemeenschappelijke rentebesluiten toch laten leiden door de situatie in eigen land en de belangen die daaraan zijn verbonden. Juist in de eerste jaren van de ECB zou openbaar moeten zijn - zij het met enige vertraging - langs welke lijnen er in dat bestuur is gestemd. Al was het maar om de bestuurders er a priori van te weerhouden zich nationaal op te stellen.

Over de richtlijnen van het monetaire beleid is nog niets bekend. Verwacht wordt dat de ECB zich naar Duits voorbeeld zal richten op de groei van de geldhoeveelheid. Maar die is in de eerste jaren nog niet erg betrouwbaar, zodat een baaierd van andere indicatoren zal moeten worden gebruikt als leidraad voor het rentebeleid. Een nadeel hiervan is overigens dat juist het gebruik van meer indicatoren de nationale bankpresidenten in het ECB-bestuur munitie kan geven om het monetaire beleid te sturen in de richting van hun nationale behoeften.

Niet bekend

De ECB blijkt per land niet alleen geïnteresseerd in de ontwikkeling van de producentenprijzen en de consumentenprijzen (standaard inflatiemateriaal voor elke centrale bank), maar ook in de prijsontwikkeling van arbeid en - verrassend - de huizenmarkt. Dat laatste wijst er op dat de centrale bankiers zeer sterk zullen letten op de prijsontwikkeling van dergelijke vaste activa. En dat is een goede maatstaf om na te gaan in welke gebieden van de muntunie de rente in feite te hoog of te laag is voor de economische werkelijkheid.

Hoe het uiteindelijke mengsel van relevante informatie straks uitmondt in een rentebeslissing, blijft voorlopig ongewis. In de oude Sovjetunie moest het overlijden van een hoge functionaris van het Politburo soms worden afgeleid van treurmuziek op de staatsradio. Dat wordt opletten als straks in de regio Frankfurt aan de Main de gehele dag Vivaldi wordt gedraaid: een renteverhoging door de ECB kan dan niet ver weg meer zijn.

    • Maarten Schinkel