In Nieuw Zeeland verdient het Nederlands ruggensteun

De Nederlandse emigranten vormen een grote minderheid in Nieuw Zeeland. Doordat ze zich met succes geassimileerd hebben, dreigt hun band met de Nederlandse cultuur verloren te gaan. Hans van Kregten vindt dat staatssecretaris Nuis financiële steun moet geven aan de studie van het Nederlands.

Staatssecretaris Nuis van Cultuur zal volgende week in de Nieuw-Zeelandse hoofdstad Wellington een tentoonstelling openen van schilderijen uit het Stedelijk Museum in Amsterdam. Zo kunnen de Kiwi's, zoals de Nieuw-Zeelanders wel worden aangeduid, kennismaken met Van Gogh, schilders van de Haagse School en met Mondriaan. Als een culturele ambassadeur reist Nuis naar de andere kant van de wereld om het Nederlandse cultuurgoed daar onder de aandacht te brengen. Intussen verbleekt echter de identiteit van de enorme Nederlandse immigrantengemeenschap in Nieuw Zeeland. Daar ligt een taak voor de Nederlandse overheid.

In geen enkel ander buitenland is het aandeel 'Nederlanders' zo groot als in Nieuw Zeeland. Het juiste aantal van de Nederlanders en hun afstammelingen is niet meer precies te achterhalen, maar de groep bestaat volgens de Nederlandse ambassade in Wellington uit meer dan 100.000 mensen en komt volgens andere schattingen zelfs op 200.000 personen uit. Het contingent 'Nederlanders' vormt, na de afstammelingen van Britten, Ieren en de inheemse Maori's, de grootste in dit land met 3,5 miljoen inwoners. Dat geeft Nederland een unieke rol in Nieuw Zeeland. Maar de band met de Nederlandse cultuur dreigt weg te kwijnen. In Nieuw Zeeland speelt Nuis duidelijk geen thuiswedstrijd. Hij zal zelfs erg goed zijn best moeten doen om de Nederlandse culturele bijdrage aan Nieuw Zeeland in zicht te krijgen.

In de jaren vijftig vertrokken zo'n 40.000 Nederlanders met subsidie van zowel de Nederlandse als Nieuw-Zeelandse regering naar Nieuw Zeeland. Het land was in de jaren vijftig bepaald niet vreemdeling-vriendelijk en de vers aangekomen immigranten kregen van de Nederlandse emigratieambtenaren te horen dat het zaak was zo snel mogelijk 'Kiwi' te worden. Immigranten werden door de Nederlandse emigratiedienst zelfs van vrienden en streekgenoten gescheiden en over heel Nieuw Zeeland verspreid, om de integratie met hun nieuwe omgeving te bevorderen. Ze kregen ook het dringende en totaal onjuiste advies om ook thuis Engels te spreken. Dat zou de schoolresultaten van hun kinderen namelijk bevorderen.

Het gevolg is dat veel van deze immigranten, en zeker de tweede en derde generatie, de taal van hun voorouders vaak niet meer spreken en zelfs niet meer verstaan. Dat gebrek aan taalvastheid steekt treurig af bij dat van bijvoorbeeld de Chinese, Italiaanse en Griekse bevolkingsgroepen in Australië, die naast Engels ook hun voorouderlijke taal nog dagelijks spreken.

De idee dat meertaligheid de ontwikkeling van het vermogen de voertaal van een land te spreken in de weg staat, is inmiddels lang achterhaald. Er ontstaat in Nieuw Zeeland onder de immigrantengemeenschap nu een verdrietig gevoel over het verlies van het Nederlands. Voor de ouderen is dat het geval omdat in de pensioenjaren de noodzaak van het gebruik van Engels vermindert en de nostalgie toeneemt. Taal en de ontegenzeggelijk Nederlandse achtergrond blijken veel met elkaar te maken te hebben, maar de mogelijkheden om Nederlands te spreken of te beluisteren zijn beperkt. Gevangen in hun trots over hun 'geslaagde' emigratie durven veel oudere emigranten geen noodkreet te slaken.

Ook de tweede en derde generatie Nederlanders ervaren langzamerhand dat gevoel van verlies. Wellicht ook door de enorme, en door de Nieuw-Zeelandse overheid bijna fanatiek gesteunde, opleving van de Maoricultuur is er een groeiende aandacht voor de afstamming bij de jonge Nieuw-Zeelanders. Voor Maori's is de stamboom van bepalend belang voor hun status. Dat slaat over op de overige jonge inwoners van dit land. En zeer veel Kiwi's hebben zeker één Nederlandse opa of oma.

De mogelijkheden om Nederlands te leren, lezen of horen in Nieuw Zeeland zijn zeer beperkt. Alleen op de universiteit van Auckland wordt met steun van de Nederlandse Taalunie Nederlands gegeven. Alle andere taalcursussen zijn informeel en afhankelijk van goedwillende, maar vaak ongetrainde vrijwilligers. Het landelijke Nederlandstalige radioprogramma Echo Radio heeft slechts één uur zendtijd per week en wordt door vrijwilligers gemaakt. In de Nieuw-Zeelandse pers is geen enkele aandacht voor ontwikkelingen uit Nederland. Nederlands is nooit op de televisie te horen. De Oscar voor 'Karakter' werd deze week op de Nieuw-Zeelandse televisie verzwegen. De Nederlanders in Nieuw Zeeland kijken met jaloezie naar de talrijke activiteiten die in Nieuw Zeeland worden georganiseerd, met steun uit Parijs en Bonn, door de Alliance Fran,caise en het Goethe Institut.

Toch trachten steeds meer jonge Dutch Kiwi's Nederlands te leren, om hun eigen identiteit te bevestigen, met hun grootouders te kunnen communiceren en vaak ook om enige tijd in Nederland bij familie te kunnen verblijven. “Ze kunnen daar wel Engels spreken, maar als je ze echt wil leren kennen, moet je toch Nederlands met ze praten”, is de regelmatig gehoorde boodschap. Het blijkt dat zo'n verblijf hun begrip voor de achtergrond en het karakter van hun ouders en grootouders vaak enorm verhoogt. Van de Nieuw-Zeelandse overheid hoeven ze weinig steun te verwachten. In tegenstelling tot multicultureel Australië is Nieuw Zeeland nadrukkelijk bicultureel, dat wil zeggen Engels en inheems-Maori. Voor andere etnische groepen is er geen geld.

De vrijwilligers in Nieuw Zeeland die de Nederlandse wortels willen versterken, verdienen de steun van de Nederlandse overheid. De immigranten uit Nederland kwamen hier met Nederlandse subsidie. Die 'oprotpremie' leek indertijd ook Nederlandse belangen te dienen. Deze kinderen van Nederland zijn nu weliswaar bejaard, maar hun stempel op Nieuw Zeeland is nog niet vervaagd. Het kan worden opgepoetst door hun kinderen zich een beetje Nederlandser te laten voelen.

Staatssecretaris Nuis zal volgende week op de Universiteit van Auckland een lezing houden over de vraag of culturele identiteit een pantser of ruggengraat is. De Nederlanders in Nieuw Zeeland hebben al bewezen prima te kunnen integreren. Een pantser hebben ze niet nodig, maar ze zijn wel op zoek naar het versterken van Nederlandse ruggengraat en identiteit. Daar moet Nederland bij helpen. Als tegenprestatie is er de ontwikkeling van het potentieel van 200.000 culturele ambassadeurs, die een mooie of blijvende aanvulling vormen op het bezoek van de staatssecretaris en de oude Nederlandse meesters die vanaf volgende week enige tijd in de City Gallery van Wellington hangen.