JONGE DINOSAURIËR BEVAT AFDRUKKEN VAN DARMEN, MAAG EN LEVER

In de Zuid-Italiaanse provincie Benevento is een 24 centimeter groot fossiel van een pasgeboren dinosauriër opgegraven waarvan niet alleen het skelet, maar ook allerlei zachte lichaamsdelen buitengewoon goed geconserveerd zijn (Nature, 26 maart).

De Italiaanse onderzoekers Cristiano Dal Sasso en Marco Signore troffen bijvoorbeeld de dikke en de dunne darm, de maag en spierweefsel aan in het fossiel dat naar schatting 113 miljoen jaar oud is. Dat het zachte weefsel zo duidelijk zichtbaar is, danken de twee Italianen aan de ideale omstandigheden waaronder het dier bewaard is gebleven. De jonge dinosauriër is naar alle waarschijnlijkheid gepreserveerd in een natte, zuurstofarme omgeving met een hoge graad van kalkafzetting. De zachte weefsels verkalkten daardoor, voordat ze konden worden afgebroken.

Dal Sasso en Signore hebben het opgegraven beest benoemd als Scipionyx samniticus. Het is de eerste dinosauriër ooit gevonden in Italië. Op basis van zijn tanden, schouderblad, klauwen en schaambeen hebben de onderzoekers het dier ingedeeld bij de theropoden, kleine vleesetende dinosauriërs waaruit naar alle waarschijnlijkheid de vogels zijn geëvolueerd. Het skelet is 24 centimeter lang, maar er ontbreekt een stuk van de staart. De volledige lengte van het jonge dier wordt op 33 centimeter geschat.

In de borststreek troffen Dal Sasso en Signore spierresten aan. Aan de basis van de staart ontwaarden ze een zogeheten fascium, het vlies van bindweefsel waarmee spieren zijn omgeven. De vezels waren in drie verschillende richtingen georiënteerd. De dunne darm, met een diameter van 5,22 mm, zat verder naar voren dan verwacht. De maag is verrassend kort en diep, wat er volgens de auteurs op wijst dat het dier veel at. De twee Italianen troffen ook nog een grote, rode kring aan vlak achter het borstbeen. Ze interpreteren dat als restanten van de lever.