Kind slaapt ook in de crèche lekker

De meeste werkende ouders improviseren kinderopvang bij familie, vrienden en buren. Soms moet het kind zelfs ergens anders slapen.

ROTTERDAM, 28 MAART. Eén avond per week wordt Joost de Jong (6) vóór het slapengaan voorgelezen door de crèche-leidster, maar de andere zes avonden door zijn moeder Nelleke. Zij ziet haar zoon vaker dan moeders met een kantoorbaan, zegt ze beslist. En nee, als Joost 's nachts wakker wordt en om zijn moeder roept, voelt hij zich niet eenzaam achtergelaten omdat alleen de crèche-leidster hem komt troosten. Voor Joost is de slaapzaal van de 24-uurscrèche 'De Toekomstbouwers', volgens Nelleke, een vertrouwde omgeving.

Joost komt al zijn hele leven 33 uur per week - vaak overdag, maar soms ook 's nachts - naar de Rotterdamse 'Toekomstbouwers'. Nelleke moet wel, want ze is alleenstaande moeder en heeft als verpleegkundige vaak avond- en nachtdiensten. Ze heeft geen zin meer om haar gebruik van een 24-uurscrèche te verdedigen. Ze móet werken, omdat ze anders op de bijstand zou zijn aangewezen. Bovendien wíl ze werken en heeft deze opvang veel voordelen: “Ik zie Joost vaak overdag - en 's nachts slaapt hij toch. Bovendien leert hij hier dat hij niet de enige op de wereld is, hij is een heel sociaal kind geworden doordat hij hier komt.”

Veertig kinderen van 0 tot 12 jaar maken gebruik van de 24 'kindplaatsen' bij De Toekomstbouwers, dat sinds 1992 bestaat. Deze vorm van opvang 'de-klok-rond' is maar op zes plekken in Nederland te krijgen. Ze wordt steeds populairder, door de groei van de 24-uurseconomie, vertelt het hoofd van de 'Toekomstbouwers' Lotti van den Bosch. De organisatie heeft nu een wachtlijst van 19 kinderen. Bijna tweederde van de plekken is een bedrijfsplek, de rest is gesubsideerd door de gemeente. “We vangen dus kinderen op van schoonmakers tot artsen-echtparen”, vertelt Van den Bosch. Zelfstandigen met een hoog inkomen moeten de 19.500 gulden per jaar voor 24-uursopvang volledig zelf betalen.

Maar ze krijgen er wat voor terug. Alle ouders hoeven alleen om de zes weken hun werkrooster in te leveren, aan de hand waarvan Van den Bosch uitrekent hoeveel leidsters er op welke tijdstippen moeten zijn. Soms blijft er één kind eten, slapen en ontbijten - van 17.30 tot 7.30 's ochtends - soms vijf. Gemiddeld blijven er 25 nachten per maand kinderen slapen. 's Nachts is er altijd één pedagogisch geschoolde leidster in huis, die ook EHBO-bevoegd is, en een verzorgingsassistente, die de was doet en schoonmaakt. Zij mag wel een wakker geworden kind troosten, maar bij het kleinste teken dat er iets aan de hand is, moet ze de leidster wekken. Overdag zijn veel meer mensen in het gebouw, omdat nog eens ruim 60 kinderen gebruik maken van de dag- en buitenschoolse-opvang, die al bestaat sinds 1979. Dertig procent van de ouders is alleenstaande moeder - Van den Bosch heeft in 15 jaar twee alleenstaande vaders meegemaakt.

Om een uur of zes zitten zeven verlegen kinderen rond een grote tafel te wachten. Ze gaan sperciebonen met aardappelen eten, vertelt de oudste. Straks zullen ze naar Sesamstraat kijken.

Iedereen bij 'De Toekomstbouwers' heeft een eigen bed, een eigen knuffel, pyama en tandenborstel. De één wil in een groep worden voorgelezen, de ander alleen. Sommige kinderen willen de hand van de leidster vasthouden tot ze in slaap vallen, anderen gaan hun eigen gang. Het enige dat niet mag is eigen speelgoed meenemen. Het speelgoed van 'De Toekomstbouwers' is van iedereen en moet dus door iedereen worden gedeeld. Van lego tot levensechte fornuizen.

Er zijn tal van bijzondere eisen waar Van den Bosch rekening mee houdt. Allergieën, godsdiensten of gewoon opvoeding. Zo mag de één geen melk, de ander geen varkensvlees en weer een ander geen snoep. Sommige kinderen mogen bepaalde televisieprogramma's niet zien, maar volgens Van den Bosch spelen ze meestal liever met zijn allen tot bedtijd. Veel televisie kijken ze niet. Bij elk kind horen noodnummers, voor het geval ze 's nachts ziek worden. “We bellen altijd eerst de ouder, die vaak meteen komt. Maar als dat niet kandan bellen we een tante.”

Joost kijkt wel altijd naar tekenfilms bij 'De Toekomstbouwers', wat thuis zelden mag. Nelleke: “Behalve dat we dan meestal eten, heb ik dat bewust zo ingedeeld. Zo horen bepaalde dingen bij thuis en bepaalde dingen bij de crèche. Dat is helder en geeft geen problemen. Als hij een keer geen zin heeft om naar de crèche te gaan, dan herinner ik hem eraan dat hij daar lekker naar tekenfilms mag kijken.” Nu hij zes is, kan Nelleke hem uitleggen dat de ene dag crèche-dag is en de andere dag niet. “Maar tot zijn derde kon ik niet langs de crèche fietsen. Dat was een drama. Dan begon hij te gillen en huilen omdat hij erheen wilde. Ik vond dat niet pijnlijk, maar geruststellend, omdat toen bleek dat hij het fijn heeft hier.”

Zes jaar geleden is bij 'De Toekomstbouwers' een pedagogisch beleid ontwikkeld voor de crèche dat is samen te vatten als: respect voor het karakter. “Wij corrigeren zonodig gedrag, maar nooit een persoonlijkheid. Ik ben zelf ook een individualist, dus ik zie het meteen als een kind liever alleen optrekt. Ze hoeven niet om te gaan met de groep, als ze dat niet willen.” Ze wijst naar een foto waarop een meisje zit te schilderen. “Zij wilde altijd alleen schilderen, de rest van de kinderen kwam er dan omheen staan zuchten: 'Oh, wat mooi', dus dat ging prima. Ze moeten wel aan tafel eten, maar dat moet thuis ook.”